__________________________________
ZIJNE GESCHIEDENIS
De
artilleriemeetdienst werd in Maart 1918 gevormd uit de toen bestaande
geluidmeetsecties, uit de vergelijkingsdiensten der divisies en den
waarnemingsdienst die, vóór Diksmuide, door de Zware Artillerie tot stand was
gebracht.
In het
begin telde de artilleriemeetdienst 6 meetsecties (3 geluid- en 3
lichtmeetsecties); eene vierde sectie van elke soort werd later gevormd, toen
het Belgisch front werd verlengd.
Dank zij
die organisatie werd het Belgisch front, van Nieuwpoort-badstad tot Ieper, dag
en nacht bewaakt door 20 waarnemingsposten voor de lichten en 24 voor het
geluid, die zich in de nabijheid van den vijand bevonden. Elk koppel secties
(licht en geluid) bewaakten een front van 8 tot 12 kilometer. Geluid en licht
werkten in gemeen overleg en vulden elkaar op oordeelkundige wijze aan.
Hunne
opdracht was: de bedrijvige vijandelijke kanonnen, alsmede alle zicht- of
hoorbare doelen te ontdekken; in ruime mate onze artillerievuren te regelen en,
op onrechtstreeksche wijze, aan het commando inlichtingen te verschaffen over de
inzichten van den vijand (zijne plannen van overvallen te verijdelen door het
aandachtig volgen van zijne voorafgaande vuren). In een woord, men mag zeggen
dat de artilleriemeetdienst het oog en het oor der artillerie was.
De
secties waren op zulke wijze ingericht dat een vijandelijk stuk, van de eerste
schoten af, nauwkeurig « gerepereerd » was en dat zij op dezelfde minuut en
met dezelfde nauwkeurigheid ons eigen vuur op dit stuk konden regelen. Drie
kanonschoten waren gewoonlijk voldoende om een vijandelijk stuk te
neutraliseeren; 100 schoten van groot kaliber vernielden om ‘t even welke
betonstelling.
Op het
oogenblik van het offensief in Vlaanderen in 1918 waren al de vijandelijke
stellingen gekend en tot in hunne minste bijzonderheden opgenomen, dank zij ‘t
flinke werk van den artilleriemeetdienst. Gij, dappere infanteristen, die de eer
hebt gehad vooraan te staan om den definitieven stormloop te doen, zult u
ongetwijfeld herinneren hoe die reusachtige vijandelijke artillerie gemuildband
en vernietigd werd. In den nacht van 27 op 28 September, toen het groot
offensief losbrak, werden meer dan 150 vijandelijke stukken tot zwijgen
gebracht. Vanaf 2 u. 30 tot 8 u. heeft geen enkel dezer stukken kunnen schieten
en ‘t is eerst later in den dag dat eenige er van, in dien sector, er in
gelukten nog wat tegen te stribbelen toen onze artillerie haar vuur vertraagd
had. Dit is een overgroot succes als men bedenkt dat die zware vijandelijke
artillerie met verre dracht onze troepen, die den heuvelkam van Vlaanderen
bestormden, met enfileer- en zelfs met rugvuur had kunnen bestoken.
Ter
bevestiging van de door den artilleriemeetdienst bewezen diensten mag er hier
worden vermeld dat het groot Duitsch stuk van Leugenboom (bij Gistel) bij het
hernemen van het offensief, op 14 October 1918, de Belgische infanterie beschoot
die Torhout bestormde.
Ten
gevolge van de duisternis en vooral van den mist, in den nacht van 14 op 15
October, was de lichtmeetsectie, die onze vuren op dit stuk gewoonlijk met
succes regelde, niet bij machte de Fransche zware artillerie te helpen. Eene
geluidmeetsectie die goed geplaatst was om de vertrekslagen van het kanon van
Leugenboom op te nemen, stelde zich ter beschikking van den commandant der
Fransche artillerie om te trachten haar vuur te regelen. Van de eerste schoten
af, namen de geluidtoestellen op volmaakte wijze de ontploffingsgolven der
Fransche projectielen op. Bij den aanvang van het vuur vielen de projectielen
meer dan duizend meter van het doel af; dadelijk daarna naderden zij het
merkelijk, dank zij de nauwkeurige inlichtingen der geluidmeetsectie, en het
tiende schot werd op het doel opgenomen. Aldus werd het reusachtig vijandelijk
stuk op zwijgen gebracht en de stelling kort nadien door onze infanterie
ingenomen.
De
officieren van de 3e geluid- en lichtmeetsectie, die vier dagen later
te Gistel voorbijtrokken, kregen van de burgers der omgeving de bevestiging en
konden er zich met eigen oogen reken schap van geven dat het schot raak was
geweest.
Tijdens
de achtervolging van den vijand in Vlaanderen hebben de meetsecties eerst
stelling genomen op het kanaal van Schipdonk, later op het kanaal
Gent-Terneuzen. Ook daar hebben zij nog de volle maat hunner middelen kunnen
geven.
De
artilleriemeetdienst telde 10 artillerie-officieren en 550 manschappen, allen
gekozen onder diegenen welke in die specialiteit den toets doorstaan hadden.
Zonder de zinnebeelden en zonder de praal die den korpsgeest der groote eenheden
helpen vormen, gekomen uit alle divisies, verspreid over een front van meer dan
35 km., mag men nochtans zeggen dat de artilleriemeetdienst een keureenheid was
waarbij de onderlinge achting en de broederlijkheid als voorbeeld kunnen worden
gesteld. Heden geeft zijne Verbroedering, onder de plooien van haar vaandel, er
een schitterend bewijs van.
Op den
vredesvoet bestaat de artilleriemeetdienst uit eene geluidmeetsectie en eene
lichtmeetsectie; zijn personeel wordt aangeworven onder de specialisten en zou,
in geval van mobilisatie, eenheden vormen die op zulke wijze zijn toegerust, dat
ze in alle omstandigheden snel en met vrucht zouden kunnen optreden.
Kapitein-Commandant ROUSSEAU,
gewezen commandant der 3e
lichtmeetsectie.