__________________________________
ZIJNE GESCHIEDENIS
Toen de
VIe Legerdivisie in 1914 ten oorlog trok, bestond hare eenheid Genie
slechts uit twee compagnies, die deelnamen aan de gevaarvolle uitvallen rond
Antwerpen, inzonderheid aan het werpen van bruggen, onder ‘t vuur van den
vijand, te Werchter, en aan het vernielen van talrijke kunstwerken rond
Antwerpen.
Den 14n
October, aan den IJzer, werd er eene derde compagnie, die der sapeurs-mineurs,
tot stand gebracht. De Genie der VIe Legerdivisie werd
achtereenvolgens versterkt, op 3 November 1914, door hulptroepen der Genie; in
April 1915 door een actieve compagnie gevormd door jonge rekruten. In 1917 werd
een der twee compagnies hulptroepen gewapend en met het totaal effectief van de
Genie der VIe Legerdivisie werd er een regiment gevormd, bestaande
uit het 6e en het 18e bataljon Genie.
In 1918
werd de Genie der VIe L. D. opnieuw ingericht met 3 bataljons: het 6e,
het 12e en het 18e. Deze samenstelling bleef het regiment
behouden tot op het oogenblik van de demobilisatie van het leger.
Gedurende
de stabilisatieperiode bezet de Genie der VIe L. D. de sectors van
Diksmuide. Na vier maand van dit zwaar werk verlaat zij dien sector om later
naar Steenstraat te worden gezonden.
In
Augustus 1915 keert zij terug naar den sector van Diksmuide, welken zij in
December 1915 verlaat om in Januari 1916 den sector van Loo te gaan bezetten.
Op 15
Juli 1916 wordt het 6e bataljon der Genie naar den sector van « Het
Sas » gestuurd om er de Genie der Ve Legerdivisie te versterken.
Wanneer het 6e bataljon, einde November, zich opnieuw bij zijne
divisie vervoegde werd het om zijn schoon gedrag bij dagorder der Ve
L. D. vermeld.
Na in de
sectors van Boezinge en Nieuwpoort te zijn geweest, bevindt het zich op 28
September 1918, bij het offensief in Vlaanderen, in den sector Boezinge-Brielen.
Gedurende
de gansche periode van het offensief werkte de Genie der VIe L. D.
onverpoosd aan het opnieuw aanleggen van bruggen en wegen, aan het herstellen
der kruispunten waar de vijand zeer erge vernielingen had aangebracht door
middel van aanzienlijke ladingen springstoffen. Die werken werden uitgevoerd
niettegenstaande hevige bombardementen en in de nabijheid van den vijand.
Als
herinnering aan zijn schoon gedrag tijdens den slag kreeg het 6e
bataljon de toelating om de vermeldingen Westroozebeke en Rumbeke op zijn fanion
te schrijven, terwijl het 12e bataljon de vermeldingen Rumbeke en
Passchendale bekwam.
De drie
bataljons wonnen bovendien de vermeldingen: IJzer en Antwerpen.