TEN BOOME



ANEKDOTA BOOMENSIA
VOETBEDEVAART NAAR SCHERPENHEUVEL

door Paul Van Oosten.

Oud-voorzitter van de Broederschap van O.L.-Vrouw van Scherpenheuvel


Boomse bedevaarders(bron:Boom tussen de twee Wereldoorlogen, Alex Vinck)
 


Uw Parochiebladredacteur onderpastoor Van Eycken herinnert het zich nog levendig: anno 1964 pas in Boom aangekomen, krijgt hij het enthousiaste bezoek van een voetbedevaarder en naar achteraf bleek niet zomaar de eerste de beste, die hem in geestdriftige bewoordingen het wel en wee, de wetenswaardigheden meedeelt over dat Boomse instituut:
"Het GENOOTSCHAP van de VOETBEDEVAART naar SCHERPENHEUVEL ".
Hem en niemand anders, meenden wij, konden wij vragen om onder de hoofding" ANEKDOTALIA BOOMENSES" in deze kolom aan het vertellen te gaan over zijn geliefde genootschap.
Wij geven hem het woord en hopelijk ook een geïnteresseerd lezerspubliek. . .
Als er in Boom over Scherpenheuvel gesproken wordt, is het gewoonlijk om de voetbedevaart aan te duiden en slechts uitzonderlijk het Brabantse stadje. Jawel, Scherpenheuvel is reeds stad sinds 1605. Zoals de meesten onder ons weten wordt van voor 1810 een voetbedevaart ingericht vanuit Boom. vanaf dat jaar is er een georganiseerde tocht ingeschreven in de registers van het bedevaartsoord. steeds was er grote belangstelling en waren er vele deelnemers. Het hoogste aantal tot 300, toen er nog geen treinen reden. Daarna minderde het getal tot 80 om dan plots weer te stijgen tot 200 en op heden tot meer dan 220.
Kent ge de stemming bij mensen die naar iets toeleven?
Wij, bedevaarders, leven naar die tocht toe! Dat verlangen om deel te nemen is iets bijzonders. De data kennen wij lang vooruit, ontmoeten bedevaarders mekaar dan is de groet: " Nog paar uur platte rust, nog wat eten, voeten verzorgen, wollen kousen aantrekken, liefst zonder naad, de reiszak gepakt, wat eetvoorraad erin, reservekleding erbij en ... op weg naar de kerk. Sinds vele jaren is de mis voor het vertrek rond middernacht. Een bomvolle kerk: bedevaarders, familie, bekenden, sympathisanten en nieuwsgierigen. Een mis, gezongen en gespeeld door de bedevaartkapel. Na de zegen nog enkele onder- richtingen, een kort gebed en we vertrekken.
In grote trekken lijken alle bedevaarten op elkaar. Met zoveel mensen en gedurende zovele jaren is er natuurlijk onderweg een en ander voorgevallen. Daarover wil ik u vertellen. . .

De Bedevaart

Vroeger spraken wij van "de processie van Scherpenheuvel". Wij vertrokken aan Sint-Annakapel, thans vertrekken wij op de Grote Markt. Vooraan een pakjeswagen gevolgd door onze groep met op kop de processieleider en de kruisdrager, niemand gaat voor het kruis. Eerst volgen de vrouwen, laatst de mannen.
De groep wordt gevolgd door twee pakjeswagens en de autobus.
De voertuigen hebben sterke zwaailichten opdat het verkeer ons goed zou opmerken. Als de nacht voorbij is nemen de muzikanten plaats in het midden van de groep en wordt de zang ingezet, de kapelmeester geeft de nummers aan. Beurtelings wordt er gebeden en gezongen, onze voorlezers bidden met luide stem om door iedereen gehoord te worden. Er zijn ook babbelpauzen voorzien, vroeger heetten ze smoorpoos.
De autobus is de bezemwagen, die last hebben gaan op het voertuig maar nimmer is er te veel volk dat zich laat rijden. Op de bus of tijdens de halte worden pechlijders geholpen door onze verpleegsters op advies van onze dokter. Komt er iemand ten val dan springen onze brancardiers bij, bij zware tegenslag hebben ze een draagbaar ter beschikking. Een enkele keer was er een ziekenwagen nodig.

Halte houden wil zeggen rusten in een zaal; al zijn een paar herbergen te klein om onze groep te ontvangen.
Toen we jaren terug met paarden op weg gingen hebben we spijts de lange weg toch weinig moeilijkheden gehad met die dieren. Onze omnibus was bespannen met drie paarden, wij noemden ze "koets", onze pakjeswagen gewoonlijk met twee paarden. Eens was onze pakjeswagen getrokken door een paard, toen tijdens de heenreis gleed dit paard uit op de kassei, gelukkig zonder gevolgen. Een andere keer op de terugweg in Mechelen, aan de rustplaats, zag ik de koets stoppen en ogenblikkelijk viel er een paard door zijn knieën. Een van de voerlieden was de zoon van de eigenaar van de dieren. Hij telefoneerde aanstonds met zijn vader en een half uur later was die man bij ons met een fris paard. De sukkelaar werd opgeladen en het voorval was vergeten.
Vele jaren werden de paarden voor de bedevaart bezorgd door huurhouders Lauwers & Aertssens, de voerman van de koets was dan Sus Aertssens door de ouderen goed gekend. Daarna leverde Louis Apers uit Breendonk ons de paarden, het voorval in Mechelen was met een van zijn paarden. De drukte van het verkeer heeft ons doen afzien van het gebruik van paarden.
Op een andere tocht werd er in Aarschot één van onze mensen plots onwel. De dokter verbood hem nog verder mee te gaan. Wij voerden hem naar Scherpenheuvel en zijn familie nam hem mee naar huis.
Weer een andere keer had er in Mechelen een jonge man een te koude drank op te korte tijd uitgedronken. Hij werd onwel maar in Aarschot was hij werkelijk ziek. Wij dienden een middel te zoeken om hem naar huis te laten gaan. Een ziekenwagen van Aarschot bracht hem naar Scherpenheuvel. Daar telefoneerden wij met Boom en er kwam een ziekenwagen hem halen.
Van stijf zijn en blaren, in 't Booms bleinen, spaar ons Heer, die zijn er toch zoveel op elke bedevaart. Bleinen vooral bij nat weer, dan is het leder van de schoenen hard. 

Stijf wordt ge en sneller vermoeid als er een scherpe wind is, ook bij regen.
Na elke rust, als de tegenslagen zoveel mogelijk verholpen zijn, klinkt het vertreksein, gegeven door onze processieleider en zonder de minste moeite zet de groep zich in beweging. Op onze eerste halte te Mechelen krijgt ieder zijn onderrichtingen opdat elkeen zou weten wat mag en wat niet mag. Ook een formuliertje wordt uitgedeeld waarop ieder zijn naam en adres kan invullen en waar er in Scherpenheuvel overnacht wordt. Zo weten wij wie met ons meegaat; wij rangschikken de briefjes volgens het alfabet. Komt er dan een telefoontje uit Boom voor navraag naar iemand van ons, dan weten wij aanstonds waar hem te vinden.
Vroeger jaren hielden wij onze bedevaart met Sacramentsdag, het vertrek daags ervoor. Later verschoven wij naar veertien dagen na Sinksen. Toen de eerste Europese verkiezing plaats had, verschoven wij naar veertien dagen voor Sinksen, die dagen hebben we behouden.

De bedevaartweg
Van bij het ontstaan van onze bedevaart tot het begin van de vijftiger jaren volgden wij de weg langs Rumst, Duffel over Koningshooikt naar Berlaar (Heikant) langs Heist-Goor, Aarschot over Rillaar tot Scherpenheuvel en terug. Door het verdwijnen van het fietspad op die baan, het is te zeggen op het grootste gedeelte, namelijk op de baan Koningshooikt - Aar- schot, zagen wij ons genoodzaakt een andere weg te kiezen. Sommige bedevaarten hadden ernstige ongevallen op dit gedeelte. Deze weg was 55 kilometer lang.
Van dan af namen wij dezelfde weg als de bedevaart van Reet over Rumst, Walem, Mechelen, Bonheiden, Keerbergen, Tremelo, Baal, Betekom, Aarschot en zo verder. Veiliger is deze weg zeker, veel mooier tussen de bossen, beter afgeschermd van de wind, kortom meer naar onze zin. Deze weg is slechts 52 kilometer lang, ik zeg slechts! Wij leggen hem af in 10 uur en een kwartier, aan 5 km/uur.
Op bepaalde plaatsen staan de rugzakken ter beschikking van onze mensen, zodat ze spoedig hun gerief kunnen vinden en hun mondvoorraad aanspreken. Dikwijls waren gedeelten van onze reisweg in herstelling, steeds op het gedeelte Bonheiden- Tremelo en juist op die tijd van het jaar als wij daar voorbij trokken. De voetgangers konden altijd, met wel wat moeite, de baan volgen. De voertuigen dienden dan een omweg te maken.
Op zekere dag, toen onze bedevaart tijdens de heenreis in Bonheiden voorbij trok, konden wij lezen op aanplakbrieven dat er de volgende dag op onze terugreis een velokoers was, op onze baan en op het uur waarop wij daar voorbij kwamen. Wat gedaan? 's Anderendaags trokken wij op verkenning. We kenden in Bonheiden alleen onze weg, we hoopten bij de politie uitkomst te vinden. 't Was zondag en het politiebureel was gesloten. Eens nagedacht en we reden naar het lokaal van de club, die de koers inrichtte. De secretaris stond ons te woord en tekende ons een gelijklopende weg met deze die we gewoon waren. We trokken op verkenning en vonden een pracht van een weg, met enkele richting in de zin die wij moesten volgen, door prachtige bossen, voorbij het kasteel "Zellaar". Die baan is ons zo bevallen dat wij ze nu op de terugweg nog altijd volgen.

In Rillaar hebben we jaren enkele richting gekend door herstellingswerken aan de baan. Omleidingen waren er alleen voor de wagens, dus ook voor de autobus. Dat betekende gedurende enkele minuten geen kans om iemand op te laden. Als bij wonder was er niemand, die diende opgeladen te worden.
In de tijd van de paarden was de doortocht van Aarschot altijd een moeilijk geval. In de zware afzink aan het einde van de markt dienden wij met velen de koets langs achter tegen te houden, omdat de remmen iets te licht waren voor zo een zwaar voertuig. Zo hielpen wij de voermannen een te snelle vaart te vermijden. Bij de terugkomst hadden wij de toelating van de politie van Aarschot om het verkeer stil te leggen om onze koets vrije doortocht te verlenen bij het beklimmen van de reeds genoemde bergop. De paarden hadden moeite om het zware voertuig naar boven te slepen. Dan maar met man en macht achteraan gaan duwen en deze krachtproef is ons steeds gelukt. De broederschap van O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel
Reeds in 1809 vermelden de boeken van de Basiliek van Scherpenheuvel Boom met een georganiseerde bedevaart. In ons archief berust ons stichtingsboek. Het is vergeeld met beschadigde bladen, maar het is nog duidelijk leesbaar. Het is in de tentoonstelling van 1984 te zien geweest. De stichtingsdatum daarin vermeld is 1 juni 1810. ook het bestuur staat ingeschreven aan het hoofd van lange lijsten leden. Nog andere registers zijn bewaard gebleven.
In de jaren dertig is er naarstig gewerkt aan de toekomst van onze bedevaart. De bijval van onze bedevaart, vooral bij de jongeren verwekte afgunst en navraag door de toenmalige deken bij onze voorzitter. Niet gerust over het voortbestaan van zijn processie nam voorzitter Albert Bellon verbinding met ons bisdom, dat was toen Mechelen. Er volgden gesprekken met Mgr.Jansen, de vicaris-generaal. Deze minzame geestelijke verdedigde onze belangen bij Kardinaal Van Roey. Bij decreet van deze Kardinaal is onze Broederschap canoniek opgericht op 1 januari 1939, in de parochiekerk van O.-L.-Vrouw en Sint- Rochus te Boom. In onze standregelen van 1939 wordt de bestuursleden de verplichting opgelegd jaarlijks een voetbedevaart in te richten vanuit onze parochie. Vanaf 1939 is onze Broederschap rechtstreeks afhankelijk van onze bisschop. Hij heeft een vertegenwoordiger in ons bestuur.

In voorbereiding van elke bedevaart zorgt de Broederschap voor een verzekering van onze voetgangers en voor de aanvraag van de plechtigheden. Wij vragen ook de nodige toelating aan de gemeente. Wij zorgen voor slaapgelegenheid voor wie zelf geen kans ziet deze te vinden in Scherpenheuvel.
De Broederschap draagt de kosten van de bedevaart. De lidgelden van onze 2.200 leden zijn onze inkomsten, samen met de giften van leden en weldoeners.

Wat ook het vermelden waard is, door de parochie wordt op de zaterdag van onze heenreis een autobus ingelegd. Daardoor kunnen de mensen die over geen personenwagen beschikken, ons onderweg en in Scherpenheuvel ontmoeten.

Bijzonderheden over de bedevaart 
Elk jaar maken de aankomsten in Scherpenheuvel en in Boom een diepe indruk op onze voetgangers. Immers die rijen Boomse toeschouwers langs beide zijden van de weg, die ons toejuichen, ontroeren ons. Gebeurtenissen, die een diepe indruk nalaten op onze mensen, zijn de plechtigheden bij gelegenheid van een jubileum van de bedevaart, ook een jubileum van één van onze voetgangers. Zo was de openluchtplechtigheid in Scherpenheuvel in 1959, bij gelegenheid van onze 150ste bedevaart, een feit dat allen, die tegenwoordig waren, is bijgebleven. vooral over de zegen, met het Genadebeeld, was iedereen opgetogen.
Ook de zegen bij een jubileum van 25 of 50 jaar voetganger spreekt tot onze verbeelding. Bij uitzondering is er ook al eens een jubileum van 60 of 65 jaar, zoals Juul Van Kerkhoven in 1962. Als aandenken aan hun viering schenken de bedevaar- ders de feesteling een tinnen schotel met de beeltenis van O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel en met de tekst "Boom - Scherpen heuvel". De geestelijkheid van Scherpenheuvel evenals de Broederschap schenken aan de jubilaris een medaille, die door ieder zorgvuldig bewaard wordt.

Ook de plechtigheden van 1984 waren uitzonderlijk mooi. Tijdens de plechtige mis in de Mariahal waren er 1.400 aanwezi- gen, die allen de zegen ontvingen met het Genadebeeld. Acht dagen later, in Boom genoten wij de grote eer onze bisschop Mgr. Paul Van Den Berghe te mogen ontvangen. Hij droeg onze dankmis op en zegende ons nieuw vaandel. Die prachtige vlag was een geschenk van onze Erevoorzitter Raadsheer Lannie en van zijn echtgenote.
De tentoonstelling in de zijbeuk van onze O.-L.-vrouwkerk was waard om gezien te worden en had dan ook veel bekijks. Oude stukken, als de bewijzen van onze tochten tijdens de Tweede Wereldoorlog, waren ook tentoon gesteld in met glas afgedekte tafels. Foto's van de door ons gekende voorzitters hingen tentoon. Vele andere zaken, als eretekens van onze bedevaarders, lagen tentoon. Een automatisch dia-apparaat toonde ons zichten genomen tijdens de bedevaarten.
Na de dankmis hielden wij een feestzitting in de schouwburg, met daarna receptie. Het was feest.

De bedevaarders
Vroeger vertrokken wij aan Sint-Annakapel, nu op de Grote Markt. Wij gaan mannen en vrouwen, meisjes en jongens, ouderen en jongeren, goede stappers en slechte gaanders, allen met en door elkaar. Sommige gaan met schoenen, anderen met pantoffels. Ooit maakte een man de tocht met klompen, in Boom zijn dat "blokken". Het was Cois De Decker, wij ouderen kunnen die prestatie niet vergeten. Alle soorten kousen worden gedragen, meestal wollen. De broek van de mannen, vroeger jaren, bijgebonden tegen de wind, zoals ge fietsspelden aandoet. Dat ziet ge nu minder. Velen de voeten ingesmeerd met vetkaarsjes met vaseline, sommigen met zeep, velen ruimschoots getalkt. schoenen met dikke zolen zijn meest in trek. De vrouwen en meisjes gaan veelal met lange broek tegen de kou met wollen korte sokken.


Vroeger jaren gingen bijna allen met een gaanstok. Enkelen hebben een klein flesje sterke drank bij om bij dorst een slokje te nemen. Dit in vervanging van een glas bier of water, immers die dranken verplichten om na een zekere tijd de groep te verlaten voor ontlasting. Dan kost het terug vervoegen te veel inspanning.
Onze kleding is niet te zwaar, maar waterdicht, dus regenmantels. Alle bedevaarders leggen hun overjassen, bij goed weder, op de bezemwagen.
Elke deelnemer heeft een paar pakjes eetvoorraad bij, die worden aangesproken op aangeduide plaatsen, wij eten niet op alle halten. Iedereen heeft ook een hoofddeksel bij, tegen de zon en tegen de regen.
Onder de vele deelnemers aan onze tochten telden wij regelmatig geestelijken. Onze groep telde regelmatig dekens, pastoors en onderpastoors, ook leraren. Wij telden steeds verzorgers in onze groep, thans hebben wij een dokter en verpleegkundigen onder ons en ook brancardiers, die hebben een draagbaar beschikbaar voor ernstige gevallen. De bestuursleden dragen een wit-blauwe armband, zo kan elkeen ze aanstonds erkennen, als hij hulp nodig heeft.
Zo ver ik kan terugdenken, zijn er steeds muzikanten meegegaan. Zang en muziek maakt het gaan lichter. Ieder doet onder- weg zijn best om zoveel mogelijk mee te bidden en te zingen. Wij hebben liederen die eigen zijn aan onze bedevaart. wie naar de nachtmis komt of naar de dankmis kan ons horen zingen, ook bij onze thuiskomst in de straten van Boom.

Beschouwingen
Waarom gaan onze mensen op bedevaart? Ik neem aan om veel verschillende redenen, die kunnen samengevat worden in drie reeksen. Velen gaan om een gunst te bekomen, anderen gaan uit dankbaarheid. Een derde groep gaat om te weten hoe zo een tocht verloopt en of ze dat ook kunnen. Elkeen kan geen 52 km te voet gaan, die het wel kunnen worden gewoonlijk verkleefde voetgangers. Deze derde groep mag van ons gerust meegaan op voorwaarde dat ze niets doen dat indruist tegen onze onderrichtingen.
Door de vele gebeden die wij richten tot O.-L.-Vrouw durven wij hopen dat zij onze voorspreekster zal zijn, bij de Heer, voor het nog lange jaren voortbestaan van onze bedevaart.

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN