TEN BOOME


ONS DIALECT – HET BOOMS

 

Door Marcel Vereycken

Deskundigen voorspellen dat het Nederlands als moedertaal in de verdrukking komen zal. Andere professoren zijn niet zo pessimistisch : met ongeveer 21 miljoen gebruikers is het Nederlands de officiële taal van Nederland en Vlaanderen. Onze kinderen leren ten andere toch nog steeds het Nederlands als moedertaal. Toch staat het Nederlands steeds meer onder druk : soms klinkt de oproep om over te schakelen op Engels als voertaal in sommige onderwijsinstellingen. Zo’n overschakeling zou niet zonder risico’s zijn : geef uw moedertaal op en ogenblikkelijk verliest je een deel van uw rechten, uw inspraak en uw weerbaarheid.

Maar ook het pleidooi voor een Vlaamse standaardtaal vormt een bedreiging. Hoeveel minder gebruikers zou dit Vlaams dan niet tellen dan voorheen het Nederlands. Daarenboven is het Vlaams zeker geen werktaal in internationale instellingen om niet te spreken van het niet bestaan van een Vlaamse spraakkunst of spelling. Dat er streektalen bestaan, zoveel te beter. Iedereen heeft toch recht op zijn dialect.

Dit laatste adagium sluit wonderwel aan bij de visie van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen, die ons een publikatie liet geworden die ons behulpzaam zou zijn bij de eventuele publikaties over plaatselijke dialecten. Het is een feit dat de grote ontwikkeling die de dialecten van het Nederlands taalgebied tijdens de twintigste eeuw hebben ondergaan, er een van dialectverlies is. Steeds minder jongeren leren nog een dialect als thuistaal en de andere dialectsprekers die er nog zijn, gebruiken hun dialect minder en minder. Het is een natuurlijk uitdovingsproces van de autochtone streektalen die spijtig genoeg niet kan tegengehouden worden.

Toch blijft het zeer belangrijk om naast dit natuurlijk verdwijningsproces dialect-conserverende maatregelen te treffen. De dialecten vormen immers een zeer belangrijk onderdeel van ons taal-culturele erfgoed. Het zou onverstandig en jammer zijn, mochten de dialecten tijdens de komende jaren spoorloos verdwijnen, zonder dat er iets van hun veelkleurigheid en zeggingskracht zou opgetekend zijn. Gelukkig gebeurt dit op dit ogenblik wel, zowel door verdienstelijke liefhebbers als door dialectologen.

Op onze algemene ledenvergadering van juni 2000 spraken enkele enthousiaste Bomenaars zich uit een werkgroep te stichten om ook ons Booms dialect in zijn woorden en uitdrukkingen te vatten en te beveiligen voor het zou verdwijnen. Voorlopig lieten ze het bij verzamelen en bleef de spelling van de dialectklanken als een voorlopig probleem op de tweede plaats. Dit facet zou later bestudeerd en aangepakt worden want het schrijven van een dialect is geen eenvoudige zaak. Ten eerste biedt de Algemene Nederlandse Spelling ons onvoldoende tekens om het rijke klankenpalet van om het even welk dialect weer te geven. Daarnaast is het bij een dialect ook niet zonder meer duidelijk welke klankverschillen in de geschreven vorm moeten weergegeven worden en welke niet. Wel dient er opgemerkt dat de spelling van het dialect niet zou mogen leiden tot een maximaal spellingsverschil van de Nederlandse spelling. Maar deze zorgen zijn voor later.

Prof. Dr. De Groot, Albert De Smet, Armand Schoeters, Marcel Thijs, Paul Van der Roost, Gust Van Hoeck, Jos Verlinden en mevr. Vereycken-Lannie hebben een eerste proevertje bijeen gebracht. Zij zorgden voor de volgende (zeer ver van volledige) woordenschat :

Aampeine aambeien, speen

Aarzakken valsspelen

Ababbel ‘n klap, ‘n mot

Ajuin stommerik

Aor ei, ‘n aor tegen zijn nave geven

Aosem adem

Appelspijs appelmoes

Arrezze zenuwachtigheid

Atekenta onhandige klant, hantekla

Bache dekzeil

Biebassen

Binder ‘n deugniet

Bitskoemmer onnozel, dom (eng. Beachcumber : een strandschuimer)

Blaat blauw

Bleekzak iemand zonder kleur

Blinken kom op tijd, anders staan wij te blinken

Boef iets op den wilden boef doen

Boeffer weetzak, beroepsmilitair

Boemeleir drinkebroer

Boterham ‘n boterham breien, ‘n …. doen

Botten hij botte terug – terugdeinzen

Bradzak

Broebeleir die niet vlot spreekt

Broekschijter ‘n bangerik

Bijval charcuterie gaan halen

Chezelong ‘n chaise-longue

Consjuum quinzaine – uitbetaling loon

Devoere uw best doen

Dol bromvlieg

Dreller

Drellen kikkerdril

Droogzijker die niet lachen kan

Duurendans die veel geld vraagt voor zijn koopwaar

Eivereks overechts, tegendraads

Eivereksoem rechtsomkeer

Flazak bangerik, flauwe vent

Floosevent ‘n onnozel ventje

Galnoot wilde kastanje

Gedesseld in stukjes verdeeld

Geleig steenbakkerij

Gelent omheining

Geschalotterd gekwetst

Gestampt ‘n gestampte Bomenaar, ‘n echte

Hanske petanske

Heps vleeswaren, hesp

Jeirbees aardbei

Kalissesap zoethout

Kevendrager ‘n dode, doodgaan

Kirrewiet zwakzinnig

Kleinhaert ‘n dommerik

Koekkefoe

Kraait ‘t lag in mijn kraait

Lange asem tuttefrut, kouwgom

Lanterfanter slenteraar

Lee ‘t lag in mijn lee

Leir leder

Lezze droogloods

Mierzijker mier

Nagel spijker

Neffe slaan vangen, er naast slaan

Oejennaar bijna

Overgeven braken

Patienze geduld hebben

Paddeknots volledig naakt

Pieirentoesser paardenslager

Pikken stelen

Piskaas piskous

Platbroek iemand zonder karakter

Plodde een zatte man

Poat een poort

Potjeir potaarde, klei

Robbezakken

Rettepetèt ‘n blaaskaak

Rinkaoneen achtereenvolgens

Roemmedoemrond al om rond

Schellekes dakleien

Schellen aardappelen schillen

Schillen in leeftijd verschillen

Schoor tegen wassend water zet men schoren

Sejenwoordig tegenwoordig

Sjarlatang die vodderijen verkoopt

Snelzijker bekende open vrouwenbroek

Spaven braken, overgeven

Spek geen spek voor mijn bek

Steken hij stekte over zijn fourche

Staar voorhoofd

Swenst terwijl

Tantefeir die zich met alles moeit

Tettereir die veel babbelt

Toot gezicht, op z’n toot slaan, ‘n toot om leir op te kloppen

Toot op bekaf, zeer moe

Troate goedgelovig mens

Troppelbees aalbes

Turreluut draailoos zijn

Verlegenschijter bangerik

Vetzak mollige, die stevige moppen vertelt

Vreetzak veelvreter

Zemelzijuker die spijkers op laag water zoekt

Zaom room van de melk

Zodde ‘n plak

Zwartzak iemand die zich compromitteerde – cfr. WO II

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN