TEN BOOME


De overstroming van 12 maart 1906


Foto: postkaartenarchief gemeente Boom

 

door Marc Verlinden

De Rupel, waalangs onze gemeente is gelegen, heeft voor Boom in het verleden gezorgd voor economische bloei en werkgelegenheid. Zo zullen de bakstenen die vervoerd werden via het water reeds lang niet meer te tellen zijn.

Diezelfde Rupel heeft echter ook al heel wat ellende teweeggebracht. Net als de bakstenen, die niet meer te tellen zijn, zo zijn ook de overstromingen door de eeuwen heen stilaan ontelbaar geworden.

In het Rijksarchief van Antwerpen kan je een dossier raadplegen, aangaande de natuurrampen die er in Boom hebben plaatsgehad, waaronder de overstromingen. De beginperiode van dit dossier vangt rond 1817 aan.

Zo bevat dit dossier ook de grote overstroming van 12 maart 1906 waarvan je dus in dit artikel meer zal vernemen. Ik vestig uw aandacht op Agrote overstroming@ want Boom heeft er ook zeer veel Akleine@ gekend, waarvan geen archiefstukken bestaan.

Toen ik mijn jeugdjaren doorbracht in de vrijheidstraat was het Anormaal@ dat onze straat enkele malen per jaar onderliep. De lezers die tijdens de jaren >70 in de vrijheidstraat woonden zullen zich dit zeker herinneren.

Sommige bewoners van die straat hadden aan de voordeur profielen aangebracht. Bij een overstroming kon men daar dan een plank inschuiven. Voor deze plank nog enkele AVaderlanderkes@ en dan maar hopen dat de schade beperkt bleef.

Als kind beleef je dit natuurlijk anders. Dan is dit alles spannend, en soms was het ook nuttig als de overstroming plaatshad op het moment dat ik >s morgens naar school moest. Ik moest dan tegen mijn goesting thuisblijven...

In het begin van de jaren >70 woonden wij op ANoeveren@ en dit in nr.1. Dit huis is ondertussen afgebroken en bevond zich aan de scheepswerf AVan Den Bosch@.

Vlak naast ons huis bevond zich een beek die de scheiding vormde met de vroegere zinkfabriek. Het was deze beek die ons als kind veel plezier heeft doen beleven. Zij stond immers in verbinding met de Rupel en was zodoende ook onderhevig aan het getij.

Onze tuin, die aan de scheepswerf grensde, was lager gelegen dan het huis. Bij een overstroming hadden wij dus een privé-meertje. We maakten een vlot en hadden zodoende dagenlang vaarplezier en dit tot het water geheel was weggetrokken.

Tot hier de positieve kant van een overstroming die niet opweegt tegen de negatieve. Wij hadden het Ageluk@ dat enkel de kelder onderstroomde, en niet het huis, wat bij vele mensen wel zo was. Buiten al de materiële schade die zij opliepen hadden zij dan ook nog een stank in hun huis. Gelukkig is deze periode nu voorbij en hopelijk blijft dit ook zo.

Toen ik dit artikel schreef probeerde ik mij het dagelijkse leven in te beelden van de mensen in die vooroorlogse periode. De meeste bewoners van de wijken Hoek, Noeveren en Vrijheidshoek waren arbeiders, waarvan er velen waren tewerkgesteld in de steenbakkerijen. Het waren deze hardwerkende mensen die regelmatig geplaagd werden met overstromingen.

Het levensnoodzakelijke drinkwater kwam uit waterputten die bij een overstroming niet zelden werden bezoedeld door het Rupelwater vermengd met uitwerpselen. Het gevaar voor ziekten was dan ook niet ondenkbaar.

In hun kelders lagen o.a kolen en eetwaren opgeslagen. De tuin, die nu voor de meesten onder ons een liefhebberij is, was voor hen van levensbelang. Een overstroming berokkende in die tijd dus niet alleen materiële schade, maar was ook levensbedreigend. Het was in vele gevallen een kwestie van te overleven.

De archiefstukken die ik voor dit artikel heb geraadpleegd bevatten grotendeels de briefwisseling tussen het gemeentebestuur en het provinciebestuur. Gelukkig bevat het ook twee lijsten met de namen van de getroffenen en de schade die zij opliepen. Zo kunnen we ons een beeld vormen van de omvang van de ramp.

Later hoop ik het hele dossier van de natuurrampen te kunnen publiceren. Hiervan zal de overstroming van 1906 een hoofdstuk vormen.

Vooraleer je dit artikel begint te lezen is het misschien handig om te weten dat de originele tekst van de archiefstukken cursief gedrukt is.

Marc Verlinden

Op 14 maart 1906, twee dagen na de ramp, ontving de burgemeester een telegram van gouverneur Fredegand Cogels.

Verzoek morgen voor negen uren verslag te doen over de overstroomingen, hare oorzaak, nabijkomende uitgestrektheid, aard der schade, genomen maatregelen, huidige toestand, welke maatregelen dienen nog genomen.

Het antwoord van de burgemeester op dit telegram is jammer genoeg niet in de archiefstukken opgenomen.

Ten gevolge van de overstroming deden er zich instortingen voor. Politiecommissaris De Facq diende op vraag van de burgemeester een onderzoek in te stellen. Hij schreef de burgemeester op 16 maart volgende brief:

Mijnheer de burgemeester,

Gelijkvormig aan uw bevel van heden, heb ik de eer u te melden, dat als gevolg van instortingen die zich voorgedaan hebben, op het gelaag van madam weduwe Spillemaeckers-Pauwels, rentenierster, antwerpschestraat alhier, het huis nr.41, gelegen schomme en bewoond door de echtgenooten De Pauw-Cop, en hunne kinderen, daar deze instortingen gevaar verwekt voor de inwoners en hun bevel is gegeven van binnen de 24 uren dit huis te verlaten.

 

De politie commissaris

In Antwerpen vroeg men zich af of er bij de overstroming buurtwegen waren beschadigd. De burgemeester ontving op 20 maart van het Abureel van den provincialen ingenieur@ volgende brief:

 

Mijnheer de Burgemeester,

 

Naar aanleiding eener onderrichting van den heer Minister van landbouw heb ik de eer U te aanzoeken, bij hoogdringendheid mij te laten weten of er, op het grondgebied uwer gemeente, gekasseide of ongekasseide buurtwegen onlangs door overstroomingen beschadigd werden en door welke waterloopen. Gelieve in voorkomend geval de nummer en de benaming dier wegen, alsook den aard der beschadiging op te geven.

Aanvaard mijnheer de Burgemeester, de verzekering mijner hoogachting.

 

De provinciale Ingenieur

Gouverneur Fredegand Cogels zond op 22 maart 1906 een brief aan alle gemeentebesturen in de provincie Antwerpen die getroffen waren door overstromingen. In deze brief stonden de richtlijnen die gevolgd dienden te worden met het oog het risico te beperken op ziekten en besmettingen. Zo ontving ook het gemeentebestuur van Boom deze brief. De inhoud luidde als volgt:

Aan de gemeentebesturen,

Mijnheeren,

De overstroomingen die in onze provincie komen plaats te hebben maken het den gemeentebesturen ten plicht met de grootste zorg te waken op de naleving der gezondheidsvoorzorgen welke in dergelijke omstandigheden dienen genomen te worden.

Namens het staatsbestuur had ik de eer U, bij mijnen omzendbrief van 31 januari 1906, de onderrichtingen te herinneren voorschreven bij omzendbrief van 8 november 1894, gelascht in het Staatsblad van den 11n dier maand blz.3661.

Gij zult waarschijnlijk deze onderrichtingen reeds onder het oog hebben genomen, die door den hoogeren gezondheidsraad van het Ministerie van landbouw zijn opgesteld en de maatregels aanduiden die in de gemeenten door de overstroomingen getroffen, dienen te worden genomen.

Het is U niet onbekend dat de overstroomingen altijd zeer nadeelige gevolgen hebben voor de gezondheid van de bevolking. Het voornaamste gevaar ligt in de vochtigheid der openbare wegen en der woningen, ten gevolge der inspoeling van water gemengd met organieke stoffen, alsook in het bederven van drinkwater.

Dergelijke toestand kan de verschijning van gevaarlijke ziekten medebrengen, indien men geene onmiddellijke voorzorgen neemt, om de plaatsen, de huizen en het drinkwater gezond te maken.

Gij begrijpt dus al het belang dat de uitvoering van de aangewezen maatregels oplevert, en zult dus, in het voorkomend geval zorgen, dat zij door U onmiddellijk en op afdoende wijze worden nageleefd.

Indien er op het grondgebied uwer gemeente overstrooming is geweest, dan verlang ik, Mijnheeren, zonder uitstel te vernemen of er is voldaan aan de bestaande onderrichtingen, welke in den hierbijgevoegden tekst nogmaals worden herinnerd.

De gouverneur,

Fredegand Cogels

Onderrichtingen aangaande de te nemen gezonheidsmaatregelen in de plaatsen door de overstrooming getroffen.

 

Deze maatregels zijn tweederlei:

A) Deze ten laste der overheid;

B) Deze door de bijzonderen te nemen.

Zij betreffen:

I) De gezondmaking der gemeenten;

II) De gezondmaking der woningen;

III) De zuivering van het drinkwater.

 

I. Gezondmaking der gemeenten.

1) Eene der eerste zorgen der plaatselijke besturen zal het droogmaken des gronds zijn. Zij zullen, diensvolgens de noodige maatregels voorschrijven om aan de stilstaande waters het afvloeien zoo volkomen en zoo snel mogelijk te maken, met behulp der gewone middels( draineering, riolen, greppels, enz.);

2) In de bewoonde gedeelten der gemeente, zal het slijk, op de wegen aangespoeld, spoedig weggenomen en op de landbouwgronden vervoerd worden, op ten minste 100 meters afstand der woningen;

3) De lijken van dieren, zelfs deze van kleine gravers, zooals mollen, ratten, veldmuizen, enz., na de afvloeiing van het water op den grond gebleven, zullen onmiddellijk onder eene laag aarde, van ten minste 50 centimeters, in den grond gedolven worden;

4) Het hooi en andere grasplanten, die overwaterd en bedolven werden, moeten op den grond opengespreid en door eene diepe omspitting begraven worden. In de plaatsen waar deze bewerking niet mogelijk zoude zijn, ter oorzaak van den aard der teelten, zal men deze bedorvene stoffen moeten verbranden. De voederplanten en andere gewassen, die enkel bevochtigd werden, mogen gedroogd en als strooisel benuttigd, maar in geen geval tot beestenvoeder gebruikt worden.

II. Gezondmaking der woningen.

 

5) In de woningen, die door het water ingenomen werden, moet men spoedig het aangespoelde slijk wegnemen, enzoo volkomen mogelijk al de plaatsen reinigen;

6) Deze woningen zullen daarna door eene sterke verluchting en bij middel van groote vuren, bovenal in de kelders en in de benedenverdieping aangestoken, droog gemaakt worden. Men zal te dien einde de bestaande haardsteden kunnen gebruiken en zorg dragen de luchtgaten der kelders, de deuren en de vensters open te houden terwijl men vuur maakt;

7) Om de droogmaking der hutten en der gebouwen, die geen kelders hebben, te verhaasten, zal men rond deze woningen draineerriolen maken overal waar de natuurlijke afvloeiing des waters mogelijk is;

8) In de gebouwen zonder plankenvloer of plaveisel, zal men op den grond, na het slijk weggenomen en den grond op ten minste 5 centimeters diepte opgeharkt te hebben, een mengsel van gestampte houtskool en zavel of gedroogde kleiaarde strooien;

9) In de beplankte of geparketteerde kamers, moet men zorgvuldig de voegen reinigen en daarna overgaan tot eene wassching bij middel van eene ontsmettende oplossing van sublimaat of pheniekzuur.(Voor de bereiding dezer oplossingen, men zie de notitie op de ontsmetting in 1894 door de regeering uitgegeven.)

In de gemeenten waar het water de drekstoffen der beerputten meegevoerd en verspreid heeft, is het van het grootste belang, indien de reiniging en wassching der plankenvloeren alle reuk niet wegnamen, deze vloeren te doen opnemen, het onderdeel te reinigen, en vooraleer de planken opnieuw vast te maken, er eene laag gestampte houtskool van 5 of 6 centimeters dikte te strooien, bij gebrek aan houtskool, een mengsel van droog zand, stof van coke of assche;

10) In de deelen der woningen waar het water binnegevloeid is, moeten de beschadigde behangpapieren afgetrokken en de muren, na tot den grond afgekrabd geweest te zijn, gewit worden.(Men zie voor de bereiding der kalkmelk de notitie waarvan in bovenstaand nummer gesproken wordt.)

11) De verschillige stelsels van gezondmaking bij nrs 5, 6, 7, 8 en 10 aangeduid( afkrabbing der muren en bestrijking met kalkmelk) moeten toegepast worden aan al de lokalen waar men dieren ophoudt (peerden en koestallen, verkenskoten enz.);

12) Het is van belang zoo laat mogelijk de overstroomde huizen opnieuw te bewonen en enkel nadat alle spoor van vochtigheid verdwenen is. Men zal vooreerst bij voorkeur de bovenverdiepingen bewonen, en de meubels zooals behangsels, beddengoed, enz., slechts benuttigen nadat zij door eene wassching wel zullen gereinigd zijn.

13) De gemeentebesturen zullen zorgen dat de lokale tot openbare diensten bestemd, namelijk de hospitalen, de kerken, de scholen enz., niet opnieuw gebruikt worden vooraleer zij aan de hierboven gemelde stelsels van gezondmaking onderworpen werden.

III. Het drinkwater

14) De putten die overstroomd werden moeten zooveel mogelijk geledigd worden, en tot den gronde gereinigd. Na de ontslijking, zal men er eene laag drooge houtskool van 30 centimeters dikte ingieten, overdekt met dik kiezel, ofwel houtskool in eene zak gesloten;

15) In al de gevallen dat het drinkwater door de menging van het water der overstrooming bedorven zou zijn, mag men het niet in den natuurlijken staat gebruiken. Men zal het voor het huiselijk gebruik niet bezigen dan wanneer, behalve de middels van filtreering, die altijd nuttig zijn, het gedurende eenen voldoende tijd( eene tot twee uren) zal gekookt hebben. Het zal goed zijn, wanneer dit water moet als drank dienen, er eene geurige stof, zooals koffie, suikerij, thee enz., bij te voegen;

 

16) Wat het klaarmaken betreft van het water dat als drank voor de dieren moet dienen, zal men aluin kunnen gebruiken. Dit water zal gestort worden in eene kuip of ton voorzien van eene kraan, op 15 tot 20 centimeters boven den bodem geplaatst; twaalf uren alvorens het te gebruiken, zal men er, voor 100 liters of ongeveer 10 emmers, eene hoeveelheid aluin bijvoegen van de grootte eener hazelnoot, voorafgaandelijk in een weinig water opgelost.

Algemeen schikking

 

17) Ten einde de spoedige uitvoering der werken van gezondmaking, hierboven aangeduid, te verzekeren, zal men niets dan gezonde mannen gebruiken. Men zal hun de onthouding van sterke dranken en als voornamen drank het gebruik van koffie aanbevelen.

 

Op 26 maart ontving de burgemeester een telegram van Gouverneur Cogels:

Zijn er ten gevolge overstroomingen in uwe gemeente huisgezinnen die een onmiddellijke ondersteuning noodig hebben en de uitdeeling die kortelings zal gebeuren niet kunnen afwachten zoo ja welke zijn ze en wat is er van hun noode

Gouverneur Cogels, voorzitter van hulpcomiteit

 

Hij ontving volgend antwoord van de burgemeester:

 

De burgemeester of het bestuur heeft onmiddellijke ondersteuning gegeven waar het noodig was. De politie is doende de overstroomde huizen te bezoeken en de bewoners aan te zetten hunne huizen en kelders goed te reinigen en terzelfder tijd onderzoeken en onderhooren zij de geleden schade van deze zullen wij de gouverneur kerende geven.

Het eerste schadeverslag werd op 27 maart afgeleverd bij de politiecommissaris door veldwachter Lodewijk Bal. Hij beschreef de schade in de wijk AHoek@.

 

 

Namen der bewoners

huisnummer

woning

kelder met bornput

zonder bornput

schade

Guilmin Florimond

33

-

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

De Houx Amedé

59

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

Kraey Isidoor

60

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

De Wit Eugeen

61

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

 

Namen der bewoners

huisnummer

woning

kelder met bornput

zonder bornput

schade

Van De Wouwer Edmond

62

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Staes Emiel

68

-

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Weduwe Corremans

69

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Weduwe van Aken

70

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Claes Egied

71

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Smedts Deiré

72

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Kindt Jos

73

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Huybrechts Jos

74

overstroomd

-

overstroomd

een weinig schade aan 2 kasten

Faucompret Jan

75

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Hellemans Karel

76

-

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

Weduwe Frans Bal

111

-

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Coenaerts Frans

99

overstroomd

overstroomd

-

50 fr. aan vlees, bier enz.

Kennes Petrus

101

overstroomd

-

overstroomd

5 fr. aan kolen

Weduwe Peeters

102

overstroomd

-

overstroomd

5 fr. aan kolen en eene kas

Bruyndonckx Louis

104

overstroomd

-

overstroomd

geene

De Bruyn Louis

105

overstroomd

-

overstroomd

geene

Namen der bewoners

huisnummer

woning

kelder met bornput

zonder bornput

schade

Van De Velde August

108

overstroomd

-

overstroomd

geene

Ceulemans Petrus

109

-

-

overstroomd

3 fr. aan bier

Brouwers Louis

118

-

-

overstroomd

20 fr. in werkhuis en kelder

De Roeck Henri

148

-

-

overstroomd

25 fr. aan bier

Peeters Eduard

149

-

-

overstroomd

geen

Coenaerts Willem

150

overstroomd

-

overstroomd

geen

Coenaerts Frans

151

overstroomd

-

overstroomd

geen

Saeyvoet Jan

164

overstroomd

-

-

geen

Van Den Eynde Karel

163

overstroomd

-

-

geen

Beekmans Frans

166

overstroomd

-

overstroomd

60 fr. aan bier, meubelen enz.

Coveliers Jan

167

overstroomd

-

overstroomd

geene

Dijck Frans

1671

overstroomd

-

-

25 fr. aan klederen

Op De Beeck Felix

174

overstroomd

-

overstroomd

geen

Van Houdt Jules

175

overstroomd

-

overstroomd

geen

Cappaert Hippolite

176

overstroomd

-

overstroomd

geen

Van Aken Felix

177

overstroomd

-

overstroomd

geen

Broothaers Jos

178

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Van Reeth Louis

179

overstroomd

-

overstroomd

geen als van arbeid en reinigen

Van Hoof Jos

1791

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Willems Alfons

180

overstroomd

-

overstroomd

10 fr.aan meubelen enz.

Namen der bewoners

huisnummer

woning

kelder met bornput

zonder bornput

schade

De Voegcht Alfons

181

overstroomd

-

overstroomd

30 fr.aan bier enz.

De Herdt Louis

162

-

-

overstroomd

geen

 

De volgende kelders zijn tot heden nog niet gereinigd nrs.162-174-175-176 en 181

De woningen 99-101-102-104-105-108-109-110, vuile goot achter hunne woning laten veel te wenschen voor de gezondheid alsook 177-178 en 179. De overige zijn in den staat als vorens en goed gereinigd

 

Gedaan te Boom den 27 maart 1906

 

De veldwachter

De burgemeester kreeg op 28 maart 1906 een brief van de gouverneur met een vragenlijst. Bedoeling van deze lijst was de schade te bepalen die de overstroming in onze gemeente had teweeggebracht.

Aangezien de burgemeester van de politiecommissaris nog steeds niet alle informatie had gekregen, was het hem onmogelijk om deze lijst aan de gouverneur te bezorgen. Het schaderapport van de wijken Vrijheidshoek en Noeveren werden immers pas op 31 maart bij de politiecommissaris bezorgd. Op 11 april ontving de burgemeester een brief van de gouverneur waarin deze nogmaals verzocht de vragenlijst te bezorgen.

Op 20 april werden alle gegevens door de politiecommissaris aan de burgemeester bezorgd. In een begeleidende schrijft de commissaris dat hij van mening is dat alle huizen grondig zijn gereinigd, en aldus geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de bewoners.

Ook is hij van mening dat de opgegeven schade, en de daaraan verbonden bedragen, volgens hem niet overdreven zijn. Toch moest de gouverneur op 28 april nogmaals een brief versturen naar de burgemeester vooraleer hij het schadeverslag in zijn bezit kreeg.

Zoals u in onderstaande lijst zelf kan vaststellen had de overstroming in de wijken Noeveren en Vrijheidshoek heel wat ellende veroorzaakt.

De lijst werd opgemaakt door brigadier-veldwachter E.Scheurewegh.

 

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

kelder zonder bornput

schade

De Bruyn Edmond

19

overstroomd

overstroomd

-

20 frs. meubelen,

2 kiekens verdronken

De Bruyn Benedikt

20

overstroomd

-

overstroomd

40 frs. Meubelen,

6 kiekens verdronken

Van Reeth August

21

overstroomd

-

overstroomd

15 frs. Meubelen en kleederen

Possemiers Frans

22

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid en reinigen

Aerts Joseph

23

overstroomd

-

overstroomd

idem

Van Herstraeten

48

overstroomd

-

overstroomd

10 frs. Pataten, meubelen

Van Seebroeck Frans

49

overstroomd

-

overstroomd

20 frs. meubelen&

eetwaren

Thijs Frans

50

overstroomd

-

overstroomd

25 frs. kolen, meubelen, eetwaren enz.

De Meyer Frans

47

overstroomd

-

overstroomd

5 frs. kleederen

De Meyer Charles

47 bis

overstroomd

-

overstroomd

15 frs. beddegoed en meubelen

Van Breedam Jan

46

overstroomd

-

overstroomd

5 frs. kleederen en meubelen

Van Den Broeck Leon

45

-

-

overstroomd

5 frs. pataten, kolen

De Bruyn Louis

44

-

-

overstroomd

10 frs. pataten, eetwaren

Budts Frans

51

-

overstroomd

-

3 frs. kolen

Weduwe Boeynaems

53

-

overstroomd

-

geene als van arbeid

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

kelder zonder bornput

schade

Weduwe Van Den Bosch

54

overstroomd

overstroomd

-

25 frs. pataten, meubelen en huisgerief

Bal Joannes

55

overstroomd

-

overstroomd

20 frs. pataten en eetwaren

Possemiers Frans

55bis

overstroomd

-

overstroomd

20 frs. pataten en eetwaren

De Jonghe Eduard

56

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid

Van Linden Egide

65

overstroomd

-

overstroomd

2 frs. eetwaren

Bal Joseph

67

overstroomd

overstroomd

-

15 frs. 2 kiekens verdronken, pataten

De Laet Joseph

68

overstroomd

-

overstroomd

3 frs. eetwaren

Maximus August

70

-

overstroomd

-

geene als van arbeid

Maximus Egide

69

-

overstroomd

-

idem

Van Barel Louis

78

overstroomd

-

overstroomd

20 frs. brood, boter, bloem, pataten

Van Onckelen Frans

79

overstroomd

-

overstroomd

20 frs. zeep, pataten, brood enz.

De Smet Frans

81

overstroomd

overstroomd

-

10 frs. meubelen, kleederen en eene ruit

Wijckmans Joannes

82

overstroomd

heeft geene kelder

 

 

10 frs. meubelen, beddegoed

De Weerdt Joseph

83

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid

Mampaey Louis

84

overstroomd

-

overstroomd

15 frs. kleederen, meubelen

 

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

kelder zonder bornput

schade

De Weerdt Frans

112

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid

Van De Velde Petrus

113

overstroomd

overstroomd

-

7 frs. meubelen, eetwaren

Mampaey Petrus

114

overstroomd

overstroomd

-

2 frs. aan de stoof

Hellemans Frans

110

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid en reinigen

Rijpens August

109

-

-

overstroomd

idem

Van Nimmen August

116

-

-

overstroomd

10 frs. eetwaren

Geeraerts Frans

117

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid

Van Den Bril August

119

overstroomd

-

overstroomd

idem

Wijckmans Joannes Baptist

118

overstroomd

-

overstroomd

15 frs. pataten en eetwaren

De Wachter Theodore

193

stal overstroomd

 

 

 

 

10 frs. gereed-schappen

Carsau Victor

195

overstroomd

-

overstroomd

40 frs. beddegoed, meubelen, eetwaren

Van Linden Alfons

196

overstroomd

-

overstroomd

25 frs. beddegoed, meubelen

Deckers Frans

197

overstroomd

-

overstroomd

25 frs. bier, meubelen, keukengerief

Cop Ferdinand

198

overstroomd

overstroomd

-

15 frs. meubelen, kolen, eetwaren

Watzeels Edmond

199

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid

 

 

 

 

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

kelder zonder bornput

schade

Huyck Leo

200

overstroomd

-

overstroomd

30 frs. vleesch, pataten, kolen enz.

Verbruggen Jules

205

overstroomd

-

overstroomd

35 frs. bier, sterke dranken en huisgerief

Claes Petrus Joannes

201

overstroomd

-

overstroomd

10 frs. huisgerief, meubelen, eetwaren

Van Den Bril Frans

202

overstroomd

-

overstroomd

25 frs. meubelen, eetwaren en twee vazen

Lissens Jan

203

overstroomd

-

overstroomd

5 frs. pataten, eetwaren

Weduwe Huyck

204

overstroomd

overstroomd

-

5 frs. eetwaren

De Groot Alfons

207

overstroomd

-

overstroomd

10 frs. kolen en eetwaren

Coesemans Frans

208

-

overstroomd

-

geene als van arbeid

Struyf Louis

210

-

overstroomd

-

idem

Ceulemans Alfons

211

-

overstroomd

-

idem

De Smet Petrus

212

-

overstroomd

-

10 frs. pataten en kolen

Van Rompaey Frans

213

overstroomd

overstroomd

-

geene als van arbeid

Van Linden Louis

216

-

overstroomd

-

idem

Smeulders Louis

215

overstroomd

overstroomd

-

idem

Weduwe Van Camp Eduard

220

-

overstroomd

-

idem

Weduwe Nagels

221

-

overstroomd

-

idem

De Roover Cornelis

222

-

-

overstroomd

geene als van arbeid

De Groot Joannes Baptist

223

-

-

overstroomd

idem

 

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

kelder zonder bornput

schade

Weduwe De Meyer

224

-

-

overstroomd

idem

Van Camp Benoit

226

-

-

overstroomd

idem

Serrien Frans

228

-

-

overstroomd

idem

Vermeiren Joannes

230

-

-

overstroomd

25à30 frs. pataten, kolen, eetwaren

Wijckmans Edmond

231

-

overstroomd

-

geene als van arbeid

Gielis Constant

264

overstroomd

-

overstroomd

10 frs. meubelen, kolen en eetwaren

Claes Eduard

265

overstroomd

-

overstroomd

geene als van arbeid

De Pauw Jan

266

overstroomd

-

overstroomd

60 frs. bier, vleesch, pataten, eetwaren

Boey Leo

267

-

overstroomd

-

geene als van arbeid

Collier Jan

268

-

-

overstroomd

idem

De Clerck Joannes

269

-

-

overstroomd

15 frs. van hetgeen gebroken is

Muyshondt Leopold

271

-

overstroomd

-

15 frs. eetwaren en arbeid

De Clerck August

273

overstroomd

-

overstroomd

30 frs. bloem, eetwaren, arbeid

Gijsselaer Victor

233

-

overstroomd

-

15 fr. eetwaren en pataten

Dierickx Jacob

52

overstroomd

overstroomd

-

500 frs. bier, eetwaren, petrol en verders in de magazijnen aan het riet

 

Wijk Vrijheidshoek

 

Namen der bewoners

huisnr.

woning

kelder met bornput

zonder bornput

schade

onbewoond

105

overstroomd

 

 

 

 

 

 

Verbruggen Guillielmus

106

overstroomd

-

overstroomd

kan de schade niet zeggen

Saenen Antoon

111

overstroomd

-

overstroomd

geene als van den arbeid

Cras Frans

112

overstroomd

-

overstroomd

100 frs. meubelen, eetwaren, beddegoed, pataten enz.

onbewoond

113

overstroomd

-

overstroomd

 

 

De Laet Joseph

68

overstroomd

-

overstroomd

15à20 fr. schade

 

De kelders der woningen nr.112, 113, 114, 115 der wijk noeveren zijn gereinigd geweest, maar staan wederom half onder water, de inwoners zeggen ons dat het niets gekort is dat zij er aan werken; de onbewoonde huizen in den Vrijheidshoek zijn goed gekuischt en gereinigd.

Gedaan te Boom den 31ste maart 1906

 

De brigadier veldwachter

Wie van deze slachtoffers een schadevergoeding heeft ontvangen is in het dossier van de overstroming niet te vinden. Feit is wel dat er op zondag 25 maart een groot feest werd georganiseerd ten voordele van de getroffen huisgezinnen. Dit is op te maken uit een brief die op 23 maart naar de burgemeester werd verstuurd. De afzenders waren de werkliedenpartij van Willebroek. Ook in Willebroek had de overstroming ellende veroorzaakt.

De werkliedenpartij, welke hun lokaal gevestigd was op de Veert nr.1, nam het initiatief om kaarten te verkopen ten voordele van de Willebroekse slachtoffers. Zo hoopten zij kaarten te kunnen verkopen in Boom, tijdens het feest. Om hiervoor toelating te verkrijgen schreven ze een brief naar de Boomse burgemeester. Die antwoordde echter negatief. De reden is niet bekend. De brief luidde als volgt:

 

Willebroeck, 23 maart 1906.

 

Waarde Heere Burgemeester te Boom.

 

Wil uwe medewerking verleenen tot ondersteuning onzer overstroomde medeburgers. Ik vraag u enkel de toelating om kaarten te mogen verkoopen aanstaande zondag te Boom, kaarten van 25 centiemen. Daar in uw gemeente een grootsch feest ingericht wordt voor dien dag, hopen wij inrichters voor deze liefdadigheid, een bijzonder gul onthaal te mogen ontvangen. U op voorhand dankende, Mijnheer, bied ik u mijne achtingsvolle groeten.

 

Namens de werkliedenpartij

 

Het uitvoerend komiteit

 

Het antwoord op hun vraag zal wel uitgebreider geweest zijn dan datgene wat in het dossier van de overstroming te vinden is.

 

Van het Abestuur der provincie Antwerpen@ ontving het gemeentebestuur van Boom op 29 juni 1906 een brief waarin het bedrag werd vermeld dat ter beschikking was gesteld voor de overstroomde gemeenten. De voorwaarden tot uitbetaling van de schadevergoeding werden hierin uitvoerig beschreven. De brief kreeg als referentie Agriffie, nr.70" mee.

Aan het gemeentebestuur van Boom

 

Mijheeren,

 

De wet van 28 mei 1906(Staatsblad van 30 mei) heeft ter beschikking van het Staatsbestuur een krediet van fr. 750.000 gesteld, bestemd tot het verleenen van buitengewone toelagen aan de gemeenten door de overstroomingen geteisterd.

Een gedeelte van dit krediet heeft ten doel de beproefde huisgezinnen te helpen om hunnen vakarbeid te hernemen.

Ten einde eene rechtvaardige en gewetensvolle verdeeling dier som te verzekeren, heb ik de eer u onder dezen omslag een aantal inlichtingsstaten te sturen, die ik u verzoek, op uitnoodiging van den Heer Minister van Landbouw, zeer nauwkeurig te willen invullen voor de belanghebbende inwoners uwer gemeente, en ze zoo spoedig mogelijk weder te zenden, bekleed met echtverklaring en advies.

Ik moet uwe aandacht vestigen, Mijnheeren, op de volgende belangrijke punten, die bij het opmaken dezer staten dienen in aanmerking genomen te worden:

1) Volgens de wet is deze toelage uitsluitend bestemd om de door de overstroomingen geteisterde huisgezinnen in het hernemen van hunnen vakarbeid te helpen.

2) men moet dus bij de schatting der gevallen wel rekening houden van het inzicht des wetgevers, die voor doel had, niet de belanghebbenden voor al hunne verliezen schadeloos te stellen, maar hen te helpen tot het hervatten van hunnen vakarbeid. Het verlies door de overstrooming geleden is de grondslag der toekenning van toelage, maar deze mag niet in al de gevallen verleend worden waar er bestatigde schade is, zoo min als zij mag geschat worden naar de uitgestrektheid der geleden schade. Zij is uitsluitend ten voordeele der personen die, zonder buitegewone hulp, hunnen vakarbeid niet zouden kunnen hernemen en in de noodige verhouding met dit doel. Daaruit volgt, dat de huisgezinnen die voldoende hulpmiddelen zouden bezitten, >t zij gelijk waarvan deze zouden voortkomen, om hunnen vakarbeid te hernemen, daar geen aanspraak kunnen op maken; doch zij, die zonder behoeftig te zijn, nochtans hun beroep niet in de vroegere voorwaarden kunnen voortzetten en die, zonder buitengewone hulp, aan het afdalen eener trede op de maatschappelijke ladder zouden blootgesteld staan, hebben recht op deze hulpgelden.

3) Hoewel dit krediet in de begrooting van Landbouw ingeschreven staat, moet het nochtans toegepast worden op alle huisgezinnen, van welk beroep ook: Ambachtlieden, kleine winkeliers, enz. en niet enkel op de landbouwers.

4) Men mag deze toelagen niet verwarren met de voorschotten die het Staatsbestuur ter beschikkng stelt van de provincie- en gemeentebesturen, welke bij middel van leeningen zonder interest, de door de laatste overstrooming beproefde inwoners zouden helpen om hun vee en noodig materiaal op den vroegeren voet te herstellen.

Dit krediet wordt door het departement van Financiën beheerd, dat door mijne tusschenkomst de vragen der geteisterde personen zal ontvangen, die niet in de voorwaarden verkeeren om van het onderhavig hulpgeld te genieten.

Indien gij overweegt, Mijnheeren, dat elk onbillijk verleende som nadeel aan de wezenlijke rechthebbers berokkent, dan zult gij het belang dezer aanbevelingen naar weerde schatten.

5) Ten slotte raad ik de gemeentebesturen aan, die zouden aarzelen zelven dezer vragen van hulpgeld op te stellen, die zorg over te dragen aan de liefdadigheidscomiteiten die in vele gemeenten opgericht werden, en in de overige nog kunnen samengesteld worden.

Het gemeentebestuur heeft dan slechts de gegrondheid dezer voorstellen te onderzoeken, en ze met zijne echtverklaring en advies aan mijn bestuur over te zenden.

Voor de schatting der noodige sommen, die de landbouwers tot het hernemen van hun beroepswerk behoeven, zullen de Staatslandbouwkundigen, met toelating des Ministers, hunne medehulp verleenen.

Het ware mij aangenaam, Mijnheeren, uwe volgens deze onderrichtingen opgemaakte voorstellen binnen den kortst mogelijken tijd te ontvangen.

Het was naar aanleiding van deze brief dat Edmond Van Der Meeren op 10 januari 1907 een aanvraag tot schadevergoeding indiende bij het gemeentebestuur. Edmond Van Der Meeren, woonachtig in de Vrijheidstraat, was beroepshalve verzender en bezat een magazijn aan de Rupel waar hij hout stockeerde. Dit magazijn werd gedeeltelijk vernield door de overstroming. Burgemeester, Emiel Van Reeth, adviseerde echter negatief op zijn vraag.

Op de inlichtingstaat, opgemaakt door het gemeentebestuur, werden volgende gegevens genoteerd:

1) Beroep en loon van elk der leden des huisgezins: Mr. Vandermeeren is gehuwd en heeft geene kinderen. Hij schat zijne verdienste op 1200 fr. per jaar. Hij is verzender (expéditeur) en had in die hoedanigheid een magazijn in hout tegen den Rupel. Dit magazijn werd gedeeltelijk vernield door de overstrooming. Hij vraagt daarom een billijke vergelding aan den staat, omdat het water over de dijken is gestroomd en hij den staat wil verantwoordelijk maken.

2) Fortuintoestand: Hij bezit geen fortuin

3) Reeds genoten hulp van openbare besturen en openbare comiteiten: Hij heeft geenen onderstand genoten.

4) Nauwkeurige opgave en schatting der geheele schade: De schade wordt door hem opgegeven als volgt: 1900 fr. schade aan de koopwaren in het magazijn. 4000 fr. om het magazijn herop te bouwen, doch verschillige materialen van het oud magazijn zullen kunnen dienen, deze schat hij op 500 à 700 fr.

5) Idem der schade betreffende de uitoefening van den vakarbeid, met omstandige beschrijving: Door onzen gemeentebouwmeester werden de kosten van heropbouw op circa 2000 fr. beraamd.

6) Aanmerkingen: Mr. Vandermeeren verklaart ons zich eerder te richten tot den heer Minister, dan wel tot het komiteit voor de overstrooming.

Advies en voorstel van het gemeentebestuur: Het gemeentebestuur is van gevoelen dat mr. Vandermeeren, eigentlijk niet valt onder toepassing van den hierbijgevoegden omzendbrief nr.70, van 29 juni 1906

De Burgemeester Bij bevel, de secretaris

Edmond Vandermeeren had dus eerder reeds een brief verzonden naar het AProvinciaal comiteit tot onderhoud aan de slachtoffers der overstrooming@. Hij moet erg vlug op de hoogte zijn geweest van deze mogelijkheid tot het bekomen van een schadevergoeding. Het gemeentebestuur werd immers, zoals je eerder in dit artikel kon lezen, officieel op de hoogte gebracht door het provinciebestuur op 29 juni 1906.

Uit de archiefstukken valt op te maken dat het provinciebestuur op 13 juni een brief schreef naar het gemeentebestuur. Daar wordt aan de burgemeester gevraagd om Azonder verwijl@ een antwoord te versturen op het schrijven van 2 juni betreffende het verzoekschrift van E.Vandermeeren .

Edmond Vandermeeren had dus reeds voor 2 juni 1906 een brief verstuurd naar het provinciebestuur. Het antwoord van de burgemeester is in de archiefstukken niet opgenomen. Feit is dat de inlichtingstaat, aangaande de schade die Edmond Vandermeeren had opgelopen, pas op 10 januari 1907 werd opgemaakt door het gemeentebestuur.

Ondanks het negatieve advies dat de burgemeester gaf, verkreeg uiteindelijk Edmond Vandermeeren toch een schadevergoeding van 488 fr.

Het gemeentebestuur werd hiervan officieel op de hoogte gebracht op 26 augustus 1907. In deze brief wordt ook gesproken van de overstromingen van maart, april en mei 1906 . Het provinciebestuur vermeldde echter alleen het bedrag, en niet voor wie het bestemd was.

Mijnheeren,

Namens den heer Minister van Landbouw heb ik de eer u mede te deelen dat, bij Koninklijk besluit van 31 december 1906, aan uwe gemeente een hulpgeld van frs. 488 om de huisgezinnen, die door de overstroomingen in maart, april en mei 1906 geteisterd werden, in het hernemen van hun beroepswerk te helpen.

Deze toelage vertegenwoordigen 50% van de helft der schade door de slachtoffers der behoeftige klas geleden en van het vierde der verliezen aan de huisgezinnen der middenklas veroorzaakt, na aftrek (van die helft of van dit vierde) der hulpgelden door de hulpcomiteiten verleend.

Men heeft geene rekening gehouden van de verliezen door de overstroomden der behoeftige klas ondergaan, waarin de hulpcomiteiten voor de helft tusschenkwamen, noch van die door de middenklas onderstaat, waarvan deze comiteiten minstens een vierde der schade vergoed hebben.

Aan de inwoners die in welstand verkeeren, wordt op de gelden van het departement van Landbouw geen hulpgeld gegeven.

De heer Minister verlangt, Mijnheeren, dat gij bij de verdeeling der toelagen, waarvan het betalingsbevel u kortelings zal overhandigd worden, rekening houdet van de hooger voorgeschreven regels

Voor den Gouverneur Ad int.

De griffier der provincie

Pas op 27 september 1907 verstuurde het gemeentebestuur een brief naar de provincie, waarin gevraagd werd naar de bestemming van het bedrag. Op 10 oktober 1907 ontvingen zij volgend antwoord:

Mijnheeren,

In antwoord op uwen brief van 27 september laatsleden, nr.544 reg.A, heb ik de eer u te melden dat de som van Frs.488, waarvan ik u het betalingsbevel heb toegezonden, bestemd is voor den heer Van Der Meeren, de eenige inwoner van uwe gemeente die een hulpgeld heeft verzocht ten gevolge der overstrooming van 1906.

Voor den Gouverneur, ad. int.

Edmond Vandermeeren bekwam dus zijn schadevergoeding. Opmerkelijk is wel dat hij de enige inwoner was van Boom die een aanvraag indiende.Mogelijk hebben anderen zijn voorbeeld gevolgd.

Ik had graag gezien dat het dossier van deze overstroming wat meer gegevens zou bevatten over de getroffen gezinnen. Zo had een verslag van het liefdadigheidsfeest, en de opbrengst ervan, ons een idee kunnen geven van het solidariteitsgevoel dat er ongetwijfeld bestond onder de Bomenaars.

Uiteindelijk moeten we tevreden zijn met wat er nog bewaard is gebleven.

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN