TEN BOOME

 

Van deze rijke bron geschiedenis werd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van onze vereniging een boek uitgegeven. Wat hieronder volgt is het voorwoord van dat boek waardoor je een beeld krijgt van wat er met "het laathof" wordt bedoeld. Omwille van dit geschiedkundig zeer belangrijk werk kan je deze bewerking ook   downloaden in twee bestanden(deel I en deel II) Daar zal je meer details vinden waaronder een verwijzing naar de bladzijde van het manuscript van Emiel Steenackers. Indien je vragen hebt omtrent deze bewerking stuur dan een mailtje aan ons adres. De link om de bewerking te raadplegen kan je onderaan het voorwoord vinden.

HET LAATHOF VAN IMMERSEEL TE BOOM

In het leenroerig stelsel was het laathof de laagste vorm van leen : de laagste vorm van rechtsgebied en het laagste kader voor het innen van bepaalde cijnsen of lasten. Het stond onder de leiding van een door de eigenaar of heer benoemde meier bijgestaan door zeven laten.

Een min of meer analoge bepaling vinden we in STALLAERTS GLOSSARIUM II onder het woord Laethof : "Wanneer een schepenbank geene hoogere bevoegdheid had dan om over zaken de goederen aangaande te oordeelen, nam zij de naam van laathof (aan), en hare leden dien van erfelijcke of gezworen laten."

Een groot gedeelte van het grondgebied van de gemeente Boom behoorde vroeger tot zulk een Laathof dat aanvankelijk door de Heer van Rumst en sedert de 17de eeuw door de Heer van Boom in leen werd gegeven aan het geslacht van Immerseel Daarom de naam Laathof van Immerseel.

In het eerste boek over de geschiedenis van Boom, PROEVE van HISTORISCHE MENGELINGEN over 't LAND VAN RUMPST en in het bijzonder over DE HEERLIJKHEID van BOOM, wijdt de schrijver, H.SEL, een apart hoofdstukje aan dit Laathof Hij bepaalt de ligging ervan vanaf de Hoek aan de grens met Terhagen over de Schomme naar de Krekelenberg om dan verder naar Noeveren aan de Rupel te lopen. In feite is dit het grensgebied van de huidige gemeente.

De woning van de meier, en uiteraard het rechtsgebouw, zou volgens hem ook in de Hoek hebben gelegen : "evenwel is het zeer waarschijnlijk dat zulks (de woning) in het gehucht Ten Hoek geweest is, tegen Ter Hage, en niet verre van de rivier. Hier immers zag men nog over eenige jaren (het boek is uitgegeven in 1873), overblijfselen van een zeer oud gesticht, destijds gekend onder de naam de steé. Die overblijfselen waren namelijk dikke vervallen muren, kleine vensters in geschilderd glas, ruime kelderingen, enz., "welke wij gelooven de laatste puinen geweest te zijn van het oude Laathof" (o.c.,p. 136-137)

Omdat, volgens de zelfde auteur, de oudste gemeenschappelijke baan tussen Rumst en het veer te Hellegat via de Schomme en de Krekelenberg naar Noeveren liep, komt hij tot het merkwaardige besluit dat na de verwoesting van ons gewest door de Noormannen de ingezetenen van het Hof van Immerseel de eerste bewoners van Boom zijn geweest.

Om de veiligheid langs die baan te waarborgen zouden zij toen de bossen aan de beide zijden van de weg hebben gerooid en tot landbouwgrond hebben ontgonnen.

Emiel STEENACKERS besteedt in zijn boek BOOM in het VERLEDEN (1907), waarvan onze vereniging bij de Stichting Mens en Kultuur te GENT in 1993 een fac-simile uitgave heeft verzorgd, eveneens aandacht aan dit merwaardige Laathof, - "148 bunderen van de steilsche bosschen" - Maar zijn interesse is vooral gericht op de eigenaars van het hof, de Heren en Vrouwen van het geslacht van Immerseel, waarvan hij dan ook de volledige lijst opsomt vanaf de vermoedelijke stichting in 1280 tot aan de opheffing ervan door de Fransen in 1794.

In 1957 geeft Dr. Ben. LAMOT zijn boek Hoe Boom groeide uit. In minder dan anderhalve bladzijde resumeert hij erin wat de vorige auteurs over het laathof van Immerseel hebben gepubliceerd. Maar uit zijn Een Woord Vooraf , waarin hij een verdiende hulde brengt aan kan. STEENACKERS, vernemen we het volgende:

Daarnaast heeft hij (Steenackers) een schat aan aantekeningen in handschrift nagelaten: " Het Kasteel van Boom", " De Pastoors van Boom", " Het Laathof van Immerseel", enz. Na het overlijden van deze geleerde en vlijtige zoeker in de archieven, kwamen zijn nota's in het bezit van de Heer René Bal." (o.c.,p.6)

Aan ons genootschap is onlangs dit manuscript over het laathof van Immerseel geschonken, - dat over het kasteel is reeds vroeger in ons bezit gekomen en hebben we al integraal in ons vorig Jaarboek gepubliceerd.

Het Heerlijk Laathof van Immerseel te Boom en zijne HEEREN door Em. STEENACKERS is in een duidelijk leesbaar gelijkmatig geschrift gesteld op losse bladen van het oude quartoformaat en in een ordner geklasseerd. Het bevat 91 pagina's doorlopende tekst aangevuld met ettelijke blaadjes teksten waarnaar hij in zijn voetnota's verwijst. We publiceren hierna enkel het corpus. Wie eventueel die uitgebreide nota's wil consulteren, moet zich wenden tot het secretariaat van ons genootschap.

