TEN BOOME
Bijna 40 jaar na de plechtige inzegening van de St.-Annakapel
(15.09.1957) werd deze door een decanale beschikking voor alle goddelijke
diensten gesloten.
Opdat de Bomenaars de
St.-Annakapel nooit zouden vergeten, publiceren wij - met de welwillende
toestemming van meester Raymond Bal - het werk dat zijn broer en heemkundige
meester Armand Bal over de St.-Annakapel schreef in 1967.
Om zijn grote liefde voor zijn geboortedorp te onderlijnen, voegen wij in een afzonderlijk hoofdstuk enkele sprekende gedichten van meester Armand Bal hierbij.(zie artikel "gedichten Armand Bal)

SINT-ANNA
VEREERD TE BOOM
IN
SINT-ANNAKAPEL
Door
meester Armand Bal
DEVOTIE
TOT SINT-ANNA
De
devotie tot Sint-Anna is nauw verbonden met de Mariaverering. Boom was
eertijds een gekende bedevaartplaats, waar van heinde en ver veel pelgrims
naar toe kwamen, om er met hun
gespan de processieweg te doen. Het is dan ook niet te verwonderen dat de
devotie tot 0.L.-Vrouw van Boom bij onze voorouders nog verder reikte en dat
ook de Moeder van Maria, Sint-Anna,
het voorwerp was van een bijzondere verering.
In
onze gewesten zou deze volksheilige al vroeg zijn gekend geweest. Deze devotie
groeide maar
steeds verder aan en zo kwamen de levensverhalen van Sint-Anna tot stand, die
spoedig bij
het volk grote weerklank zouden vinden. De kunst stak hier wel een handje toe
en zo werd Sint-Anna
in de 13e eeuw werkelijk populair. Maar vooral in de 15e en in de 17e eeuw zou
het hoogtepunt
worden bereikt, vooral dan door Maria's verering, waarvan de leer van de
Onbevlekte
Ontvangenis door de protestanten fanatiek werd aangevallen. Het feest van
Sint-Anna werd in 1584 door de Paus op 26 juli vastgesteld. Het is ook tijdens
deze periode dat te Boom de verering van Sint-Anna snel evolueerde en dat zij
als een grote volksheilige hier met de nodige
eerbied en godsvrucht werd bejegend. Onze voorouders gingen haar vereren in
een bidplaats
die haar werd toegewijd en die haar naam droeg.
EEN
VEEL AANROEPEN PATRONES
Sint-Anna
werd beschouwd als patrones van alle moeders, door haar verheven moederschap,
haar dagelijkse bezigheden als huisvrouw en als moeder. Geen andere moeder had
zo verlangd naar
een kind, geen andere moeder mocht zo een dochtertje opvoeren naar de
volmaaktheid.
Zo
kwam het dan dat al de vrouwen, die geen nageslacht verwierven, optrokken naar
de bidplaatsen,
waar Sint-Anna werd vereerd. Ook al diegenen die een voorspoedige bevalling verhoopten
of zij die enige last hadden met hun kinderen, kwamen bidden naar de plaats
die haar was
toegewijd. Sint-Anna werd ook aanroepen tegen allerlei kwalen: koortsen,
oogziekten,
kreupelheid, breuken, fijt, zweren aan handen en voeten. In ons land waren er
op veel plaatsen
bedevaarten, waarvan men ook gewijd Sint-Annawater meebracht. In sommige oorden
werd zij de patrones van de mijnwerkers en de beschermster van de schippers en
van de scheepslieden. Ook de
timmerlieden en de schrijnwerkers met de houtdraaiers deden gemakkelijk
beroep op haar. Omdat haar feestdag viel in de maand juli, namen de hooiers
Sint-Anna tot hun schutsvrouwe, als dan op de akker het groot werk begon.
In verband met
de dagelijkse bezigheden van deze heilige, werd de aanleiding gevonden om haar
aan te stellen als de beschermheilige en de patrones van de kantwerksters, de
naaisters, de kleermakers, de breisters, de borduursters, de speldenwerksters
en de bezembinders.
Het waren
vooral de kantwerksters die het feest van de 26 juli heerlijk vierden met een
plechtige Mis in de kerk, een koffiefeest en een feest in openlucht. Deze
viering was zowel voor de leerlingen die in de school hun stiel leerden, als
voor de zelfstandige kantwerksters. Een gans jaar hadden zij hiervoor
gespaard. Samen gingen ze dan vooraf naar een kapelleken in de buurt om er in
de offerblok ontelbare spelden te gaan offeren, opdat O.-L.-Vrouw voor hun
grote dag hun echt "Liefvrouwkensweer" zou schenken, open en blauw
als een "hemelse mantel".
Zo werd
Sint-Anna de geliefde volksheilige, die op vele plaatsen werd vereerd. Tal van
kerken en kapellen werden haar toegewijd, waarnaar vooral de moeders kwamen en
vanwaar zij getroost terugkeerden om bekomen gunsten.
SINT-ANNAKAPEL
TE BOOM
De populariteit
van deze volksgeliefde heilige is ook in onze streek ver doorgedrongen. In
voorbije eeuwen genoot zij bij onze Boomse voorouders een gans bijzondere
devotie. Ook werd op ons grondgebied ter hare eer een kapel gebouwd, op een
plaats in de onmiddellijke omgeving van de steenbakkerijen. De Kapelstraat
dankt trouwens haar naam aan de St.Annakapel, die voortloopt tot in het
naburige Terhagen. De eerste huizen van deze plaats dragen nog de naam van
Kapelstraat.
De eigenlijke
geschiedenis van het ontstaan van de Sint-Annnakapel is niet helemaal meer na
te gaan. Vermoedelijk kan de huidige kapel wel de derde zijn die gebouwd werd.
In het bisschoppelijk archief te Mechelen worden nog tekeningen bewaard van
de oude kapel die erop wijzen kunnen dat er al twee kapellen zouden geweest
zijn. De eerste zou gestaan hebben op de weg langsheen de straat, meer in de
richting van Terhagen. De tweede kapel zou deze geweest zijn die er stond tot
1952 en dan werd gesloopt.
Het is zeker
dat er reeds voor de 15e eeuw een kapel heeft gestaan, aangezien er toen reeds
werd gesproken over een plaats "Capelleveld". Tussen 1570 en 1573
werd er echter verwoed gevochten aan het sas van Klein-Willebroek tussen de
Spanjaarden en Willem de Zwijger. Spijtig genoeg zijn toen veel stukken over
de Boomse geschiedenis verloren gegaan. Over de oudste kapel is er sindsdien
niets meer te vinden. Uit nagelaten geschriften blijkt dat de voorgaande
kapel er moet gestaan hebben in de 17e eeuw.
Deze kapel zou
tot stand zijn gekomen door liefdadige personen, die door hun giften en hun
medewerking de oprichting ervan hebben mogelijk gemaakt.

In
de loop van de tijden heeft zij bij haar opbouw twee onderscheiden tijdvakken
gekend.
Tijdens
de Franse overheersing op het einde van de 18e eeuw, waardoor over onze gewesten
zoveel onheil en rampen werden gebracht en, ook hier bij ons de Boerenkrijg werd
gevoerd, bleef de kapel van vernietiging gespaard. Het municipaal bestuur kon
toen van het middenbestuur de toelating bekomen de kapel te laten gebruiken
als verblijfplaats voor de armen en de behoeftigen van het dorp. Aan deze
toelating werd echter de eis verbonden, dat eerst al de tekens van de godsdienst
uit de kapel moesten verwijderd worden. Aldus werden de beelden, altaar en
meubelen weggenomen.
Het duurde tot in
1821 dat de kapel, op aanvraag van de aartsbisschop van Mechelen, van het
gemeentebestuur haar vroegere bestemming kreeg als openbare bidplaats en
waardoor alles ook werd ingericht. Op die wijze konden de Bomenaars nu weer hun
devotie tot Sint-Anna betonen. Van toen af werd er elke dinsdag de Mis gelezen,
als de inwoners dit aanvroegen. De ganse dag bleef de kapel open, waar vooral de
aanstaande moeders kwamen.
In
1832 woedde in onze gemeente een vreselijke ziekte, waardoor de inwoners zwaar
werden beproefd en die veel mensen naar het graf sleepte. Aan de cholera
stierven er velen. Om deze besmettelijke zieken af te zonderen werd door de
pastoor van de parochie en het gemeentebestuur een overeenkomst gesloten om de
St.-Annakapel als hospitaal in te richten. Veel ongelukkigen werden er toen
heengebracht, totdat de vreselijke kwaal voorbij was.
Aan de kapel
werden nadien ook verbouwingswerken uitgevoerd. De bovenste trappen waren van
arduin, onderaan waren slechts twee trappen in baksteen. Daaraan werd
verandering gebracht, doordat de Kapelstraat in 1859 werd gekasseid en er toen
een gedeelte van de grond moest worden weggestoken om de helling van de straat
zachter te maken. Merkwaardig is ook wel dat in de buurt van de kapel een stenen
molen heeft gestaan, die de naam droeg van St.Annamolen. Deze werd in 1855
afgebroken.
De feestdag van
Sint-Anna op 26 juli werd steeds in ere gehouden. In vroegere tijden werd er dan
op de steenbakkerijen gewerkt tot 9 uur. Dan was het de tijd om samen de Mis bij
te wonen die dan in de kapel plechtig werd gezongen. Daar de kapel te klein was
om aan al die gelovigen in de beperkte ruimte plaats te kunnen bieden, waren van
uit de grote kerk kleine stoeltjes aangebracht die over de grote
straatoppervlakte voor de trappen werden gezet. Geknield konden dan de vele
aanwezigen meebidden en zingen. Aan het einde van de plechtigheid kwamen dan
allen naar voren om er de relikwie van St.-Anna te vereren. Nadien werd de
St.-Annakermis ingezet. Elke morgen werd tijdens het octaaf in de kapel de Mis
gelezen.
St.-Annakermis is ook
altijd blijven bestaan, maar deze werd later verplaatst naar de zondag voor de
feestdag van 26 juli. De eigenlijke kermisviering heeft nu plaats in de
Kerkhofstraat en dan nog wel op de terreinen die zijn gelegen "achter het
gasthuis".
St.-Annakapel is voor
de voetbedevaarders naar Scherpenheuvel steeds de plaats geweest waar `s nachts
het vertrek werd gegeven. Dit is in voege sinds 1810. Ook nu nog heeft daar de
inzet van de bedevaart plaats nadat er eerst de Mis is opgedragen. Bij de
terugkeer worden de bedevaarders er telkens verwelkomd door het luiden van het
klokje.
EEN
NIEUWE KAPEL
De bestaande
St.-Annakapel geraakte met de jaren zodanig in verval, dat van restaureren geen
spraak meer kon zijn. Onder leiding van deken Kermans werd reeds in 1943 een
plan gemaakt om een nieuwe kapel te bouwen. Eerst zou deze een kleine
oppervlakte beslaan van enkele vierkante meter. De plannen werden dikwijls
gewijzigd, totdat dan eindelijk het goede te voorschijn kwam. Hiervoor dienden
echter veel moeilijkheden overwonnen. Na een lange procedure, die drie jaar
duurde, werd door de Bestendige Deputatie van Antwerpen aan het gemeentebestuur
van Boom de toelating verleend om de St.-Annakapel, die eigendom was van de
gemeente, af te breken. Dit gebeurde in het jaar 1952 en het zou nog duren tot
in het jaar 1955, eer met de nieuwbouw kon worden begonnen.
Daar de oude
kapel een grote hinderpaal was voor het steeds meer uitgebreider verkeer, moest
ook naar een andere plaats worden uitgezien om de nieuwe kapel te kunnen bouwen.
De familie Van Herck stelde gronden van haar steenbakkerij aldaar ter
beschikking om het plan te kunnen uitvoeren. Dit plan werd ontworpen door
Broeder Raymond van de Broeders van de Christelijke scholen, directeur van de
St.-Lucasschool te Brussel. De uitvoering werd toevertrouwd aan de firma Van
Deuren.
Aangezien de
kapel moest komen aan de rechterkant van de weg, op de gronden van voormelde
steenbakkerij en het niveau van de straat, moest eerst nog een onderbouw worden
gezet. Als de werken werden aangevat, bleek spoedig dat de grond te zacht was om
de nieuwe bouw te kunnen dragen. Daarom werden vooraf 34 palen van 9 meter in de
grond geslagen, volgens het systeem van Pieux-Franky. Hierop werd dan een
betonnen plafond gegoten, waarop de onderbouw van die 9 meter hoogte werd
gemaakt. Deze onderbouw ziet er dan uit als een grote zaal. Boven deze onderbouw
bevindt zich nu de nieuwe kapel. Zij heeft een lengte van 23 meter, is 10 meter
breed en 7 meter hoog. Er is plaats voor 200 kerkstoelen. Er is ook centrale
verwarming.
DE
EIGENLIJKE KAPEL
Bij het binnentreden geeft de kapel een indrukwekkende aanblik. Het altaar is gebouwd in een absis en is uitgevoerd in massief marmer, waarvan het altaarblad en de trappen in vert greco of Grieks marmer zijn. Boven het altaar is een nis. Daarin staat het eeuwenoud St.-Annabeeld dat in hout is gesneden. St.-Anna draagt haar kind Maria op de arm en dit beeldje draagt het Jezuskind. De drie personages zijn gekroond en het beeld zelf is keurig geschilderd. Aan beide zijden is een ruimte voorzien voor sacristie, waardoor een ware symmetrie is bewaard. De muurbekleding is uitgevoerd in Franse marmer "rosé aurore". Er is ook een hoogzaal met wenteltrap en daarnaast staat een biechtstoel. De kommuniebank is weggenomen.


Het
was een smeedwerk van de Bomenaar Henri De Bondt, die ook de beide kruisen boven
de kapel smeedde en het haantje. Aan
de wanden van de kapel prijken de veertien staties van de kruisweg in kunstig
gedreven koper, gemaakt in de abdij van Maredsous.
De
plechtige inzegening van de kapel had plaats op zondag, 15 september 1957 door
Mgr. Schoenmaeckers, hulpbisschop van Mechelen, met nadien een
Eucharistieviering, geleid door deken De Bisschop. Als herinnering daaraan werd
aan de zijmuur rechts bij het binnenkomen van de kapel een gedenksteen onthuld
met volgende tekst:
Tot
meerdere eer en glorie van God
en
ter ere van Sinte Anna
werd deze kapel gebouwd
door
de Familie Van Herck
Bij de 60e verjaardag der priesterwijding
van
Zijne Eminentie Kardinaal Van Roey
door
Zijne Excellentie Monseigneur Schoenmaeckers
Vicaris-Generaal van het aartsbisdom
15 september 1957
ENIG
MOOIE BRANDGLASRAMEN
De voorstellingen op de
brandglasramen wekken de gelovigen op voor werkelijke sacramentale beleving.
Zij worden terecht beschouwd als een voornaam beeld, om de sublieme figuren uit
ons volk en van de eigen stam nog beter te doen kennen naar hun ware betekenis.
De uitgewerkte motieven in afwisselende aangepaste kleuren scheppen de
symboliek van oprechte schoonheid die aangrijpen.
De tekeningen van
de glasramen zijn gemaakt door Broeder Emiel van de St.-Lucasschool van de
Broeders der Christelijke scholen, naar de hem verstrekte opgaven. Het brandglas
werd gemaakt door gebroeders Timmermans te Brussel.
De zeven
sacramenten zijn er afgebeeld. Aan de evangeliekant zien we van voor naar
achter: het Doopsel, de H. Eucharistie, de Biecht, het Vormsel. Aan de
epistelkant van achter naar voor: het Huwelijk, het Priesterschap, het H.
Oliesel. Aldaar als achtste raam: het heilsplan van God, algemeen gezien.
HET
DOOPSEL
De
kleur van dit glasraam is overwegend wit, als kenmerk van de onschuld die in het
Doopsel wordt verkregen. Symbolisch wordt dit nog onderlijnd door de figuur van
de lelie bovenaan. De hoofdfiguur is pater Lievens (1856-1893). Het is de grote
Vlaming die in de missielanden van Indië het Doopsel heeft toegediend. Het is
de bedoeling geweest in de glasramen Vlaamse heiligen en Vlaamse geloofshelden
voor te stellen met hun bijzonderste uiting van het werk dat zij hebben verricht
en daarom past pater Lievens hier op zijn plaats.
In
de rechterbovenhoek staat de figuur van de H. Remigius. Hij is wel geen Vlaming,
maar voor het Doopsel mag worden vermeld dat hij Clovis doopte op Kerstdag 496
met 3000 Frankische edellieden. Hij wordt de grote apostel van de Franken
genoemd (437-533). Aldus is hij ook een apostel van Vlaanderen. Achter hem staat
de kathedraal van Reims, de plaats waar de H. Remigius werkte.
In
de linkerbovenhoek is er een voorstelling van een schilderij die in 1618 werd
gemaakt voor de Prudentiakerk te Rome. Het knaapje daarop afgebeeld draagt een
hart, door een engelbewaarder geleid. Het hart is het symbool van de liefde,
die door het Doopsel wordt ingestort. De engel zelf draagt een gouden anker,
symbool van de hoop en boven het knaapje staat de zon van het geloof. Dit alles
vormt dus een beeld van de drie goddelijke deugden, die in het Doopsel met de
heiligmakende genade worden ingestort.
DE
H. EUCHARISTIE
De
overwegende kleur van dit raam is goudgeel, om de verhevenheid van dit sacrament
aan te duiden. Het symbool is de druiventros met korenaren (wijn en
hostiebrood). De hoofdpersoon is priester Poppe (1890-1924), geboren te Temse en
overleden te Moerzeke. Hij was de promotor van het Eucharistisch leven in
Vlaanderen. Naast hem staat het teken van de E.K. (Eucharistische Kruistocht).
Ook prijkt op dit raam de figuur van Paus Pius X, de insteller van de
veelvuldige en vroegtijdige communie.
DE
BIECHT
De
Biecht is het sacrament van de boete, vandaar de paarse kleur. Als symbool zijn
er twee sleutels, omstrengeld door een rood lint. Dit betekent niet alleen de
macht van te binden en te ontbinden in de biechtstoel, maar ook dat door de
Biecht de hemel kan geopend worden. Dit wordt verzinnebeeld door een gouden
sleutel. Voor de opening van het vagevuur is er een zilveren sleutel. Het rode
lint is een beeld van de pauselijke oppermacht, waaruit de rechtsmacht van de
priesters voortvloeit.
De figuur is het
heilige paterken van Hasselt, pater Valentinus Paquay (1828-1905). Als
nevenfiguur staat er de martelaar van het biechtgeheim: de h. Joannes
Neponucenus (13301383). Op 20 mei 1383 werd hij, na veel martelingen, door
koning Wenceslaus te Praag in het water van de rivier de Moldau geworpen. Hij
was de hofkapelaan en omdat hij de biecht van de koningin niet wilde verklaren
aan de koning, werd hij gefolterd en daarna in het water geworpen
We
zien ook de brug waarop zijn standbeeld staat, met op de achtergrond de
kathedraal van Praag. Naar een legende schenen er vijf wondere lichten in de
rivier, waardoor zijn lijk werd gevonden. Deze lichten worden weergegeven door
vijf sterren in het stromend blauwe water.
HET
VORMSEL
De
rode kleur van het raam betekent dat wij door het Vormsel toenemen in de liefde
tot God. De hoofdpersoon is de H. Servatius, de eerste bisschop van onze
gewesten. Hij was de oudste apostel van Nederland, afkomstig uit het Oosten en
waarschijnlijk uit Armenië. Reeds in 338 bekleedde hij de bisschopszetel van
Tongeren, die in die dagen een voorname en bloeiende stad was. Hij was een
trouwe verdediger van de waarheid. Ook was hij al oud toen hij naar hier kwam
tijdens de grote volksverhuizing, die heel West-Europa in beweging bracht. De
woeste Hunnen bedreigden ook deze streken, nadat zij reeds Midden-Duitsland
hadden bezet. Zij vervulden de bevolking met schrik en angst. Hij bad om het
zondige Tongeren te sparen. Bij een verschijning vernam hij dat het lot van de
stad beslist was. Hij keerde terug en zegde wat er gebeuren zou. Hij begaf zich
naar Maastricht. Door zijn gebed werd deze stad gespaard, toen de stad Tongeren
door de Hunnen werd geplunderd en tot de grond toe vernield. Servatius
overleed te Maastricht op 13 mei 384. De gelovigen begroeven hem nabij de brug
over de Maas en dekten zijn graf met een marmeren steen. De legende zegt dat op
deze steen nooit sneeuw viel. Op zijn graf werd de St.-Servatiuskerk gebouwd, de
oudste kerk.
Deze heilige is
naar verbonden met de familie van Sint-Anna. Na de dood van de H. Joachim is de
H.Anna nog tweemaal getrouwd geweest. Uit dit nageslacht zijn verschillende
apostelen voortgekomen. De H. Anna had nog een zuster Ismeria, die ook gehuwd
was. Een van haar zonen, Eliud, trad in het huwelijk en deze had weer een zoon,
Enim. Een zoon van deze Enim was de H. Servatius. Dus was de overgrootmoeder van
de H. Servatius een zuster van de H. Anna.
Door
het vormsel worden wij ridders van Christus. Door Vlaamse geloofshelden en een
heilige wordt dit ridderschap aangegeven: de gelukzalige zuster Amandina van
Schakkebroek in Limburg (1872-1900), martelares in China, waar ze slechts één
jaar was voor missiearbeid. Zij staat afgebeeld met een witte palm. Ook de H.
Joannes Berchmans van Diest prijkt op het raam. Hij is jong gestorven te Rome.
Als derde figuur is er de dienaar Gods broeder Isidoor van de Passionisten en
gestorven in Kortrijk.
Het
wapenschild staat er bij als het symbool van dit ridderschap: een wit schaap op
een groene achtergrond. Groen is de kleur van het geloof en het schaap zelf is
het symbool van de liefde. Het zelf geven van het schaap wordt daardoor
uitgedrukt: vlees om te eten, melk om te drinken, vacht om te kleden. Aldus
wordt uitgedrukt dat de drie goddelijke deugden door het sacrament van het
Vormsel tot een verhoogde werking komen.
HET
HUWELIJK
De kleur van het raam is blauw, omdat ieder huwelijk het huisgezin van Nazareth moet tot voorbeeld hebben. De H. Familie, met Maria als hoofdpersoon in het huwelijk, wordt tot voorbeeld gesteld, vandaar de blauwe kleur.
Het
voorgestelde huwelijk op het raam is dit van de ouders van de H. Theresia van
Lisieux: Louis Martin (1823-1894) en Zelie Guerin (183 1-1877). Op 13 juli 1858
werd `s nachts te 12u. hun huwelijk voltrokken te Alençon (Frankrijk). De twee
ineengestrengelde ringen zijn het symbool van het huwelijk. De nevenfiguren zijn
de H. Joachim en de H. Anna, de grootouders van Jezus.
HET
PRIESTERSCHAP
Het
Priesterschap is gekenmerkt door de maagdelijkheid en de zuiverheid. De
symbolische kleur is het oranje en als symbolen staan er de kelk en de pateen
bij. Als hoofdfiguur prijkt Paus Pius XII (1876-1958). Achter hem staat het
miraculeus beeld van O.-L.-Vrouw van Boom, gekleed in een goudbrokaat mantel en
getooid met juwelen en andere versierselen. Dit beeld is daarop voorgesteld als
de beschermster van onze straat. Achter haar bevindt zich de O.-L.-Vrouwkerk,
waarin dit beeld wordt bewaard en vereerd.
HET
HEILIG OLIESEL
De
kleur voor dit sacrament is groen, de kleur van de hoop. Als symbool staat er
een anker, dat de redding brengt. De hoofdfiguur is Pater Damiaan De Veuster
(1840-1889). Hij was geboortig van Tremelo en trok naar het eiland Molokaï om
er de melaatsen bij te staan. Hij zelf stierf er van deze vreselijke ziekte bij
het verzorgen van de melaatsen. Zijn stoffelijk overschot werd in 1935 naar ons
land overgebracht en ligt begraven in de kerk van de H.H. Harten (Picpussen) te
Leuven. Het lag in zijn bedoeling de melaatsen op de goede dood voor te
bereiden. Ook staat er St.-Jozef, patroon van de goede dood.
GODS
HEILSPLAN
Het
achtste raam is deze van Gods Heilsplan. De sacramenten dienen tot heiliging van
de mensen en vormen dus een onderdeel van Gods algemeen plan.
Van
onder naar boven zien we de schepping, zoals ze verhaald wordt in het
proto-evangelie, ofwel in het boek Genesis. Daarna komt de zondeval van de
eerste mens. God belooft echter een verlosser. Toch blijft de wereld zondig en
God wil alles verdelgen, vandaar de ark van Noë, voorafbeelding van de Kerk.
God sluit echter een verbond met de mensen, gesymboliseerd door de regenboog.
Gods verlossing komt nader en we zien de stamvader Abraham met Isaac, reeds een
voorafbeelding van het offer van Christus. Mozes leert ons de wet van God in de
10 geboden en de profeet Isaïas is de grote dominerende figuur, de enige weg
tot eeuwig leven. Boven deze figuur zien we zijn kruisdood en zijn verrijzenis,
waardoor we langs de Kerk in de hemel kunnen komen. De Kerk is
verzinnebeeld door de figuur van St.-Petrus. Van de hemel wordt ons het
hoogtepunt van de eeuwige zaligheid voorgesteld door een symbolisch beeld van de
H. Drievuldigheid: een kruis als God de Zoon, een hand als God de Vader en een
duif als God de H. Geest.
Bij de inzegening in 1957 prijkten deze acht ramen in de kapel. In 1967 werden
er nog de volgende vijf ramen geplaatst om aan de kapel nog een mooier uitzicht
te geven.
DE
GOEDE HERDER
Boven
de ingang van de kapel wordt in een groot cirkelvormig raam de Christusfiguur
voorgesteld, getooid in een prachtig rood gewaad, die zowel door het hoog
gestalte als door de uitdrukking van het wezen, een diepe indruk maakt. Met een
innemende blik staat de goede Herder tussen een grote troep schapen. Door deze
symbolische samenstelling wordt de parabel uit de bijbel voorgesteld en
uitdrukking gegeven van waarachtige goedheid en vertrouwen. De Christusfiguur
wenkt de mensen tot Hem te komen en is er als het symbool van de Opperherder van
de Kerk en van de gelovigen.
O.-L.-VROUW
VAN SCHERPENHEUVEL
Enig
aantrekkelijk is het kleiner raam aan de rechterzijde van de ingang. Daarop
prijkt het beeldje van O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel. Dit mag zeker een
prijzenswaardig idee genoemd worden. Het is immers aan de St. -Annakapel , dat
sinds 1810 telkens het vertrek werd gegeven voor de bedevaart. Het genadebeeldje
is er heel fijn voorgesteld: gehuld in zijn lichtblauwe mantel, daar rond een
gevlochten bloemenkrans en op de achtergrond het liefelijk beeldje in een frisse
omlijsting. Voor de bedevaarders naar Scherpenheuvel zal dit beeldje steeds de
herinnering opwekken aan hun lange tocht en ertoe bijdragen de devotie tot hun
gezegende patrones nog verder te doen toenemen. De plaatsing van dit raam is dan
ook door de broederschap ten zeerste gewaardeerd, om hierdoor de bedevaart
levendig te houden, met de daaraan verbonden devotie. Eertijds werd de bedevaart
ingezet met een Eucharistieviering in de parochiekerk, waarna het vertrek
geschiedde aan de kapel. Sinds 1968 gaat deze voorafgaande kerkelijke
ceremonie door in de kapel zelf te 12.15 uur, met daarna onmiddellijk het
vertrek.
PAUS
JOANNES XXIII
Aan de linkerzijde achteraan bij de ingang prijkt het glasraam van deze roemrijke figuur van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was de grote paus van het Vaticaans Concilie en het hoofd van de Kerk vanaf het jaar 1958 tot 1963. De beeltenis van deze grote kerkvoogd blijft voortleven, omdat hij in het kerkelijk leven een onvergetelijke rol heeft gespeeld en wiens nagedachtenis zal geëerd blijven.
SINT-PIETER
Naast
het hoofdaltaar rechts prijkt het raam met de prins der apostelen, die door
Christus als opperherder van de kerk werd aangesteld. Sint-Pieter is ook de
patroon van de steenbewerkers. Daar de kapel hier staat midden de
steenbewerkersplaatsen van de steenbakkerijen, is deze afbeelding van St.-Pieter
hier zeker op zijn plaats. In zijn hand draagt hij de sleutel. Christus heeft
hem gezegd: "Ik zal U de sleutels geven van het rijk der hemelen en al wat
gij op aarde zult binden, zal in de hemel gebonden zijn en al wat gij op aarde
zult ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn".
H.
FRANCISCUS XAVERIUS
Aan
de linkerzijde van het altaar staat op een glasraam de grote figuur van deze
geloofsprediker. Het was een Spaans edelman die Franciscus heette. Hij werd
geboren op het kasteel Xaverius nabij Pampeluna op 7 april 1506. Hij studeerde
aan de hogeschool van Parijs, samen met Ignatius van Loyola, de latere stichter
van de orde der Jezuïeten. Deze bracht Franciscus tot nadenken. Hij was een der
zes eersten die zich bij de stichter van de orde aansloten. Eerst was hij
werkzaam te Rome, maar werd door Ignatius naar Oost-Indië gezonden. Daar verkondigde
hij twaalf jaar het evangelie. De kusten van Voor- en Achter Indië, de
Molukken, Ternate, het grote eilandenrijke Japan, zagen hem achtereenvolgens aan
het werk met prediken en het verrichten van wonderen. Honderdduizenden heeft hij
met eigen hand gedoopt, kerken werden door hem opgericht. Hij was gereed om
China binnen te treden, toen hij eenzaam en verlaten stierf op het eiland
Sancian, in het zicht van de kust, op 2 december 1552. Hij was 46 jaar.
Op
de achtergrond van het raam zien we een Indisch landschap met `n pagode, terwijl
hij het doopwater uitgiet over het hoofd van een inboorling.
Dit raam is geplaatst
ter ere van de schenker van de kapel, die de naam draagt van deze heilige.
Achteraan naar buiten zijn er de steenbakkerijen.
AAN
HET ALTAAR
Naast deze mooie
glasramen is er een mooi hoofdaltaar. Op de deur van het tabernakel staat in
koperdiepdruk een pelikaan, symbool van goedheid en liefde en die wijst op
Christus. Er staan zes koperen kandelaars en op het altaarblad staat de
godslamp. Een massief koperen kruisbeeld staat bovenaan. Op het koor bevinden
zich een mooi houten altaar, een zitbank en een koperen lezenaar. Aan de
linkerzijde staat er een marmeren doopvont met gewijd water en een hoge
kandelaar met de paaskaars. Er is ook een orgel om de gezangen te begeleiden.
Een oud wit stenen Mariabeeld heel vooraan staat aan de rechterkant. In een
staander rechts op het koor branden een aantal kaarsen tijdens de diensten.
EREDIENSTEN
Van
zodra de kapel op 15 september 1957 was ingezegend, werd op zondag en op de
geboden feestdagen de Eucharistieviering ingesteld, telkens om 9 u. De inwoners
van de wijk en ook van daarbuiten, zijn er steeds aanwezig om door gezamenlijk
meebidden en zingen een liturgische ceremonie te kunnen beleven. De
gelegenheid voor die ware belevenis wordt mogelijk gemaakt door het aanbieden
van de verschillende teksten, zowel voor het samen bidden als voor het samen
zingen. Aan de kapel is ook een koster, een lector en een organist verbonden,
die instaan voor de goede begeleiding.
De
eerste bedienaar van de kapel was E.H. Hulselmans, daarna E.H. Verbruggen en
vervolgens E.H. Van der Aa, onderpastoors van de parochie.
De
feestdag van St.-Anna op 26 juli wordt telkens plechtig gevierd met een
Eucharistieviering en de verering van de H. Relikwie. Ook wordt dan het loflied
gezongen ter ere van de H. Anna, op tekst van A. B. en naar de zangwijze van het
lied: "De Rode Roos van Jezus' Harte Wonde".
LOFLIED
TER ERE VAN SINT - ANNA
Sint
Anna zoet, o Moeder van Maria
Door
ons bemind, hier eeuwen lang vereerd, Wij bidden U, geef ons uw milde zegen,
Waak over ons, uw naam blijve geëerd.
Keervers:
O Moeder Anna, hoor onze beê,
Schenk
ons genaden, breng ons uw vreê. (2)
Wij
groeten U om al uw schone deugden, Het waar geluk in `t heilig huisgezin, Wij
vieren U om al uw grote vreugden, Zij sieren U om heel uw vrome min.
Zie
neer op ons, Gij lieve goede Moeder, Zegen uw volk, U blijven w' altijd trouw,
Geef ons uw hulp, en wil ons steeds geleiden, Wij bidden U, o goede lieve vrouw.
EEN
KLOK VOOR DE KAPEL
In
1967 was het 10 geleden dat de nieuwe kapel werd ingehuldigd en voor de
eredienst opengesteld. Dit heuglijk feit diende dan ook herdacht om er een
heuglijke viering van te maken. Het kapelcomité, bestaande uit E.H. Verbruggen,
Armand Bal, André De Decker, Walter Van Oosten en Paul Wuyts opperde het idee
om ter gelegenheid van deze herdenking in het torentje een klok te laten
aanbrengen. Dit zou er toe bijdragen de kapel hiermee te verrijken en om de
gelovigen van de wijk op te roepen voor het Eucharistie vieren.
Voor
deze onderneming werd contact opgenomen met de klokkengieterij Sergeys te Leuven
en na tal van gedachtewisselingen en zaakrijke besprekingen, werd toen beslist
en klok te bestellen, aangepast aan de ruimte van het torentje. Deze zou 95 kg
wegen en 52 cm doormeter hebben, gegoten in extra brons en worden voorzien van
een passend opschrift.
Om
de aankoop hiervan te bekostigen, werd beroep gedaan op de medewerking en de
liefdadigheid van de inwoners van de wijk Hoek en de Kapelstraat, ingezetenen
en gekende personen van de parochie en de verschillende godsdienstige
genootschappen en christelijke organisaties.
Deze oproep werd
zeer gunstig beantwoord, zowel door de inwoners van de wijk als door zoveel
andere bereidwillige mensen. De ontvangen gelden overtroffen alle verwachtingen,
zodat de klok er zeker kon komen. Met het overschot van de geschonken bedragen
konden nadien nog enkele nuttige voorwerpen worden aangekocht: een nieuw
eikenhouten altaar voor het koor om de Eucharistievieringen te laten doorgaan
naar de nieuw voorgeschreven ritus, een houten zitbank, kandelaars voor dit
altaar, een kruisbeeld, waskaarsen, ampullen en misboekjes voor de gebeden en de
gezangen.
Op zondag 3
december 1967, na contact te hebben genomen met het bisdom, had de plechtige
inzegening van de nieuwe klok plaats en werd ook het nieuwe altaar gewijd. Deze
ceremonie werd voltrokken door Monseigneur Eykens, Vicaris van ons bisdom,
bijgestaan door deken De Bisschop en E. H. Hulselmans, pastoor van de parochie
van het Onbevlekt Hart van Maria te Aartselaar en eerste bediener van de kapel.
Als
meter van de klok trad op mevrouw Clementina Wuyts - Coppens en als peter Armand
Bal. Monseigneur hield na het evangelie van de Eucharistieviering de homilie om
hierover zijn dank te betuigen voor de gedane inspanningen en om tevens zijn
gelukwensen aan te bieden voor het voorbeeldig werk dat hierdoor werd
verwezenlijkt. De nieuwe klok stond mooi versierd opgesteld vooraan in de kapel.
Tijdens de plechtigheid werden op het hoogzaal de gezangen uitgevoerd door het
knapenkoor van de Voorbereidende Afdeling van het O.-L.Vrouwcollege, onder
leiding van de heer Edward Van Ranst.
Als aandenken werd aan alle
aanwezigen een prentje uitgereikt, waarop volgende tekst te lezen stond:
Ik
heet Anna
Als
U mij hoort over loodsen en gelagen,
Roep ik U op tot de dienst van de Heer,
Met mijn klanken wil ik U altijd behagen,
Luister naar mij en bid Gode ter eer.
Aandenken
aan de plechtige inzegening
van de klok
in St Annakapel
door Mgr Eykens
Meter:
Mevr. Clementina Wuyts - Coppens Peter: Heer Armand Bal