TEN BOOME
EEN NIEUWE KIJK OP HET VOORMALIG BOOMS MUZIEKLEVEN
door René Beyst
Heemkundige Kring Aartselaar

Uit deze Katholieke zangvereniging ontstond in 1863 de muziekvereniging "De Rupelzonen"
Foto: Zo was Boom, A.Vinck
U weet het waarschijnlijk niet, maar ik ben al enkele jaren ‘stillekens-aan’ (af en toe dus) bezig met het trachten te doorgronden en pogen te ontwarren van het rijke muzikale cultuurleven, dat zich te Boom afgespeeld heeft in de 19de eeuw. Stillekens aan, omdat ik me in hoofdzaak bezig hou met de geschiedenis van Aartselaar. Maar net als de liefde kent ook de geschiedenis geen grenzen (behalve wanneer oorlogszuchtige of bezitterige heersers deze grenzen –meestal onder dwang- wensen te verleggen) en komt het vaak voor dat heemkundige sporen, elementen of personen uitdeinen over de lokale grenzen heen.
RUIMER ONDERZOEK
Ruimer onderzoek drong zich ook aan mij op, toen ik de ontstaansgronden en
de prille bloei van de huidige K.H. "De Vrede", die in 1862 werd
opgericht als ’Fanfaren "De Vrede" van Aertselaer’, trachtte te
doorgronden. Deze vereniging heeft immers veel te danken aan toenmalige Boomse
dirigenten als Boeynaems en (meer dan één) De Laet, die in de tweede helft van
de 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw
diverse muziekmaatschappijen hebben geleid zowel binnen als buiten Boom. In mijn
zoektocht naar dirigenten of muzikanten met die naam in Boomse
muziekverenigingen, stootte ik op een verrassend aantal zang- en
muziekmaatschappijen. De feitelijke speurtocht naar die vormende en stimulerende
muziekleiders is nog niet ten einde; misschien publiceer ik hierover ‘ooit’
eens een apart artikel, maar nu zijn deze figuren voor mij nog te vaag omkaderd.
Wel kreeg ik zoveel verwarrende titels, data, verwijzingen en
dergelijke te lezen dat het geheel van archivalia rond de muzikale
volksontwikkeling te Boom mij een onontwarbaar kluwen toescheen. Het leek er
bovendien op dat verschillende auteurs over te schamele informatie beschikten en
daaruit soms onjuiste conclusies trokken met als gevolg dat verschillende ‘theorieën’
naast elkaar gingen leven. Ik haast me hieraan toe te voegen dat ikzelf beslist
geen volledigheid in deze ambieer, verre van zelfs (laat staan dat dit ooit
mogelijk zou zijn, wat uiterst ongewoon is in geschiedkundig onderzoek). Maar ik
meen dat één van de doelstellingen van dit uitermate geschikt forum, dat het
jaarboek van de Geschiedkundige Studiegroep "Ten Boome" aanbiedt, toch
het wegnemen van eventuele twijfel beoogt of anders gezegd het leveren van
zoveel mogelijk duidelijkheid voorstaat. Juist door zoveel mogelijk
feitenmateriaal te verzamelen en te vergelijken in de passende tijdsgeest en de
correcte context, kan men af en toe tot nieuwe conclusies komen. Soms heeft men
het geluk om nieuwe hardmakende bewijsstukken te vinden of om ontwrichtend
tegenbewijs te kunnen voorleggen. Trouwens wat zich tijdens mijn heemkundige
ontdekkingstocht opdrong (de regionale uitdeining), kan ook voor Boom heilzaam
zijn: er zit beslist nog informatie buiten de eigen, lokale archivalische
grenzen, want muziekmaatschappijen hadden de gewoonte om regelmatig op uitstap
te gaan of om aan festivals deel te nemen.
DE KONINKLIJKE LIBERALE HARMONIE VAN BOOM
De Koninklijke Liberale Harmonie van Boom viert dit jaar haar
200-jarig bestaan. Een welgemeend proficiat kan er bij mij van harte en
probleemloos af. Maar wanneer diezelfde harmonie in 1977 het 150-jarig bestaan
blijkt gevierd te hebben, heb ik het er toch wel even moeilijk mee. Hoe kan het
dat een harmonie op amper 24 jaar tijd een halve eeuw ouder wordt? Logisch toch
dat dan bij historici of fervente heemkundigen de vraag blijft prangen of wel de
correcte geboortedatum werd gehanteerd. Natuurlijk, zegt George Verhoeven, ik
kan het staven met een gemeentelijk document, waarop het stichtingsjaar 1801
voorkomt. Nochtans is dat jaar, dat ruwweg met l’An IX de la République
Française overeenkomt, niet zo’n schitterend moment qua tijdsgeest om met een
harmonie te beginnen. Zeker niet te Boom, waar drie jaar voordien toch hevig
verzet is geweest tegen de Franse bezetter tijdens de Boerenkrijg door
geloofsvaste katholieken en fervente patriotten. Geschiedkundig vorser en auteur
Alex Vinck stelt het wat genuanceerder: het is onmogelijk om de juiste datum
van de stichting van de Koninklijke Liberale Harmonie te bepalen. Na een
kort aftasten van een aantal basisgegevens besluit hij: "Of de
stichtingsdatum nu 1801, 1827, 1836 of 1838 was, de Kon. Lib. Harmonie, als
erfgename van de Harmonie L’Union, is de oudste nog bestaande
muziekmaatschappij van Boom". Waarmee U en ik de keuze toegemeten
krijgen uit vier mogelijke stichtingsjaartallen. Bovendien zou de harmonie L’Union
ooit opgegaan zijn (of langzaamaan versmolten zijn?) in de Kon. Lib. Harmonie,
waardoor deze laatste aldus ook de titel van "langst-levende-actieve"
in de wacht sleept. Een derde bron, Gwenny Vermote, geeft op dat de
"Liberale Harmonie" te Boom in 1827 zou ontstaan zijn, een jaartal dat
zij eveneens hanteert bij "L’Union". Waar komen deze sterk
uiteenlopende stichtingsjaren vandaan? Uiteraard zal iedere voorzitter van
gelijk welke vereniging, die een respectabele leeftijd heeft gehaald, graag
willen dat juist zijn vereniging de oudste, actieve kring zou zijn in de
gemeente. Maar de geschiedkundige feiten eisen hun recht op. In het hedendaags
gemeentearchief van Boom dateren de oudste stukken van de "Liberale
Harmonie" pas van na de tweede wereldoorlog, te weten uit 1948! Wat klopt
en wat klopt niet? Gans de 19de eeuw vind ik in het Boomse hedendaags
archief geen sporen terug van de "Liberale Harmonie". In 1892 is te
Boom wel een harmonie onder de naam "Liberale Jonge Wacht" actief.
Voordien waren er nog meerdere muziekmaatschappijen ontsproten uit een liberale
ideologie, maar dan onder een andere naam.
L’UNION OPGERICHT IN 1801?
Ik bemerk dat zowel George Verhoeven als Alex Vinck het stichtingsjaar 1801 als oudste jaartal gemeen hebben, maar het gaat dan wel om L’Union. Ook Gwenny Vermote erkent 1801 als één der mogelijkheden voor L’Union. Dit stichtingsjaar duikt voor het eerst op in het provinciaal vertoog uit 1853: "Harmonie L’Union ° 1801", komt met dezelfde kenmerken nog eens voor op een (provinciale) lijst van 09/05/1864, en wordt voor het eerst opgenomen door J. Dufrane in de 5de Jg. van z’n Annuaire officiel de la musique en Belgique, verschenen in 1895. Met andere woorden pas een halve eeuw na de stichting duikt dit gegeven enkele keren op; blijkbaar op provinciaal vlak ontstaan wordt het door Dufrane in 1895 overgenomen. Heeft men op provinciaal niveau in 1853 initieel een verkeerd jaartal opgenomen? Of kunnen deze gegevens door lokale bewijsvoering gestaafd worden? George Verhoeven vertelde me dat het archief van L’Union in het begin van de vorige eeuw op de zolder opgeborgen zat bij de toenmalige voorzitter Charles Huybrechts, wonende op de Antwerpsesteenweg. In de oorlog van 14/18 zou dit archief onherroepelijk verloren zijn gegaan.
Maar, zoals eerder al aangegeven, er restte George Verhoeven nog één document, waarvan hij een fotokopie in z’n bezit had en waarvan het origineel afkomstig was uit een of ander archief. Ik vond het bewuste document terug. Het was een brief van 03/08/1880, ondertekend door minister Rolin-Jacquemyns, Ministère de l’Intérieur, die – naar aanleiding van de viering van 50 jaar Onafhankelijkheid van België te Brussel - vroeg aan het gemeentebestuur van Boom: Pour rehausser l’éclat de la Fête patriotique…je vous prie de me faire connaître…les titres des sociétés artistiques, littéraires ou d’agrément existant dans votre ville et possédant un drapeau. De gemeentesecretaris formuleert op deze brief z’n antwoord in het klad als volgt:
Liste des sociétés artistiques ou d’agrément existant dans la commune de Boom:
Titre des sociétés:
Harmonie et Fanfares Chant d’ensemble Année de la fondation
1 Harmonie L’Union 1801
2 Fanfares 1838
3 Jonge Krokodillen 1859
Harmonie "De Rupelzonen" 1861
fait à Boom le 5 Août 1880
par ordonnance, Le Secrétaire
signatuur onleesbaar
Wat onmiddellijk opvalt, is dat de gemeentesecretaris in 1880 slechts 1 zang- en 3 muziek-maatschappijen opgeeft, daar waar de brief duidelijk vraagt naar alle kunstzinnige, litteraire of ontspannings- verenigingen, maar dan wel diegene die over een vlag beschikken. Geeft de secretaris inderdaad enkel de maatschappijen op die over een vlag beschikken? Zouden de Xaverianen in 1880 nog geen vlag gehad hebben? Waren er op dat moment geen schuttersgilden (met vaandel) meer actief? Feit is wel dat le bureau exécutif de la Cinquantième Anniversiare de l’Indépendance de la Belgique op 12 november 1880 naar de burgemeester te Boom le médaille commémorative opstuurt voor de Société d’Harmonie uit Boom, die op 12 oktober 1880 een concert gegeven had à l’exposition Nationale de 1880. Het kan bijna niet anders dan de Société d’Harmonie L’Union geweest zijn.
In ieder geval bestaat er één gemeentelijk archiefstuk waarop het stichtingsjaar 1801 voorkomt voor L’Union. Maar het dateert van 79 jaar na de stichting en kan door de toenmalige voorzitter (vermoedelijk: Jos Lamot, die in 1887 als voorzitter wordt opgegeven samen met de dirigent Janssens J.F.) zijn overgenomen uit een hiervoor geciteerde, vroegere bron. U vraagt zich wellicht af, waarom ik zo sceptisch sta tegenover deze éne lokale neerslag die van 1801 gewaagt. In de eerste plaats heeft dat te maken met het feit dat het een uniek gegeven is, niet gestaafd door een tweede archiefstuk. In de tweede plaats heeft dat de te maken met de naamgeving van de maatschappij. In een door mij recent gepubliceerde studie over het ontstaan van muziekmaatschappijen in de omliggende gemeenten blijkt duidelijk dat alle ‘musicaele societeyten’ -voor zover met naam bekend- onstaan tussen 1770 en 1813 de naam van Ste Cecilia dragen naar analogie met de patroonheilige der muzikanten.
"L’UNION" OF "DE EENDRACHT"
De naam "L’Union" of "De Eendracht" is een typische naam voor de periode 1835/1850. Kort na de Belgische Onafhankelijkheid wordt ons land bestuurd door een coherente regering van ‘unionisten’, wat in feite een monsterverbond was van alle gezindheden. Zij streefden in hoofdzaak een patriottische afweer tegen buitenlandse inmenging na, vooral omdat België eindelijk vrij was na eeuwen van onderdrukking. Pas na één decennium zullen verscherpte tegenstellingen tussen katholieke en liberale ideeën leiden tot de oprichting van een liberale partij in 1844/1846. Door een te antiklerikaal beleid van de progressieve liberale regeringen komt het in de periode 1853/57 tot een definitieve breuk bij de gematigde unionisten.
Naast de Boomse "L’Union" zijn er meerdere naamgenoten bekend: in Antwerpen "De Eendragt/L’Union" uit 1848/1850 en te Mechelen "L’Union" van vòòr 1842. Itegem kende in 1842 ook "De Eendracht", net als Westerlo in 1842 "L’Union" had. Koningshooikt pakte in 1848 uit met "De Eendracht". "De Eendracht" uit Mol ontstaat rond 1842/1845, te Zwijndrecht is er "L’Union" uit 1848/1849, en buurgemeente Willebroek tenslotte had zijn "L’Union/De Eendracht" in 1850. Nadien tref ik nog meermaals andere "Eendracht"-maatschappijen aan in de periode 1868/1900, waarvan het stichtingsjaar niet direct te achterhalen is. Ook na 1850 werden in het Antwerpse toch nog enkele verenigingen opgericht onder de naam "De Eendracht" met als jongste, deze van Mortsel, opgericht in 1896. In de latere naamgevingen heeft meer dan waarschijnlijk de overdrachtelijke betekenis van het woord "eendracht" gespeeld (zoals o.a. ook in "Broederlijkheid" of "De Verenigde Vrienden" doorschijnt) en niet meer de louter unionistische betekenis van het prille België.
Ziedaar enkele ernstige argumenten waarop ik mij baseer om
het stichtingsjaar van de Boomse L’Union te situeren in de jaren 1830/1850.
Alex Vinck denkt er trouwens ook zo over: Velen verwijzen naar 1827, omdat de
Harmonie L’Union haar honderdjarig bestaan vierde in 1927 (Herinneringsalbum
uit AB). Maar op een document uit 1841, dat het gemeentebestuur van Boom
afleverde, staat als epoque de leur fondation 22 november 1836 vermeld. Ook
aan Gwenny Vermote en aan mij is dit document niet onopgemerkt gebleven. In
feite gaat het hier om twee lijsten, opgemaakt te Boom op 05/06/1841, waarvan
een eerste lijst met fanfares enkel één "Fanfare" opgeeft
gesticht op 15/02/1838 door J. Tuyaerts. Een tweede lijst met harmonies vermeldt
alleen de "Société de L’Union" met inderdaad de
stichtingsdatum van 22 nov. 1836. J.C. Van Reeth wordt als président opgegeven,
terwijl Mr. Gavrel als chef de musique wordt aangeduid. Het wordt
nu toch wel wat moeilijk om nog te twijfelen aan de juistheid van deze gegevens,
die -nog geen vijf jaar na de oprichting- al op een (gemeentelijk) papier
geacteerd worden om te dienen als culturele informatie voor provincie en staat.
Wanneer bovendien vòòr 1836 geen nagelaten "Union"-sporen op de
proppen komen, maar wanneer er nà 1836 wel blijkt sprake te zijn van de
"Société de L’Union", dan is voor mij met voldoende stelligheid
aangetoond dat 1836 als het stichtingsjaar van L’Union mag beschouwd worden.
Naast voorzitter J.C. Van Reeth, zetelen in dit eerste bestuur P.F. Van Nuffel,
F. De Ceuster, J. Rens, G. Van Nuffel, J. Clement, J. Adriaenssens, F.J. Rens en
Aug. Briat. Het instrumentarium bestaat in 1841 uit: 1 kleine fluit, 1 kleine
klarinet, 8 klarinetten, 1 cornet-à-pistons, 1 klephoorn, 3 trombones, 2
ophicléides, 1 contrabas, 2 trompetten, 4 hoorns en 5 slagwerkmuzikanten die de
"grosse caisse", 2 trommels, cimbalen, triangel en de Chinese of
Turkse muts (de schellenboom) hanteerden. In 1872 was het de grootste vereniging
te Boom met maar liefst 92 leden. De harmonie De Rupelzonen volgde met 70 leden,
het zangkoor De Jonge Krokodillen telde 60 leden en de Fanfare van Noeveren
stond geboekt met 40 leden. In 1873 concerteert de harmonie L’Union te Boom
met de augustus-kermis op dinsdag 12 augustus en te Klein-Willebroek op 11 mei
t.g.v. de Groote Pappekens-Kermis. De harmonie L’Union wordt verder nog
meermaals vernoemd in latere archiefstukken en zou in de jaren dertig ontbonden
zijn. Is het omstreeks die tijd dat (het restant van) L’Union is opgegaan in
de Liberale Harmonie van Boom?
"FANFARE(S) NOEVEREN"
Op 24/3/1846 wordt er opnieuw een informatief document opgemaakt voor de provincie op vraag van het departement "Beaux-Arts": Etat indiquant le nombre des sociétés de chant, harmonie, fanfare, symphonie dans la commune de Boom:
3 sociétés: harmonie L’Union 67 membres ressources 871
harmonie Ste. Cécile 30 membres ressources 390
Fanfares 50 membres ressources 650
U merkt het toch ook: de inkomsten voor alle drie de maatschappijen werden opgegeven op basis van 13 fr.per lid per jaar. Het was gebruikelijk om hiervoor maandelijks één frank ‘uitleg’ te doen.
Ik haalde het hiervoor al even aan: de eerste van twee lijsten, opgemaakt te Boom op 05/06/1841, geeft enkel één "Fanfare" op, gesticht op 15/02/1838 door Joseph Tuyaerts, rentier à Boom, directeur, gevolgd door 19 namen van spelende leden. Deze leden stemmen in grote mate overeen met die namen die voorkomen op een ongedateerde brief van "het genootschap fanfaer van het gehugt Noeveren". De namen, die in beide gevallen voorkomen –buiten de voorzitter- zijn: De Kock Guill. briquetier, Meert J.L. constructeur de navires, Struyf Ch. batelier en Van Reeth Victor Guill. briquetier. Het gaat in beide gevallen dus degelijk over de fanfare van Noeveren en ook hier geloof ik dat er drie jaar na de stichting weinig kans toe bestaat dat de opgegeven data onjuist zouden zijn. Trouwens in 1839 is er in het hedendaags gemeentearchief van Boom al sprake van een fanfare, in antwoord op een arrondissementele brief van 08/05/1839 die vraagt …s’il existe une société de musique… Op 11/05/1839 antwoordt de Boomse gemeentesecretaris: …la société d’harmonie dite de Ste. Cécile se composa de 26 membres exécutans – il existe en outre une société executant des fanfares qui sont au nombre de 14…Wat de fanfare aangaat: de 14 leden uit 1839 zijn in 1841 blijkbaar tot 19 muzikanten aangegroeid. Wat de harmonie betreft: daar kom ik wat verder uitgebreider op terug.
Verder bevestigt een brief van 07/04/1864 aan het provinciebestuur nog eens extra dat …het genootschap Fanfares van Noeveren (gemeente Boom) bestaat reeds omtrent dertig jaren… Ook is de ‘Fanfare van Noeveren’ in 1853 te gast op een muziekfeest te Walem. In 1872 telt de Fanfares 40 leden en in 1873 staat de Fanfaren van Noeveren mee op de kermisaffiche, waar ze samen met Harmonie L’Union en de Harmonie Rupelzonen opstapt in een grote stoet op dinsdag 12 augustus. In 1887 is Vander Cruysen G. de voorzitter van Fanfaren Noeveren, terwijl Luipaert François op dat ogenblik dirigeert.
HARMONIE STE. CECILIA
Tot dusver poneerde ik dat de société d’harmonie L’Union de oudste muziekmaatschappij kan zijn te Boom, met als meest geloofwaardige stichtingsdatum 22/11/1836 (genoteerd in 1841). Maar het daarnet aangehaalde antwoord op een arrondissementele brief van 08/05/1839, die vraagt …s’il existe une société de musique…, zegt klaar en duidelijk dat in 1839 …la société d’harmonie dite de Ste. Cécile se composa de 26 membres exécutans. Waarom wordt in dit antwoord uit 1839 de harmonie L’Union, die nochtans in 1836 zou opgericht zijn, niet vermeld? De piepjonge fanfare van Noeveren (°1938) wordt wel vernoemd. Er rijst daardoor een vermoeden dat L’Union nà 1839 zou zijn opgericht en dat er in 1839 enkel een harmonie St. Cecilia en een fanfare actief zouden geweest zijn. De vraag blijft of er een archiefstuk bestaat dat de muziekmaatschappij L’Union vernoemt vòòr 1839 (oudste notitie: in 1841). Een tweede mogelijkheid bestaat er in dat L’Union oorspronkelijk een zangmaatschappij zou geweest zijn, die zich nadien (tussen 1836 en 1841) tot harmonie heeft omgevormd. Dat de (zang?)maatschappij niet vermeld wordt, wanneer er naar muzieksocieteiten gevraagd wordt, zou een logische verklaring kunnen zijn.
Ik kon tot op heden geen duidelijke, naamverwijzende archiefstukken van oudere datum vinden die betrekking hebben op "L’Union". Wel is er nog wat correspondentie in verband met een Boomse muziekmaatschappij uit 1835, blijkbaar ontgaan aan zowel Alex Vinck als Gwenny Vermote. Een kort verslag over dit belangwekkend bundeltje. Op 30 juli 1835 tekent J.C. Van Reeth, directeur als ontvanger een brief af van arro-commissaris F. Cassiers, waarin deze laatste aan het gemeentebestuur verzoekt om de begeleidende brief (…une lettre d’invitation adressée à la société de musique existante dans la commune...) te bezorgen aan de (enige?) muziekmaatschappij van Boom. Deze brief werd voorafgegaan door een andere brief van 2 juni 1835 met een vraag voor deelname aan een muzikaal festival te Brussel in september 1835. Door z’n ondertekening verbond J.C. Van Reeth er zich toe deel te nemen met z’n maatschappij aan het groot concours te Brussel plaets hebbende den 24 September 1835 en ontving tezelfdertijd de officiële uitnodiging. Op 16 juni 1835 zendt F. Cassiers nog een brief aan het gemeentebestuur van Boom om aan de société d’harmonie van Boom te laten weten dat er een internationaal muziekfestival op stapel staat te Oostende en sluit een officiële uitnodiging mee in met de woorden: …que la régence d’Ostende, qui me l’a fait parvenir, me prie de faire connaître à cette société combien elle est jalouse de pouvoir lui fournir une occasion d’entendre la bonne reputation dont elle jouit. Het kunnen natuurlijk altijd louter mooie, elitaire woorden geweest zijn, maar toch… geen rook zonder vuur. Naar mijn mening moet die oudste, Boomse société d’harmonie, hier jammer genoeg naamloos blijvend en gewoonweg ‘muziekmaatschappij’ genoemd, waarschijnlijk toch al een vrij knappe reputatie opgebouwd hebben door aan diverse festivals deel te nemen.
Dat de naamgeving St. Cecilia in de meeste gevallen steeds de oudste is en de meest gebruikelijke in de omliggende gemeenten in de periode 1770/1815, zette ik reeds enkele bladzijden eerder uiteen. Ook voor Boom is dit meer dan waarschijnlijk zo geweest. Immers alle Boomse "L’Union" benamingen (met uitzondering van de oudste uit 1841) komen enkel in de tweede helft van de 19de eeuw voor, terwijl de mij bekende St. Cecilia opgaven dateren uit 1839 en 1846 (en nadien in de tweede helft der 19de eeuw in nochtans talloze archiefstukken niet meer voorkomen). In 1846 wordt St. Cecilia als de kleinste van drie maatschappijen afgeschilderd (samen met L’Union en Fanfare Noeveren). Het vermoeden rijst hier dat de oudere St. Cecilia nà 1846 opgegaan is in een andere muziekmaatschappij (L’Union?) of ontbonden is, wegens ‘concurrentie" van twee andere muziekmaatschappijen en één of meeerdere zangkoren.
Volledigheidshalve moet ik hier nog aan toevoegen dat één bron, met name E. Jacops, in Nomenclature des sociétés musicales de la Belgique, uitgegeven te Antwerpen in 1853, op blz. 6 vermeldt: "Boom – Société L’Union, fondée en 1788 – Harmonie – 47 membres éxécutants – Direction: J.C. Van Reeth, prés. d’honneur; Ch. Van den Bril, prés.-directeur; Ch. Convent, sécret. - la société possède 11 médailles commémoratives de différents festivals auxquels elle a assisté et a remporté le 3ième prix d’execution entre les communes de 1ier rang à Bruxelles en Septembre 1841". Deze enkele lijnen zijn bevreemdend vanuit diverse facetten. Het hier vermeld stichtingsjaar 1788 komt slechts éénmalig voor en ligt vrij vroeg. Omdat het hier een verzamelwerk (over gans België) betreft, zou het jaartal wel eens foutief ingebracht kunnen zijn. Gaan we er van uit dat deze vroege stichtingsdatum toch correct zou zijn, dan betekent dit voor mij dat de oorspronkelijke St. Cecilia uit 1788 (’t kon toen nog geen ‘Union’ zijn) mettertijd (nà 1846 en vòòr 1853) is opgegaan in de Société L’Union, die al actief is in 1841 en vermoedelijk in 1836 werd opgericht. J.C. Van Reeth is erevoorzitter van de Société L’Union in 1853, fungeert twaalf jaar eerder in 1841 als voorzitter van dezelfde societeit en tekent in 1835 een brief af als directeur (= muziekmeester of dirigent) van de enige toenmalige, niet nader genoemde muziekmaatschappij van Boom. Het is zonder twijfel de harmonie L’Union die in 1841 de derde prijs behaalt op een festival te Brussel. Maar het zou –o.a. voor verder onderzoek- interessant zijn om weten, van welke festivals de 10 andere medailles afkomstig waren. Zo zou bijvoorbeeld nog kunnen nagegaan worden in de desbetreffende lokale archieven onder welke naam de Boomse muzieksocieteit genoteerd stond als deelnemer aan die festivals. Ook de jaartallen van die tien herinneringsmedailles kunnen eventueel bevestigen of die oudste, Boomse muziekmaatschappij, waarvan ik meen dat het een St. Cecilia genootschap was, al of niet actief was vòòr 1827. Helaas komen er vòòr 1850 (laat staan vòòr 1827) weinig festivals voor.
FESTIVALS
Verder onderzoek naar activiteiten van Boomse muziekmaatschappijen zou inderdaad nog kunnen via bewaarde archiefstukken over o.a. volgende muziekfeesten of festivals:
-Mechelen, 1825, Muzikael Concours te Mechelen/Jubilé MDCCCXXV
-Boom, 1842, muzikale vergadering van 17 augustus 1842, (medaille Reetse St. Cecilia)
-Kontich, 1849, landbouwtentoonstelling t.g.v. St. Martinus-kermis op 11/11/1849
-Mechelen, 1854, Festival op 9 juli 1854 (mogelijk alleen voor zangkoren)
-Kontich, 1855, inhuldiging nieuwe standaard der harmonie, deelname van 16 mijen op 16/09
-Antwerpen, 1856, 17 aug., 25ste verjaardag van de troonsbestijging van Leopold II
-Antwerpen, 1860, festival
-Willebroek, 1860, festival
-Hemiksem, 1861
-Heindonk, 1861
-Cruybeke, 1864, Festival op 07 augustus 1864
-Antwerpen, 1864, Festival op 22 augustus 1864 van de fanfaremij "De Vrijheidsvrienden"
-Boom, 1865, Muziekfestival 09 juli 1865, 39 deelnemende maatschappijen
-Antwerpen, 1865, Vrijheidsviering
-Reet, 1870, honderdjarig bestaan van St. Cecilia
-St. Amands, 1872, honderdjarig bestaan St. Cecilia op 9 juni 1872, 22 deelnemende mijen
-Hemiksem, 1873, t.g.v. Mei-kermis, 26 deelnemende muziekmaatschappijen
-Reet, 1892, t.g.v. de inhuldiging der steenweg naar Reet-statie op 4 sept 1892, 17 mijen
-Reet, 1895, 125-jarig bestaan St. Cecilia, zondagen 9 en 23 juni 1895, 51 maatschappijen
-Aartselaar, 1896, t.g.v. de inhuldiging v/d nieuwe steenweg naar Reet, 14 maatschappijen
-Boom, 1899, t.g.v. inhuldiging van het nieuwe postkantoor, 60 maatschappijen
BESLUIT
Een geschiedkundige studie is zelden af; ook deze is niet kompleet. In dit geval heb ik het ontstaan en de ontwikkeling van het ‘katholieke’ muziekleven te Boom (vanaf ongeveer 1850) terzijde moeten laten liggen wegens tijd- en plaatsgebrek. Want ook daar broeien en groeien er verschillende verenigingen nogal gecompliceerd door en naast elkaar. In derde instantie is er nog het socialistische muziekleven dat in het laatste decennia van de 19de eeuw haar opgang maakt. Toch koos ik in de titel niet voor een te sterk determinerend ‘liberaal’ muziekleven, omdat er vòòr 1844 eigenlijk nog van geen liberalisme sprake is. En –los van het voorgaande- blijft diepgaander onderzoek nog altijd mogelijk.
De Koninklijke Liberale Harmonie van Boom is verre van 200 jaar oud. Het is een jonge vereniging uit het midden van de 20ste eeuw. Wel is er op het einde van de 19de eeuw al een ‘Liberale Jonge Wacht’ als harmonie actief. De harmonie L’Union werd in 1836 als een onpartijdige, patriottische muziekvereniging opgericht, die het liberale beleid weliswaar mee onderging tot de verscherpte tegenstellingen tussen katholieken en liberalen omstreeks 1861/65 tot een afscheuring van de katholieken hebben geleid via de Rupelzonen. Ook de Fanfare van Noeveren, opgericht in 1838 –uit dezelfde periode dus-, is aanvankelijk te zien als een onpartijdig, musicerend wijkgenootschap, dat pas veel later (eerste ‘officiële’ annotatie in 1897) het etiket ‘liberaal’ opgeplakt krijgt, nadat het voordien eveneens met het toen gangbare liberale tijdsbeeld was meegegroeid. Immers eigenlijke ‘politieke concurrentie’ komt er pas na de eerste schoolstrijd met de afscheuring van de Rupelzonen uit L’Union. Alleen de naam al bevestigt voldoende dat St. Cecilia de oudste muziekmaatschappij is geweest, die in Boom vòòr 1835 bestond. Of deze vereniging in 1827, 1801, 1778 of op een ander tijdstip is opgericht blijft zeer de vraag. Deze muziekmaatschappij ‘verdwijnt’ na 1846. L’Union onbindt in de dertiger jaren. Ook de harmonie van de Lib. Jonge Wacht bestaat niet meer. Mogelijk kan de Koninklijke Liberale Harmonie er misschien prat op gaan dat zij te Boom thans nog de enige actieve harmonie is van liberale signatuur. Maar een staat van dienst van twee eeuwen, kan zij hoe dan ook niet voorleggen.