TEN BOOME


ZORG, MET RESPECT VOOR JE EIGENHEID

Door Marcel Vereycken

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) heeft in iedere gemeente de opdracht om iedereen een leven te bezorgen dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Het OCMW van Boom nam de vergrijzing van de Boomse bevolking zeer ter harte. De zorg- en dienstverlening voor deze groep heeft er toe bijgedragen dat het OCMW Boom, binnen het ruime kader van zijn opdracht, ouderenzorgprojecten een voorname plaats toebedeelt.

Aangezien ouderenzorg een erepunt uitmaakt van de Bomenaars – in 1843 reeds werd de eerste steen gelegd van wat later het Sint-Jan-Baptist Rusthuis zou worden – kan Boom prijken met zijn rijk verleden maar tevens opkijken naar een veelbelovende toekomst. Om actief in te spelen op hedendaagse noden werd in april 1998 gestart met de bouw van een nieuw rust- en verzorgingstehuis dat in totaal plaats zal bieden aan 160 bewoners.

De eerste fase, 90 individuele woongelegenheden, werd op zaterdag 3 september 2000 officieel geopend. Een uitgelezen schare genodigden beantwoordde de uitnodiging van de raad van het OCMW. Zij verzamelden zich in de animatiezaal van het oude rusthuis, gelegen aan de kerkhofstraat 151 te Boom. Voorzitter Ludo Laurysens sprak de aanwezigen in zijn openingsrede toe.

Mijnheer de Vlaamse Volksvertegenwoordiger, mijnheer de eresenator, dames en heren burgemeesters, dames en heren schepenen, dames en heren OCMW-voorzitters, gemeenteraadsleden en leden van de raad van het OCMW, geachte genodigden, dames en heren,

Ik voel mij als voorzitter van het OCMW van Boom gelukkig en fier dat wij vandaag kunnen overgaan tot de officiële opening en inhuldiging van de eerste fase van het nieuwbouwproject van het Sint-Jan-Baptist rusthuis. Een fase van 90 individuele kamers als eerste onderdeel in een totaalproject van 160.

De aanloop van deze nieuwbouw dateert al van in 1987, want toen werd door de Raad op 18 februari een principiële beslissing genomen voor het bouwen van een nieuwe ouderenzorg-instelling met serviceflats en rust- en verzorgingsbedden. Die beslissing werd later verschillende keren herzien vooral op gebied van de kwantiteit, maar ik ga u de verdere geschiedenis van dat verhaal besparen.

In 1993 werd een voorontwerp overgemaakt aan de Vlaamse Gemeenschap, waarvoor later de goedkeuring werd verleend voor de bouw van een rusthuis met 90 bedden. Maar 1994 was een belangrijk jaar. Dan werd het VIPA-decreet van kracht, en daardoor werden alle dossiers die niet volgens de methodiek van dat decreet door de minister waren goedgekeurd, zonder enige vorm van overgangsmaatregel, naar de prullenmand verwezen. Dat betekende dus terug naar af.

Dan maar onmiddellijk begonnen met de opstelling van een masterplan en een financieel plan voor ouderenzorg zoals de normering het voorschreef. In dat masterplan werden de investeringen voor de volgende tien jaar vastgelegd en het plan werd vrij vlug goedgekeurd door de overheid.

Anderhalf jaar werd er dan gewerkt om het bestaande ontwerp aan te passen aan de bepalingen van het VIPA-decreet. Daardoor kon de beschikbare oppervlakte per resident opgetrokken worden tot 55 vierkante meter en konden de plannen eveneens herzien worden in functie van nieuwe inzichten en beleidsopties conform met meer moderne ideeën voor de organisatie van de bejaardenzorg.

De subsidiebelofte werd door minister Demeester verleend in 1996 en de subsidiebeslissing volgde op 24 april 1997. Uiteindelijk konden de werken dan starten op 1 april 1998 met de NV Dillen als pilootaannemer voor het ganse project. Het ontwerp was van het architectenbureau Creabo uit Boom.

Met deze realisatie speelt het OCMW van Boom rechtstreeks in op de noden van de regio. De bevolkingsstatistieken tonen aan dat ongeveer 11% van onze inwoners ouder is dan 75 jaar. De laatste jaren zien we wel een dalende trend door projecten die vooral jonge mensen aantrekken, maar in absolute cijfers blijft het aantal bejaarden vrij hoog. Vandaar dat het adequaat organiseren van zorg voor deze groep een beleidsprobleem van eerste orde is, niet enkel federaal of gewestelijk maar ook op niveau van de gemeente.

We beschikken in het OCMW over een grote diversiteit aan extra- en transmurale diensten die wij ondermeer samen met IMSIR organiseren. Wij denken hier vooral aan de poetsdienst en bejaardenhulp, de maaltijden aan huis, de mindermobielencentrale, de mantelzorg, het dagverzorgingscentrum en het centrum voor kortverblijf. Maar met het rusthuis richt het OCMW zich vooral op de verzorging van hoogbejaarde zorgbehoevenden.

Bouwgrond bezit het OCMW van Boom niet en financiële middelen om die te kopen evenmin. Dus was er geen andere mogelijkheid dan het nieuwe project in te planten ter hoogte van het bestaande rusthuis. De locatie is uitstekend omwille van de aanwezigheid van openbaar vervoer, omwille van de architectonische binding met het ziekenhuis en vooral door de nabijheid van de stadskern waardoor valide ouderen zich kunnen blijven integreren in het maatschappelijk leven. Het nadeel is evenwel dat deze realisatie enkel kon uitgewerkt worden volgens een gefaseerde werkwijze, die heel wat meer tijd vergt en de kostprijs van het project aanzienlijk beïnvloedt.

Prioritair voor het bestuur was in de eerste fase zoveel mogelijk individuele kamers te realiseren. Het tekort daarvan wordt meer en meer ervaren als een gebrek aan privacy door de residenten zelf en zeker door de familie. En daardoor was ons rusthuis de laatste jaren geen eerste keus meer. Omwille van die vooropgestelde prioriteit kunnen wij u vandaag nog niet ontvangen langs een ruime en nieuwe inkomhal en in een nieuwe polyvalente zaal, maar moet u genoegen nemen met de animatiezaal van het oude rusthuis. Want de dienst- en gemeenschappelijke ruimten behoren nu eenmaal tot de tweede fase samen met nog 42 individuele kamers en daarvoor gaan de werken starten rond de jaarwisseling.

In de huidige fase wordt de nadruk vooral gelegd op het individuele comfort van de resident, gekoppeld aan veiligheid. De kamers zijn 20 m² groot, zij zijn uitgerust met een vlot toegankelijke sanitaire cel – ook voor rolstoelgebruikers-, er is in elke kamer een elektrisch verstelbaar hoog-laagbed, telefoon is standaard en er is eveneens tv- en koelkastaansluiting. Een intern televisienetwerk zorgt voor de verdeling van de kabel-tv en maakt het mogelijk om instellingsgebonden informatie uit te zenden. Activiteiten die plaats hebben in de polyvalente zaal kunnen daardoor rechtstreeks gevolgd worden door residenten die in bed liggen. Op iedere kamer is er ook een computeraansluiting en dat is bedoeld voor de bejaarde van de 21ste eeuw. Het noodoproepsysteem is zodanig opgevat dat er bij een eenvoudige druk op de knop rechtstreeks mondeling contact ontstaat via de gsm van de verzorgende, waardoor die zich onmiddellijk een beeld kan vormen van het probleem dat zich stelt.

Bij het concept van het gebouw werd uitgegaan van een thuisvervangend milieu. In lange gangen werden breekpunten voorzien en in het ganse gebouw werd gelet op het binnenbrengen van zoveel mogelijk daglicht. De borstwering ter hoogte van de ramen werd laag gehouden zodat de resident contact kan houden met de buitenwereld vanuit zijn zetel of bed. Per afdeling is er een ruime eet- en leefruimte en zijn er zithoeken die gezellig kunnen ingericht worden.

Er werd vooral ook aandacht besteed aan de leefbaarheid van de werkomgeving voor het personeel: daar waar nodig ergonomisch verantwoorde aanpassingen, hoog-laagbedden, tiltoestellen en het gebruik van onderhoudsvriendelijke materialen die de werkdruk aanzienlijke moeten verlichten. Ook op het vlak van automatisatie en gebouwbeheer zijn er belangrijke innovaties. Er werd gekozen voor een datanetwerkstructuur. Als basiscomponent werd het gebouw uitgerust met een fiberbackbone waarop alle informaticasystemen zijn aangesloten. De basisstructuur laat toe een immoticasysteem te voorzien waardoor het rustoord centraal beheerd kan worden en waardoor het mogelijk is verlichting, verwarming, communicatie, branddetectie en het ganse informaticagebeuren te sturen.