Dit manuscript is een studie, waaraan de schrijver zelfs na het verschijnen van zijn degelijk boek over de Boomse geschiedenis gestadig heeft voortgewerkt- We stellen immers vast dat hij de gemeentenaam van Rumst orthografisch zowel op de oude manier -RUMPST- als op de huidige -RUMST- weergeeft. Het is pas in de dertiger jaren dat de moderne schrijfwijze van die naam in voege is gekomen.

Het zal zeker niet de bedoeling van Kanunnik Emiel Steenackers geweest zijn om zijn manuscript als dusdanig te publiceren. Volgens de toenmalige stilistische normen diende de tekst te worden herwerkt of aangepast. Omdat de studax in de onderhavige studie de verschillende eigenaren van het laathof van Immerseel als aparte onderwerpen behandelt, vervalt hij onvermijdelijk in stilistische storende herhalingen. Ook bij het citeren van enkele regels uit een document geeft hij herhaaldelijk dit document in extenso weer. Wat ons nu overbodig lijkt.

Aanvankelijk was ons studiegenootschap van plan die tekst in zijn oorspronkelijke vorm en gedaante, als een fac-simile, uit te geven. Want daaruit zou blijken met welke ernst en degelijkheid die grote (vergeten) Bomenaar, die kanunnik Emiel Steenackers is geweest, de geschiedenis van zijn geboortedorp in al zijn schakeringen ter harte heeft genomen.

Maar omdat de publicatie van dit manuscript samenviel niet alleen met de viering van ons tweede lustrum maar ook met de oprichting van een genalogische werkgroep binnen ons genootschap, hebben we gemeend deze studie, die in feite een uitgebreid stamboomonderzoek is, met behoud van de oorspronkelijke tekst toch zo te laten schikken dat zij voor verdere opzoekingen en raadplegingen gebruiksvriendelijker zou zijn.

Die enorme taak is verwezenlijkt door ons mede-bestuurslid Marc VERLINDEN, die hierna in een persoonlijke bijdrage verklaart hoe hij is te werk gegaan. Hij tekent ook voor de layout van deze extra uitgave van het tienjarige TEN BOOME.

Moge zij U dienstbaar zijn!

Maart 1999 Joz. VERLINDEN

********************************************************************

VOORWOORD

Toen dit werk mij ter hand werd gesteld, was de eerste gedachte die in mij opkwam: hoelang heeft kanunnik Emiel Steenackers hieraan moeten werken? Als genealoog besef ik ter dege dat dit vele jaren moeten geweest zijn. Het vinden van één enkele ontbrekende schakel kan soms enorm veel tijd vragen, zeker wanneer je een degelijk werk wil afleveren, wat hier ontegensprekelijk het geval is.

Kanunnik Steenackers heeft dit immense werk verricht in een tijdperk waarin er nog geen sprake was van een kopieermachine of een computer. Hij moest dus alles eigenhandig overschrijven, wat resulteerde in een enorme papierberg. Het samenbrengen van al die gegevens zal dan ook geen sinecure geweest zijn. Hij levert dan ook het bewijs dat de samenvoeging van heernkunde en genealogie tot een mooi resulaat kunnen leiden

Ik had de luxe en de eer dit alles op de computer te bewerken. Gezien de vele genealogische gegevens die dit werk bevat, koos ik voor de combinatie van een genealogisch programma en een tekstverwerker.

Dit resulteerde weliswaar niet in een literair werk als dusdanig, maar een boek dat moet toelaten een bron te zijn voor zowel mensen met heemkundige en/of genealogische interesses. Vooral voor deze laatste groep zal de naamindex een handig hulpmiddel zijn.

De personen die in dit werk voorkomen worden per generatie weergegeven. Wanneer er dus in een willekeurig gezin een zoon of een dochter huwde, dan zal je die ook verder terugvinden in de volgende generatie. Op deze wijze kan je gegevens over een bepaalde familie makkelijk raadplegen. De originele tekst van kanunnik Emiel Steenackers werd in de originele spelling tussen de diverse generaties verwerkt.

Na het overlijden van de éénentwintigste heer van het laathof, Karel van Immerseel, ontstonden er heel wat verwikkelingen omtrent diens erfenis. Teneinde dit werk genealogisch overzichtelijk te houden heb iker voor gekozen dit als een apart hoofdstuk te behandelen

In 1765 verkoopt Emmanuel. Joseph van Gaver het laathof aan de heer van de vrijheid Opdorp. Emmanuel was de laatste heer van het laathof die verwantschap had met Jan van Lier, de eerste heer. Ook hier heb ik gekozen om een nieuw hoofdstuk te beginnen. Beide hoofdstukken bevatten achteraan een naamindex.

Het laatste hoofdstuk handelt over de diverse generaties ambtenaars die bij de heren van het laathof in dienst zijn geweest.

Ik hoop met dit belangrijk werk een bijdrage te hebben geleverd tot de geschiedenis van onze gemeente en koester de stille hoop op een dag eens door de "Van Immerseelstraat" te wandelen, of eens een kijkje te gaan nemen op het "Kanunnik E. Steenackersplein".

Boom lag Emiel Steenackers nauw aan het hart. Zonder hem zou dit belangrijk hoofdstuk over onze gemeente nooit gepubliceerd geweest zijn, alsmede tal van andere bijdragen die we dank zij hem kunnen raadplegen.

Juli 1999 Marc VERLINDEN

Surf naar de genealogische databank om deze bewerking te raadplegen.