TEN BOOME


EEN VIEZE ALMANAK

Door Joz. Verlinden

Onder die titel publiceerden J.B. STOCKMANS en Joh.-Theod. De RAADT in hun Geschiedenis der Gemeente Schelle, pag. 189, onder de rubriek  ‘Folklore van Schelle’ volgende tekst, die Stockmans « afgeschreven (heeft) van het schutsblad van een stuk cartularium der voormalige Sint-Bernaardsabdij. Het stukje dagteekent van de eerste helft der XVI° eeuw ».

JANUARIUS

D’jaer is nieuw, als die Coninghen gaen

Offeren, sprack Pontiaen,

Anthonis heeft Agneet gheeert,

Paulus wordt van God bekeert.

FEBRUARIUS

Hoe lich sach Sint Aecht ontrent

Doen witter haghen, spranck (sic) Valent,

Cruypt weer in de kot, sprack Pier,

Want Matthys maeckt noch vier.

MARTIUS

Meert wordt daer mede verchiert,

Dat men Sinte Gregorius viert.
Geertruydt sprack tot Benedictyn :

Mari Sal geboodschapt syn.

APRILIS

April sprack : Ambrosius, vrindt,

Brengdt ons Paesschey, ‘t is verdient !

Die schutters vragen naar Sint-Joris.

Marck vraeght waer Vitael is.

MAIUS

Ohilips, cruyst U, wandt Jan lattyn

Vercocht syn panchier en dronk wyn, (panchier = pantser of kuras)

Wandt dat is in de Mey een ze. (ze = zee)

Urbaen vliedt en sedt een pe. (pe = pee)

 

JUNIUS

Maeckt goet chier, sprack Bonifaes :

Brengdt ons hier Barnabas caes,

Vituen twee pondt krieken lieter,

Daer Jan-Baptist bleeff en Pieter.

JULIUS

Ons Vrouw en Merten seyden :

Sal aldus van ons Margriet scheyden ?

Maeyt eerst u hoey, sprack Magdaleen.

Jacob sey : ‘k en heb nu gheen !

AUGUSTUS

Peeter had den oogst in ‘t schuer

Des loech Laureys zyn ghebuer.

Mari voer opwaert, want het was noot.

Meeus werdt gevilt, en Jan onthooft.

SEPTEMBER

Gillis sprack : Ic ben confuys,

Vrouw en heb dy munt noch cruys ?

Waer Lambertus, doen Theys soo viel

In den Wygaert, sprack Machiel.

OCTOBER

Remys sprack : Frans haelt ons most,

Want Denys betaelt den cost.

Haelt mutsaert, Luyck en haelt houdt !

Wanr Leveryn waeyt, en Simon is coudt.

NOVEMBER

Heilich Hubrecht en Lenaert !

Hebdy van Mertens wyn niet ghespaert,

Soo heeft lysbeth groot verlies,

Want Catlyn dronck mee en Dries.

DECEMBER

Loey en Berbel, Claes en Mari

Riepe tot Lucye : syt alle blyee ! (sic)

Maes sprack : Ick sal

Godt steendt, Jans, kindt, daer is’ al.

 

Hoewel het voor ons op het eerste gezicht niet erg duidelijk blijkt, is deze vieze almanak niets anders dan een eenvoudig memotechnisch middel om aan ongeletterden, lekenbroeders van een abdij of simpele leden van een parochie, de juiste data van de feesten der heiligen aan te leren. Zowel de reguliere als de seculiere clerus of m.a.w. de monniken en de pastoors konden dagelijks het cartularium raadplegen. Dit is een uitgebreide lijst, die aangeeft op welke dag de gedachtenis aan een christelijke gebeurtenis of het feest van een heilige moest gevierd worden. Het tijdeigen der heiligen was verbonden aan de vaste dagen van de maand. Onze kalender behandelt uitsluitend dit laatste.

Het systeem werkt zeer eenvoudig, hoewel het uiterst moeilijk bleek het samen te stellen zoals het absurde van sommige zinsdelen en –verbindingen dat voldoende bewijst. Aan de hand van enkele voorbeelden kunnen we dit verduidelijken. Onder de naam van het latijnse woord voor de maand januari komt de eerste lettergreep van het woordje « Coninghen » in de zin op de zesde en die van « Pontiaen » op de veertiende te staan. Hierdoor weet de ongeletterde, die niet lezen maar wel tellen kon, dat het feest van Driekoningen op de zesde en dit van sint-Pontianus op de veertiende dag van die maand valt. Onder Februarius is « lich » (licht) op de tweede lettergreep gezet. Lichtmis viert de Kerk op de 2de februari. En zo gaat het verder.