Voor dementerende bejaarden, en dat is een groep die integraal naar de nieuwbouw verhuist, zijn er specifieke voorzieningen. Er is een snoezelruimte waarin ze door middel van licht- en klankeffecten tot rust kunnen komen in een volledig aangepaste omgeving. U gaat dat kunnen zien tijdens de rondgang. De financiering van de inrichting daarvan komt voor een deel uit de opbrengst van de laatste kerstboomverbranding. Op de gelijkvloerse verdieping is er een dwaalgang die residenten met een dwangmatig wegloopgedrag moet opvangen. En om te voorkomen dat mensen die gedesoriënteerd zijn in tijd en ruimte, de instelling ongewild zouden verlaten, werd een detectiesysteem ontwikkeld. Dat systeem sluit de buitendeur automatisch af wanneer de sensor de signalen opvangt van de chip die de resident met zich meedraagt. Het is nu zeker niet onze bedoeling hiermee de individuele vrijheid van de residenten te beperken, maar veeleer hun veiligheid te waarborgen. De chip zal dan ook enkel kunnen gedragen worden op advies van de behandelende geneesheer en met akkoord van de familie.

Dames en heren, de openstelling van het nieuwe rusthuis is opnieuw een belangrijke schakel in de ontwikkeling van de uitgebreide zorgvoorzieningen die ons OCMW biedt. Het geeft de mogelijkheid de mensen die in Boom geleefd en gewerkt hebben, in comfortabele omstandigheden en met de nodige professionele ondersteuning en begeleiding in hun vertrouwde omgeving en op een prachtige locatie ten volle te laten genieten van een welverdiende rust. Investeren in ouderzorg is een uitdrukking van respect voor de bejaarden.

In de overgangsfase blijft weliswaar een deel van het oude rusthuis operationeel. Maar hiervoor mag geenszins de indruk of het gevoel ontstaan dat we te maken hebben met een rusthuis met twee snelheden, een met meer en een met minder aandacht voor de resident. De inzet van de directie en van het verplegend en verzorgend personeel en van het onderhoudspersoneel staat er borg voor dat iedereen een zelfde behandeling en verzorging krijgt, waar ook hij of zij in dit gebouw gehuisvest is.

Geachte aanwezigen, dit project betekent een belangrijke investering en een grote financiële inspanning. Het globale gunningsbedrag voor het totale project bedraagt 400.252.981 BEF, wat ongeveer 13 miljoen lager is dan het ramingsbedrag. Voor de eerste bouwfase was het toewijzingsbedrag in zijn globaliteit205,2 miljoen. De vermelde bedragen zijn alle exclusief BTW. Het subsidiebedrag voor het ganse project bedraagt 225 miljoen. Het saldo wordt gefinancierd door een lening gesloten bij Dexia.

Bij een officiële opening past ook een woord van dank. Mijn dank gaat eerst en vooral naar het gemeentebestuur dat deze realisatie financieel mogelijk maakt en dat tot hiertoe zijn goedkeuring heeft gehecht aan het project tot en met de tweede fase. Ik leef dan ook in de verwachting, mijnheer de burgemeester, dat de inspanningen eveneens kunnen verder gezet worden voor de derde en de vierde fase en bekrachtigd worden door de instemming van de gemeenteraad in de volgende legislatuur.

Mijn dank en appreciatie gaan eveneens uit naar architectenbureau Creabo voor het prachtig ontwerp en voor de vlotte samenwerking. Maar ook naar de controleverzekering AIB Vincotte, naar het studiebureau Van Ginderachter, naar firma PPI voor het administratief en juridisch toezicht, naar het bouwbedrijf Dillen, pilootaannemer en coördinator en naar alle nevenaannemers met wie een aangename en correcte samenwerking kon tot stand komen. Ik wil vooral die aannemers in globo vermelden met wie we vrij vlug tot een voor beide partijen aanvaardbaar akkoord konden komen na de moeilijkheden die we kenden met de aannemer die verantwoordelijk was voor de projectfase ‘Afwerking’.

Tenslotte gaat mijn dank niet in het minst naar mijn onmiddellijke medewerkers, secretaris Marc De Weerdt en directeur Jo Piessens voor wie geen inspanningen te veel waren, naar de ontvanger Linda Coenaerts die er steeds voor zorgt dat de financiële kant van de zaak rond komt en naar mijn collega’s van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en van het Bijzonder Comite voor Bejaardenzorg voor hun ondersteuning en de vele raadgevingen tijdens de vordering van de werken.

Dames en heren, ik ben ervan overtuigd, en u gaat daar straks zeker mee instemmen tijdens de rondgang, dat hier prachtig werk geleverd werd en ik hoop, zoals ik reeds eerder gemeld heb, dat we als OCMW dit project in zijn totaliteit tot een schitterend einde kunnen brengen.

Ik dank u voor uw aandacht. En mag ik dan ook zo vrij zijn de heer Burgemeester het woord te geven.

 

Waarop de heer Patrick Marnef, burgemeester van onze gemeente, als volgt antwoordde:

Bedankt mijnheer Laurysens.

Meneer de senator,

Meneer de eresenator,

Meneer de voorzitter, dames en heren OCMW-voorzitters,

Dames en heren OCMW-raadsleden,

Geachte genodigden,

Het is me als burgemeester op mijn beurt een eer en een genoegen u hier allen vandaag te kunnen verwelkomen bij deze officiële opening van de eerste fase van het nieuwe rusthuis.

Boom is op het vlak van ouderenzorg altijd een trendsetter geweest. Dat moet ook want één op vier Bomenaars is ouder dan zestig gaar en we moesten tijdens de afgelopen jaren dan ook een dienstenaanbod uitbouwen dat "zorg op maat" kan bieden. Via de intercommunale IMSIR werd de thuiszorg op een dynamische manier uitgebouwd en werd tegemoet gekomen aan de noden van ouderen in de thuissituatie. Het project dat wij vandaag openen, vormt het sluitstuk op een ontwikkeling die jaren geleden werd ingezet. Na de uitbouw van een netwerk van thuisvoorzieningen werden in 1995 de eerste serviceflats in gebruik genomen. Serviceflats die de ‘missing link’ vormden tussen de thuissituatie en ‘wonen in een aangepaste omgeving’, met hulp binnen handbereik. In de daaropvolgende jaren werden het dagverzorgingscentrum en het centrum voor kortverblijf uitgebouwd.

En nu wordt dus de eerste fase van een nieuw rust- en verzorgingstehuis met 160 bedden door het OCMW van Boom officieel geopend. Een project dat reeds jaren aan de agenda van het OCMW staat en in overleg met de gemeentelijke overheid werd doorgevoerd. De andere drie fasen zullen systematisch volgen, gespreid over een periode van vijf jaar, tot de volledige capaciteit zal gerealiseerd zijn.

De noodzaak om over te gaan tot de huidige investering is voor iedereen die met de accommodatie vertrouwd is, overduidelijk. De historiek van het gebouw dat sinds 1978 dienst doet als rustoord, voert ons meer dan 150 jaar terug toen de gasthuiszusters Augustinessen het gebouw als "gasthuis" in gebruik namen. Maar er is meer. Het OCMW van Boom, hierin steeds gesteund door de gemeentelijke overheid, geeft met dit project concreet vorm en inhoud aan de bestaansredenen van een OCMW: eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Er is tevens nog een andere dimensie aan een OCMW rust- en verzorgingstehuis: de vangnetfunctie voor die ouderen die omwille van een gebrek aan financiële middelen een opname niet kunnen bekostigen. Steeds meer wordt het OCMW geconfronteerd met zwaar zorgenbehoevenden en dementerenden, omdat er vaak nergens anderd plaats is. Het OCMW weigert niemand en doet vanuit die visie een beroep op de solidariteit tussen inwoners van eenzelfde gemeente.

De schaalgrootte van de nieuwbouw werd bepaald enerzijds door de behoefte van de regio, maar anderzijds ook door de bekommernis een rendabele exploitatie in de toekomst mogelijk te maken. Voorafgaande berekeningen stelden dat de vooropgestelde capaciteit noodzakelijk is om een dagprijs te kunnen handhaven die zich binnen het bereik van de relatief lage inkomens in de huidige populatie situeert en daardoor sociaal aanvaardbaar is. Alleen op deze wijze kan de solidariteit tussen de generaties gegarandeerd worden. Die solidariteit is immers de cement van onze samenleving.

Ik besef ten volle, beste genodigden, dat er nog veel werk is op het vlak van ouderenzorg. Er liggen nog tal van uitdagingen voor ons, uitdagingen die we niet alleen aankunnen. Ik denk hierbij concreet aan het afschaffen van de onderhoudsplicht voor behoeftige ouderen wat een sociale maatregel zou kunnen zijn die generaties onderling zou samenbrengen, een zaak die op federaal niveau moet bepleit worden. En ik denk hierbij aan een verbetering van de thuiszorg of de invoering van beschermd wonen voor de ouderen, een nog efficiëntere personeelsomkadering in rusthuizen en de gehele zachte sector, het uitbouwen van de mantelzorg door familieleden of andere vrijwilligers, het oprichten van vrijwilligersbureaus om dit werk te organiseren of het aanstellen van zorgbemiddelaars: één telefoon, één contactpersoon voor alle informatie over bejaardenzorg. Ook vanuit de gemeentelijke overheid zullen wij in elk geval verder actief meewerken aan de uitbouw van de seniorenzorg. Plannen zoals het veiligheidsplan voor senioren zijn in een vergevorderd stadium. Ideeën rond seniorenantennes, wijkgerichte werking rond meldpunten zijn reeds onderzocht.

Centraal in het totaalaanbod moet de autonomie van de oudere staan, die in overleg met de hulpverlener bepaalt welk zorgaanbod noodzakelijk is zodat overaanbod wordt vermeden. Ik kan in dit opzicht het enkel betreuren dat de zorgcheques, hoewel zeer welkom voor ouderen in de thuissituatie, pas vanaf 1 juli 2002 voor rustoordbewoners van toepassing zal zijn en het is nog meer te betreuren dat niet iedereen die in een rustoord woont recht heeft op een zorgcheque. Een veralgemening van zorgcheques voor alle rustoordbewoners en niet enkel voor die residenten met een hogere zorgbehoefte, kan de bittere pil van de steeds hoger wordende dagprijs vergulden. Optrekken van het minimumpensioen tot het niveau van de gemiddelde rustoordopname in Vlaanderen zou ouderen zekerheid kunnen bieden dat ook zij, wanneer het nodig is, gebruik kunnen maken van intramurale dienstverlening.

Dit belangrijk initiatief in de gemeente biedt in elk geval nu al de mogelijkheid aan mensen die in Boom geleefd en gewerkt hebben, in comfortabele omstandigheden en met de nodige ondersteuning en begeleiding in een vertrouwde omgeving en op een prachtige locatie ten volle te laten genieten van een welverdiende rust.

Hiermee, beste aanwezigen, heb ik het enkel nog maar over de infrastructuur gehad, de accommodatie, zeg maar de hardware. Ik zou het hier vandaag toch ook graag even over de software hebben: het beleid, de dagdagelijkse zorg en bekommernis, de inzet van de staf en het personeel. Het weze duidelijk dat er de jongste jaren een dynamisch beleid werd ontwikkeld en ik wil directeur Piessens en zijn staf daar toch even voor bedanken. Jullie hebben er voor gezorgd dat dit rusthuis een ziel heeft gekregen en in de kleine, eenvoudige dingen zit vaak het bijzondere, denken wij maar aan de hond die sinds kort in het rusthuis onderdak heeft gevonden en door de bewoners vertroeteld wordt en voor dagelijkse verstrooiing zorgt. Langs deze weg houd ik er dan ook aan om u, directeur Piessens, maar ook uw staf en vooral uw medewerkers en vrijwilligers, die ook van dit nieuwe rusthuis een nieuwe thuis zullen maken, te feliciteren en te bedanken voor uw inzet.

Ik wens ook de voorzitter van het OCMW, de ontvanger, de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en het Bijzonder Comite voor Bejaardenzorg te danken voor hun medewerking.

Rest me nog tot slot u bijzonder veel succes toe te wensen.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Hierop volgde een zeer gesmaakte begeleide rondgang door de nieuwe gebouwen. Een fijne receptie sloot de plechtigheid af.

Enkele dagen later werden in een paar uur tijd zowat zeventig bewoners van het rusthuis Sint-Jan-Baptist verhuisd van de oude vleugel van het rusthuis naar de nieuwbouw. In het oudere gedeelte kregen vijftig bewoners meer ruimte. De verhuis van de residenten werd bijzonder goed voorbereid. Zij verliep zonder problemen. Proficiat voor de personeelsleden, die vrijwillig een hand kwamen toesteken om het verhuizen gemakkelijk te laten verlopen.

Onze bejaarden zijn nu terecht in een piekfijne hedendaagse infrastructuur. Met de werken die nu achter de rug zijn, in de investering nog niet op haar hoogtepunt. In de volgende lente start de tweede fase van de nieuwbouw: plaats voor 42 bedden, een polyvalente zaal, een kapel en technische voorzieningen. Maar vooraleer aan al die werken zal begonnen worden, zal eerst de slopershamer een deel van de oude vleugel weghalen.

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN