TEN BOOME
GEDICHTEN ARMAND BAL
VAREN OVER DE RUPEL
Arm. BAL
Aan onze Veerdam komt een veerboot,
voor d' overzet naar d' and're kant, men kan de Rupel overvaren, in
Klein-Willebroek wordt beland.
Tweehonderd meter kan men varen,
zowel bij hoog als lage tij, voor onze jeugd en alle lieden, door `t Rupelwater
gaat het vrij.
Ons tolbrug is al lang verdwenen,
waarover ieder goed kon gaan, om nu zijn bestemming te bereiken, vervangt die
veerboot haar bestaan.
D'overtocht biedt hulp aan velen,
niet meer langs lange baan naar huis, voor mensen die er daar nog wonen, `t gaat
rustig door, zonder gedruis.
Een kerketoren ziet men en een
sashuis, afstappen kan het aan `t staketsel, even maar opwaarts naar de kant,
voor niemand wordt dat een beletsel.
Aan de vaart ziet men ook `t brugske,
waar `t water naar de Rupel komt, Klein-Willebroek blijft verder leven, waar
huize staan daar aan de grond.
Vanuit Klein-Willebroek zet men over,
komt men naar Boom ook met die boot, voor een bezoek of om te wink'len, zo leeft
die vriendschap immer voort.
******************************************************************************
DE
KAAI
Arm. BAL
Aan de Kaai lagen eens veel schepen.
In dichte rijen naast mekaar, om hun vertrekbeurt af te wachten, als het getij
kwam voor hen klaar.
Daar werd gelost en ook geladen, veel
tonnen werden neergezet, een brouwerij had er haar plaatsje waar soms de
doorgang werd belet.
Kasseiweg dekte andere stukken van een of ander
instelling,
die daar geplaatst, hun beurtrol kenden, tot alles dan weer verder ging.
Bij hoge tij kon `t water stijgen,
vooral bij stormweer en de vloed, waardoor de Kaai zou onderlopen, dat deed de
schippers ook geen goed.
********************************************************************************************************
BLOEMMOLENS
Arm. BAL
In achttienhonderd een en tachtig
rezen gebouwen torenhoog.
Aan de Bassinstraat, sterk verheven, zij boden daar een
groot betoog.
Het werd genaamd de "Molens
Rijpens" waar er veel graan werd heengebracht.
Om fijne bloem daarvan te malen, waarnaar ons bakkers werd betracht.
Daar werkten vele stoere gasten, waar
ieders taak te wachten stond,
om er een opdracht uit te voeren, van aan de top tot op de grond.
Daarachter lag nog onze Veerdam waar
boten vaarden op en af,
veel werd gelost en ook geladen,
grote vrachten die men er gaf.
Zware paarden trokken de wagens met
zakken bloem, opeen getast,
om langs de straten weg te leiden, waar men dan zag die forse last.
Platwagens zijn nadien verdwenen,
voor `t nieuwe camionvervoer,
om al die zakken te bestellen, kreeg
ieder weer zijn vaste toer.
De
tolbrug lag er in `d omgeving, door tal van mensen steeds bezet,
waar ook de wagens over reden, en er goed diende opgelet.
Die
molens zijn nu stilgevallen, het vele werk bestaat niet meer,
ook
dit bedrijf is nu verdwenen, in die gebouwen van weleer.
Zij staan er kaal en gans verlaten, nog met
hun naam en 't jaargetal,
zo gans ontdaan van alle streling, zij bieden thans een groot verval.
******************************************************************************
HET
KILLEKE
Arm. BAL
Naar `t einde van onze
Vrijheidstraat, kwam `n uitloop van de Rupelboord,
`t bleef in de volksmond "t Killeke" heten, zo werd die naam alom
gehoord.
Er lagen soms wel enk'le schepen, die
wachtten op een lading daar,
om er nadien weer uit te varen, bij
weer en wind, zonder gevaar.
Van 't Killeke" werd dan
gestevend, langs d'open Rupelmond maar voort,
om de bestemming te bereiken, als ook de schipper stond aan boord.
Aan d'oever van onze waterstrook,
werd ook het slijk soms aangespoeld,
bij eb en vloed met vuile plekken, `t
was door d'omgeving aangevoeld.
Naast ’t Killeke stond ook een
scheepswerf, waar slagen zwaar werden gehoord,
om er de boten te herstellen, waardoor de rust vaak werd gestoord.
Aan d'overzijde van de steenweg, werd
er de herberg druk bezocht,
daar konden mensen samen praten, en
kijken naar de watertocht.
Het zou ook wel eens gebeuren, dat
`t water naar de straat toekwam,
om stromend schade toe te brengen, en ieder dan zijn toevlucht nam.
Ons "Killeke" is
thans verdwenen, dat beeld ging aan ons oog voorbij,
`t blijft verder leven in
herinnering, zoals dit was in vroeger tij.
********************************************************************************************************
NOEVEREN
Arm. BAL
Aan `t einde van de Vrijheidstraat, vlak over de
brede spoorweglijn,
ligt verder daar een andere wijk, haar naam zal er "Noeveren" zijn.
De Nielsestraat loopt verder door , waarin komen smalle straten:
d' Isabellestraat en de Diepestraat, de Plantsoenstraat, niet gelaten.
Hier dichtbij is ook een clubhuis waar aan ontspanning wordt gedaan,
in een kapel wordt gelezen, voor mensen daar blijft dit bestaan.
Uit deze wijk is veel verdwenen, daar stond eens een
zinkfabriek,
het benenkot met sterke geuren, laatst was er nog een
glasfabriek.
In gelagen met hoge schouwen, werd steen gemaakt
naar ied're maat,
pannen werd nog ingeslagen, droogloodsen ook voor elke graad.
Scheepswerven boden er veel arbeid, voor `t herstel en sterke stand,
waar ied're stielman kreeg zijn kansen, waardoor een "zaat" flink was
bemand.
De benedenkant met huisjesrijen,
leidt verder naar de waterkant,
waar vroeger nog veel mensen woonden, waaraan zij waren zeer verpand.
Aan `t einde van deze volkse buurt, blijft ook de "Blauwe pan"
verbonden,
waar met een buurtschap, dicht bijeen, nette huisjes zijn gevonden.
Ons Rupelboorden lopen verder Naar Hellegat en Niel maar door,
om aan die wijk haar naam te geven, De(n) Oever, die geen blik verloor.
Noeveren zal steeds Noeveren blijven, voor elkeen die daar woont en leeft,
die mensen houden van hun wijkplaats, zij weten wat gewoonten geeft.
**********************************************************************
SCHEEPSWERVEN
Arm. BAL
Aan d' oevers van ons Rupelboorden
zag men werven voor de schepen,
die aan veel mensen werk er boden, en hun stiel heel wel begrepen.
Aan die “zaten” lagen de boten
voor herstel of nieuwe bouw,
die zware arbeid vaak vereisten, voor
vaklui die er werkten trouw.
Daar kon men zware slagen horen, op
d' ijz'ren platen voor de boot,
om alles aan mekaar te smeden, ging `t werk er voort van klein tot groot.
Op Noeveren en ook in den Hoek, aan
`t Killeke van de Vrijheidstraat,
achter de Veerdam daar aan de kade,
werd er gewerkt naar alle maat.
Als alles dan flink was uitgevoerd,
werd `t vaartuig aan de wal gebracht,
waar vrachten weer konden geladen, wat door de scheepslui werd betracht.
Scheepswerven
zijn nu ook verdwenen, voor al die stielen is `t voorbij,
geen
“zaten” meer in ons omgeving, ook dat behoort tot vroeger tij.
*************************************************************************
ONZE
KAPELSTRAAT
Arm. BAL
Die straat blijft steeds haar naam
bewaren, herinnert nog aan vroeger tijd,
waar weleer nog veel mensen woonden, in die huisjes, hen toegewijd.
Die naam doet aan `t kapelleke
denken, waar er Sint Anna werd vereerd,
dit stond al eeuwen langs de
straatweg, Haar beelt'nis werd aldaar geëerd.
Eertijds droeg d'omgeving `n and're
naam, die heette daar `t Capelleveld,
`t was er vertrouwd met `t kapelleke, zo werd dat vroeger daar vermeld.
Er stond voordien ook nog een molen,
Sint Annamolen was zijn naam,
die draaide met de wind maar verder,
kende er toen ook wel zijn faam.
Met paarden kwam men naar de smidse, zij kregen goed daar
hun beslag,
om verder wagentjes te trekken, daar op `t gelaag nog ied're dag.
`t Stoomtrammeke reed altijd verder,
nabij die huisjes op zijn lijn,
naar Rumst en Mechelen met de wagens, om op bestemming daar te zijn.
`t Ontbrak verder niet aan de
gelagen, waar eens veel klei voorhanden was,
steenmakers stonden op hun plaatsen, droogloodsen werden aangepast.
Wij kijken nog naar hoge schouwen,
die rook verspreidden ver omheen,
zij walmden `t uit, hun sterke
geuren, van d' ovens van gebakken steen.
Er prijkten ook wel schoolgebouwen, voor jongens, meisjes,
daar omtrent,
met de Blaâ Root in de geburen, en wegen, naar den Hoek bekend.
Die straat loopt door tot in
Terhagen, ook daar blijft nog die naam gekend,
over de grens van ons gemeente,
waaraan die mensen zijn gewend.
Kapelstraat is zeer druk geworden, `t vervoer gaat er nu
snel doorheen,
van groot en zwaar in elke richting, `t is er nu vlugger dan voorheen.
***************************************************************
DOOR
DE "BOMESTRAAT"
Arm. BAL
Eens voorbij de Varkensmarkt begint
die straat met volkse naam,
zeer bekend als de "Bomestraat" kende weleer bijzond're faam.
Eertijds stond vooraan d'arduinen pomp, die water schonk aan veel mensen,
van ver kwamen allen er naartoe, jeugd kon drinken naar haar wensen.
Daar stonden eens veel
werkmanshuisjes, waar mensen woonden dicht bijeen,
om echt de buurtschap aan te voelen, want vriendschap was daar nog voorheen.
Herbergen waren evenmin te kort, met uithangborden kras vermeld,
een van hen droeg er de naam, `t vierendertigst estaminet, juist
geteld.
Sint Annakermis werd goed gevierd,
velen wandelden daar doorheen,
zij zaten dan aan lange tafels, op stoel of banken dicht bijeen.
Ook kenden jongeren de zalen, vrolijke dansjes onder mekaar,
om er die kermis leuk te vinden, dat werd eenieder daar gewaar.
Duivenspelers kennen hun lokalen, om
hun beestjes er in te korven,
zij halen daar ook hun constateurs, nadien hun prijs die werd verworven.
Daar stond eens `t gasthuis Sint Jan Baptist, dat vorige eeuw al werd
gebouwd,
voor Augustinessen`s ziekenzorg, ook ouderlingen toevertrouwd.
Kapel verdween er met haar toren, ook `t witte beeld van
de patroon,
waar mensen kwamen hem vereren, want alles ging daar heel gewoon.
Nog verder werd eens klei gestoken, die put is nu
gans dicht gemaakt,
daar was gewerkt voor de gelagen, dat zicht is
ook wel weg geraakt.
Naam Kerkhofstraat blijft nog behouden, omdat daar ons
begraafplaats is,
lijkdragers bleven vroeger stillestaan, aan `t beeldje, prijkend in een nis.
Die lange straat loopt ver ten einde, tot aan de oude `s Herenbaan,
de grens van Reet, waar stond een molen, die baan voor ieder blijft bestaan.
***********************************************************
DE
"BLAâ ROOT"
Arm. BAL
Waar stond vroeger de school van den Hoek, loopt links `n huizenrij `n eindje
door,
waar eens werkmansgezinnen woonden, leeft nog de volksnaam "De Blaâ
Root".
Daar ziet men grote kleieputten, die
huisjes staan er dicht bijeen,
vaak veel te klein om in te wonen, hun kind'ren kenden goed de steen.
In die root woonden velen samen, zij
werkten meestal op `t gelaag,
om hierdoor aan de kost te komen, hun zware arbeid ging niet traag.
Huisjes bleven staan als echte
krotten, een paar erven zijn nog bewoond,
velen hebben die “Blaâ Root” verlaten, dit beeld wordt nu wel aangetoond;
Die huizenrij blijft in herinnering, doet denken nog aan vroeger tijd,
waar mensen toen nog moesten wonen,
daar was `t bestaan aan hen gewijd.
**************************************************************
DE
BAGGERS
Arm. BAL
Voorheen werd met schupjes klei
gestoken, in lange trapjesrijen, ongeteld,
mensen moesten hele dagen werken, dit was voor Lente - Zomertijd besteld.
Later zijn baggers dan gekomen,
om beter klei weer op te halen,
met emmerketting
uit de hoogte, en meer hoeveelheid te bepalen.
Emmers schaafden op en naar beneden,
een dunne kleilaag nederwaarts,
om aan de voet bijeen te brengen, en trekken weer tot hogerwaarts.
Klei viel verder naar beneden, om in
trechterbak te zien verdwijnen,
de klep stond open om te vullen, in kipwagentjes te gaan verspreiden.
Als baggers in de diepte werkten,
schoven d' emmers de kleilaag meer,
vulden zich van onder naar boven, in de vergaarbak, altijd gedwee.
Steeds eind'loos ging het baggeren
voort, de stuurman moest zijn trekker leiden,
altoos maar door in rechte lijn, om
alle onheil te vermijden.
Ze staan ergens nu verlaten, het baggeren ging ons ook
voorbij,
geen schaven meer in kleiegronden, dat was nog werk uit vroeger tij.
***************************************************************
DE BOSSTRAAT
Arm. BAL
Naar
`t einde van onze Kapelstraat komt men aan de Bosstraatlei,
daar is `t wat stijgen,
opwaarts verder, om te bereiken d' huizenrij.
Bomen maakten het daar sierlijk, zij
prijkten als een groene gang,
van links naar rechts gaat het daar opwaarts, die lei loopt draaiend verder
lang.
Die olmen zijn nu uitgestorven, zij treurden al
een hele tijd,
nog
staan er daar op korte stammen, zo droog en schraal, tot hout herleid.
De Bosstraat telt nu nog veel mensen,
die houden trouw daar aan hun wijk,
om samen `t buurtschap aan te voelen, wat voor eenieder blijft gelijk.
Straten dragen vertrouwde namen, met
huizen netjes in de rij,
om daarmee nog eens aan te tonen, dat men er denkt aan vroeger tij.
Dirkputstraat leidt langs lange
paden, St Katlijnestraat komt waardig voor,
Nachtegaalstraat, ver `n watertoren, zij loopt eenzijdig dan maar door.
Pastorijstraat wenkt er kerkewaarts, boven d' huizen rijst de toren,
waar Sint Katrien is te vereren, stilte daar is niet te storen.
Men noemt daar nog de "Kleine
Steylen" waar er nog groen is en ook veld,
paarden ziet men in een manège, waarop de ruiters zijn gesteld.
Gelagen kenden ook hun putten,
langs Schomme en de Schorrestraat,
Verstrepensroot telde haar huisjes, waarvoor eens klei werd opgehaald.
`t Eykerveld blijft die naam
behouden, van waar men heel de streek kan zien,
haast `t hoogste punt van ons provincie, waar mensen woonden ook voordien.
De Bosstraat mag er zelfs op roemen, dat daar muziek wordt voortgebracht,
wat "Nooit Vermoeid" weet aan te bieden, wordt door eenieder zeer
betracht.
De Bosstraat zal de Bosstraat
blijven, die lieden houden aan hun stand,
zij blijven eigen aard bewaren, waaraan zij jaren zijn verpand.
De leerplicht werd daar niet
vergeten, als naam Schoolstraat komt naar voren,
ook d' Onderwijsstraat kan men noemen, waarbij ook mensen toebehoren.
************************************************************************
BELLEKEN
- TREK
Arm. BAL (?)
Tinge-linge-ling.
`t Belleke bij bieke ging.
Mieke deed haar deurtje open
en ze zag de bengels lopen.
Wacht, zei Mieke, Belleken Trek,
houdt uw eigen voor de gek.
Tinge-linge-ling.
`t Belleken weerom ging.
Mieke speelde nu den doove
en ze trok heel stil naar boven.
Wacht, zei Mieke, keert ge weer,
`k Giet een emmer water neer.
Tinge-linge-ling.
`t Belleke weerom ging.
Mieke deed het venster open
en de bengels van daaronder,
kregen het water op hunnen donder.
Oh, zei Mieke, keert ge weer
*****************************************************************