De logica van dit systeem gebiedt dan ook dat de samensteller of rijmelaar - we kunnen hem bezwaarlijk dichter noemen – per maand juist zoveel lettergrepen weergeeft als er dagen zijn in die maand. We tellen dus eenendertig lettergrepen in de maanden Januarius, Martius, Maius, Julius, Augustus, October en December. De maanden met dertig lettergrepen zijn dan Aprilis, Junius en November. Uiteraard telt Februarius maar achtentwintig lettergrepen en kon er geen rekening gehouden worden met het supplement van een dag in het schrikkeljaar.

In onze opsomming ontbreekt de maand September. Volgens de hier gepubliceerde tekst, zoals hij door J.B. Stockmans zou afgeschreven zijn, telt het maandkwatrijn maar negentwintig lettergrepen. We stellen vast dat tussen het woordje « Vrouw » (achtste plaats) en de eerste lettergreep van lambertus (zestiende plaats – zie verder) een lettergreep ontbreekt.

We konden hier niet nagaan waar de fout was gebeurd; bij het samenstellen van de verzen zelf of bij de transscriptie door Stockmans. Ter verbetering zouden we de tweede zin van dit vers als volgt willen reconstrueren:

« Vrouwe, en heb dy munt noch cruys ».

Passen we nu die regel toe op alle delen van de almanak, dan komen we tot het volgende resultaat, dat volledig overeenstemt met de gegevens uit het Martyrologium Romanum, dat oorspronkelijk de Roomse Martelarenlijst of het Romeinse Martelarenboek was, maar later onder behoud van de naam uitgebreid werd tot de kalender der Heiligen.

LIJST VAN DE KERKELIJKE FEESTDAGEN

Januari

Coninghen = Driekoningenfeest.

Pontiaen = Sint-Pontianus wiens relieken werden overgebracht naar Utrecht. Hij is in onze streek weinig gekend.

Anthonius = Sint-Antonius de Grote, kluizenaar en de vader van het monnikendom. Deze heilige wordt afgebeeld op de schilderijen met als titel De Bekoring van Sint-Antonius.

Agneet = Sint-Agnes, wier naam in verband wordt gebracht met het latijnse woord agnus d.i. lam. Ze wordt er mee afgebeeld. Zij behoort tot de heiligen waarvan de verering terug gaat tot de eerste tijd van het christendom.

Paulus = het feest van Sint-Paulus-Bekering.

Februari

lich = O.L.V.-Lichtmis of officiëler de opdracht van jezus in de Tempel.

Sint Aecht = Sint-Agatha. Bij haar marteling werden haar borsten afgesneden. Daarom wordt zij voorgesteld met een schotel, waarop twee borsten liggen. De censuur liet die later vervangen door twee broden.

Valent = Sint-Valentijn. Hieruit blijkt de bekendheid van die heilige.

Pier = Feest van Sint-Pieters-Stoel te Antiochië.

24 Matthys = Sint-Matthias, de evangelist. In een schrikkeljaar wordt dit feest een dag later gevierd, namelijk op de 25ste.

Maart

Sinte Gregorius = Sint-Gregorius de Grote, die als kerkleraar wordt vereerd. Gregorius is een grote paus geweest. Hij gaf zijn naam aan de kerkzang : het gregoriaans.

Geertruydt = Sint-Geertrui (+659), de dochter van Pepijn van Landen en abdis van het vrouwenklooster te Nijvel. Zij wordt aangeroepen tegen ratten- en muizenplagen.

Benedictyn = Sint-Benedictus, de grondlegger van het monnikenwezen in Europa en die daarom pater europae of vader van Europa wordt genoemd.

Mari = zoals uit de tekst blijkt Maria Boodschap.

April

4 Ambrosius = Sint-Ambrosius (+397), bisschop van Milaan en kerkleraar. Volgens het Martyrologium Romanum wordt het feest van Ambrosius gevierd op de 7de december, die als de dag van zijn bisschopswijding wordt aangezien. De dag waarop, volgens de onderhavige almanak, het feest van Sint-Ambrosius moet gevierd worden, verwijst naar zijn sterfdag, nl 4 april 397. Hij is de patroon van de imkers.

Tussen de 25ste maart en de 25ste april valt het Paasfeest, dat in de almanak wordt herdacht met het woordje paeschey (= paasei). Hierop volgt de betekenisvolle uitroep « ‘t is verdient ». Met Pasen immers hadden de monniken de zware vastenperiode achter de rug, die voor hen niet begon op Aswoensdag, maar onmiddellijk na de zondag van Septuagesima (d.i. de zeventigste dag vòòr Pasen).

Sint-Joris = uiteraard de heilige krijgsman en martelaar die volgens de legende de draak versloeg en één der meest vereerde heiligen was in de Middeleeuwen. Hij is de patroon van de gilde der kruisboogschutters.

25 marck = Sint-Marcus, de evangelist. Op die dag trok de Kruisprocessie door de velden, terwijl men de litanie van alle heiligen zong.

Vitael = Sint-Vitalis uit Milaan wiens echtgenote Sint-Valeria aldaar wordt vereerd. Ze waren de ouders van de heilige Gervasius en Protasius, die in onze contreien onbekend zijn.

 

Mei

Philips = het feest van de heilige apostelen Philippus én Jacobus de Meerdere.

Jan lattyn = het feest van de gedachtenis van de apostel en evangelist Joannes vòòr de porta latina (latijnse poort) te Rome waar hij gemarteld werd maar ongedeerd uit de ketel kokende olie kwam. Dit feest wordt ook Sint-Jan-in-de-olie genoemd.

Mey duidt niet op een heilige (zie verder). Op die dag viert de kerkgemeenschap het feest van de heilige Rita van Cascia, die door de komst van de paters Augustijnen te Kontich hier geen onbekende meer is.

Urbaen = Sint-Urbanus (+230), paus en belijder.

Juni

Bonifaes = Sint-Bonifatius, apostel van Nederland en Duitsland, die in 755 door de Friezen werd gedood.

Barnabas = de heilige Barnabas, de medegezel van Sint-Paulus.

Vituen (uit te spreken als Vituun) = Sint-Vitius, die als jongeling samen met zijn leermeester Modestus en zijn voedster Crescentia in 375 de marteldood stierf. Hij is een van de veertien Noodheiligen (Vierzehnheiligen). In eigen land is hij de patroon van het naar hem genoemde Sankt Vith, alwaar de kerk een relikwie van hem bezit. De kathedraal van Praag is aan hem toegewijd.

Jan-Baptist = het feest van de geboorte van Sint Jan de Doper. Dit was voor de Franse Revolutie een grote feestdag en toen vooral bekend als midzomernacht met zijn Sint-Jansvuren. Het was ook de vervaldag van veel contracten ‘met sint jansmisse’.

Pieter = het feest van Sint-Pieter "én Sint-Pauwel".

Juli

Vrouw = het feest van de Bezoeking van Maria aan haar nicht Elisabeth.

4 Merten = duidt natuurlijk op Maarten. In het Martyrologium is er die datum geen vermelding van een Martinus. Ook niet de dagen er voor of er na. Het feest van Sint-Martinus van Tours valt op 11 november.

13 Margriet = Hier geldt dezelfde opmerking als voor Merten. Op de 20ste juli vinden wij in het martyrologium wel het feest van Sint-Margaretha of Margriet. Zij is de vrouwelijke tegenhanger van Sint-Joris en de legende verhaalt dat zij de jonge vrouw zou zijn die door Joris werd bevrijd uit de klauwen van het monster. Haar feestdag was het begin van het maaien van het gras, zoals de almanak zegt : « maeyt eerst u hoey ». In onze contreien staat zij bekend als « Margriet de piskous ». Want als dusdanig is zij de vrouwelijke tegenpool van Sint-Medard. Als het op haar feestdag regende, dan bleef het zes weken duren … Aan de monding van de Rupel was er eertijds op de linkeroever een Fort Sint-Margriet.

Magdaleen = Sint-Maria-Magdalena, boetelinge en één der drie Maria’s die onder het kruis van Christus stonden. Wordt nogal eens verward met Sint-Margriet.

25 Jacob = Sint-Jacobus de meerdere, apostel. Zijn relieken bevinden zich in de Spaanse stad Santiago de Compostela, die naast Rome en Jeruzalem de beroemste bedevaartsplaats van de middeleeuwen was.

Augustus

Peeter = Feest van de wijding van de basiliek van Sint-Pietersbanden te Rome.

Laureys = de heilige diaken Laurentius, die te Rome op een rooster levend werd verbrand.

Mari = het feest van Maria ten Hemel opgenomen of Maria’s Hemelvaart.

Meeus = de apostel Sint-Bartholemeus.

29 Jan = uit de context blijkt dat het gaat om de gedachtenis van de onthoofding van Sint-Jan de Doper.

September

Gillis = Sint-Egidius, die uit Athene naar de Provence een kluizenaarsbestaan kwam leiden. Hij is ook een van de Veertien Noodheiligen.

8 Vrouw = duidt op het feest van O.L.V.-geboorte.

Lambertus = Volgens het aantal lettergrepen is de lettergreep « LAM » maar de zestiende van de tekst. Het feest van Sint-Lambertus wordt echter gevierd op de 17de september. Er ontbreekt hier één lettergreep, zoals hoger werd gezegd. Sint-Lambertus is bisschop van Maastricht geweest en werd te Luik gemarteld. Hij is de patroon van die stad en van het prinsbisdom.

Theys = Sint-Mattheus, apostel en evangelist.

29 Machiel = feest van de wijding van de basiliek van de aartsengel Michael te Rome.

Oktober

Remeys = Sint-Remigius (533), bisschop van Reims.

4 Frans = Sint-Franciscus van Assissi.

9 Denys = Sint-Dionysius, martelaar, waarschijnlijk de eerste bisschop van Parijs.

18 Luyck (te lezen als Luuk) = Sint-Lucas, de evangelist.

Leveryn = Severyn. We vermoeden hier een schrijffout; de weergegeven L zou een S moeten zijn … Want op die dag vieren wij het feest van Sint-Severinus, die bisschop van Keulen was.

Simon = het feest van de apostelen Simon én Judas.

November

3 Hubert = Sint-Hubertus (+ Tervuren, 726) opvolger van Sint-Lambertus. Hij bracht de zetel van het bisdom Tongeren-Maastricht over naar Luik. Hij is de patroon der jagers. Hij wordt aangeroepen bij hondsdolheid; op zijn feestdag wordt het brood gewijd.

Lenaert = Sint-Leonardus (+559ç), kleizenaar en leerling van Sint-Remigius. Hij is de patroon van de gevangenen en de geesteszieken.

Mertens = Sint-Martinus (Sintemette), bisschop van Toers, die vòòr de stadspoort van Amiens zijn mantel in twee stukken sneed om een stuk aan een bedelaar te schenken.

19 Lysbeth = Elisabeth van Hongarije of van Thüringen, lid van de Derde-Orde van Sint-Franciscus en weldoenster der armen.

Catlyn = Sint Katrien of katharina van Alexandrië. Wordt voorgesteld met een rad of wiel. Vandaar dat ze wordt aangeroepen bij ziekte, die men Sint-Katrien-wiel noemt en dat zij ook de patrones der molenaars is.

Dries = Sint-Andreas, apostel. Hij was de broer van Sint-Petrus en kreeg de titel van Eerstgeroepene.

 

 

December

Loey = Sint-Eligius od Sint-Elooi, hoef- en edelsmid die bisschop werd van Noyon. Hij is uiteraard de patroon de metaalbewerkers.

4 Berbel = Sint-Barbara. Schijnbaar staat de eerste lettergreep van haar naam op de derde plaats in de tekst. Men moet echter de naam van Loey in twee lettergrepen splitsen, Loe-y. Sint-Barbara, afgebeeld met een toren, is sedert de Middeleeuwen een der meest vereerde heiligen. In de meeste oude kerken treft men minstens haar beeld aan. Vele kerken bezitten een altaar ter ere van haar. Zij is de patrones voor een zalige dood. Zij beschut allen die omgaan met de springstof, zij beveiligt de klokkengieters en –luiders. In de moderne tijd is ze ook de beschermheilige de mijnwerkers geworden.

6 Claes = Sint-Nicolaas, de brave heilige man en kindervriend, bisschop van Myra.

8 Mari = Duidt op het feest, dat toendertijd Maria’s Ontvangenis werd genoemd. Sedert 1854 werd, na de dogma-afkondiging, het woordje Onbevlekt toegevoegd.

13 Luceye = Sint-Lucia, heilige uit Syracuse, die reeds van oudsher in de Kerk werd vereerd. Haar naam komt voor in de Canon van de Gregorius-mis. Haar naam, waarin duidelijk het latijnse woord lux is te herkennen, duidt op het licht. Haar feestdag viel, vòòr de hervorming van de kalender dan ook op het tijdsstip van de winterzonnewende ; het ogenblik dat de dagen gaan lengen.

Maes = Sint-Thomas, de « ongelovige » apostel. De eerste lettergreep van zijn naam staat in de tekst weldegelijk op de 21ste plaats, daar de naam van Sint-Lucia uit drie lettergrepen bestaat : lu-cy-e.

Met Sint-Thomas begint de winter. Vroeger bestond hier het gebruik om de oversten, ouders of meesters buiten te sluiten en ze slechts terug binnen te laten nadat ze iets beloofd hadden te doen.

25 God = duidt op het feest van Kerstmis, de Geboorte des Heren.

Steendt = zinspeling op het stenigen van de heilige Stephanus. Hij is de protomartyr of de eerste martelaar van de christelijke gemeenschap. Zijn verering is zéér oud en zou tot de 5de eeuw teruggaan.

Jans = Jans feest duidt op Sint-Jan de Evangelist. Hij was de jongere broer van Jacobus Maior of de Meerdere. Hun ouders waren Zebedeus en Salome. Sint-Jan was de lievelingsapostel van Jezus en stond ook onder het kruis bij diens dood. Tot hem richtte Christus de woorden: « Zoon, zie hier uw moeder », toen hij zijn eigen moeder Maria aanwees. Zijn feest behoort niet tot het Feesteigen der Heiligen, maar is geïncorporeerd in het Tijdeigen.

kindt = feest van de vermoorde, onschuldige kinderen van Bethlehem. In ons taalgebruik spreken we van Onnozele Kinderen. In de abdijen en de klooster- en kathedraalscholen bestond de gewoonte dat op die dag de jongsten het bewind mochten voeren.

Tot besluit van de kalender : « daer is al » : dat is alles.

 

Het is opmerkelijk dat die almanak uit het archief van een Bernardijner- of Cisterciënzerabdij het feest van haar stichter, de Doctor Mellifluus of de Honingvloeiende Leraar, Sint-Bernardus van Clairvaux niet vermeld. Dit feest valt volgens het Martyrologium op de 20ste augustus. Verder zien we ook dat geen enkele heilige uit de Bernardijner-orde wordt beschreven, want buiten Merten of Martinus en Margriet, wiens feest respectievelijk op de 4de en de 13de juli valt en waarvan we geen enkele aanduidling vonden, staan alle aangeduide heiligen opgeschreven in het algemene Martyrologium Romanum. Dit kan redelijk een bewijs vormen dat hij niet door een cisterciënzer monnik werd samengesteld. We veronderstellen dat de twee onbekende heiligen van de maand juli, Martinus en Margaretha, waarschijnlijk de sleutel kunnen verschaffen om de oorsprong van onderhavig kalender op te sporen. In welk cartularium van welke abdij of orde komen beide heiligen op die datum voor ?

We willen er ook op wijzen, dat buiten de lijst der heiligen deze almanak enkele verwijzingen bevat naar het werk op het veld of op de hoeve en naar het weer.

In februari kan het nog koud zijn :

« Cruypt weer in de kot, sprack Pier, »

« Want matthys maeckt noch vier. »

In de maand mei wordt zeker een zinsspeling gemaakt op de Mei-wijn, die overvloedig in de abdijen aanwezig was. Het was een lichte kruidwijn, getrokken uit het onze-Lieve-Vrouwbedstro :

« … Jan Lattyn…dronk wyn »

« Wandt dat is in de Mey een ze(e) »

Dat « Urbaen … sedt een pe(e) » kan naar het tuinwerk verwijzen.

In de maand juni is er sprake van « caes en twee pondt krieken lieter ». Voor die kaaes en dit kriekenbier zullen zowel Jan als Piet blijven.

In juli moet er gemaaid worden en in augustus voert men de oogst in de schuur.

September vermeldt de wijngaard en de volgende maand is er al sprake van most. Ook dan moet er hout en mutsaard binnengehaald worden, want op Sint-Severijn kan het waaien en op Sint-Simon is het koud. In november is de most al wijn geworden.

Spijt de soms absurde gezegden bezit deze kalender toch een zekere didactische en pedagogische waarde. Hij leert hoe onze voorvaderen bepaalde wetenswaardigheden konden memoriseren. Het doet ons denken aan de manier waarop wij de latijnse grammatica moesten leren aan de hand van citaten uit de oude schrijvers, zoals « Asinus pelle leonis indutus » (een ezel bedekt met een leeuwenhuid).

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN