TEN BOOME


HUIZEN EN (kleine) GESCHIEDENIS.


Foto: Boom vanuit de lucht, uitgave gemeente Boom

Door Ronny Claes

September 2001

SCHUTTERSHOFSTRAAT, 37 NIEL.

 

Vooreerst een woord over het huis van mijn grootmoeder langs moederszijde.

Mijn grootmoeder: Hendericks, Jeannette uit Niel was een dochter van Peer, beter gekend als Peer de kopere, loodgieter en herbergier in de Rupelstraat. Zijn klanten waren vooral de gegoede burgerij, waar hij voor en na WO I sanitaire installaties (o.a. badkamers en waterleiding met hydrofoorgroep) plaatste en de steenbakkerijen waarvoor in zink monden voor de steenvorm met gekalibreerde openingen voor watertoevoer voor de strengpersen vervaardigd werden.

Mijn grootmoeder huwde met een schipperszoon uit Niel: Calluy Arnold, die in Boom in de Rijksmiddelbare school (Mannekens) lager middelbaar volgde. Tijdens de negentiende eeuw een hele prestatie voor iemand van schippersafkomst. Nadien trad hij in dienst van Mr.Van Bernuth, een groot zakenman uit Antwerpen, die eigenlijk een "von met een kleine letter" was, maar die zich tot Belg had laten naturaliseren. Samen met grootvaders broer waren zij schippers op de nieuw gebouwde 26 meter zeewaardige zeiljacht van deze mijnheer tot bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog.

In 1908, zij waren dan maar pas getrouwd, gingen mijn grootmoeder en grootvader een huis bouwen. Dat ging gebeuren in de Schuttershofstraat nr.37 op cijnsgrond van de adellijke familie de Borrekens, die het kasteel te Niel bezaten met de aanpalende gronden.

Tussen het kasteel en de kerk een boomrijke brede weg (zoals in vele dorpen in Vlaanderen het wereldlijke, zij het adellijk en erfelijk, en het geestelijke gezag kort bij elkaar). Deze weg, in die tijd de Kerklei, nu de Ridder Berthoutlaan, was privaat eigendom van de Borrekens, en om dit recht veilig te stellen werd éénmaal per jaar de slagboom in het begin van de lei, bijna aan de kerk voor één dag gesloten, tijdstip dat vooraf aangekondigd werd.

De grond waarop het huis verschijnt, werd verpacht voor 99 jaar en pas na WO II zou hij verkocht worden aan de cijnsplichtigen. Een bijna identiek huis nr.35 werd gebouwd in opdracht van Felix Calluy, broer van mijn grootvader en een rij praktisch dezelfde huizen rechts naast nr.37 werden opgetrokken voor rekening van mijn overgrootvader Peer Hendericks als geldplaatsing. De huizen hadden een gevelbreedte van ongeveer 5 meter en hadden een halve bovenverdieping met lage ramen, omdat aldus in die tijd een speciaal laag tarief voor het kadastraal inkomen van toepassing was.

De indeling van de woning was als volgt: gelijkvloerse verdieping: van de straatzijde af twee dooreenlopende plaatsen, waarnaast in de lengte een gang, daarachter een keuken met kleinere plafondhoogte en aanpalend nog een berghok. Naast keuken en berghok een koer met bornput (de waterleiding zal pas na de eerste wereldoorlog haar intrede maken).

Onder de tweede plaats een kelder.

Op de bovenverdieping de slaapkamers samen de oppervlakte van de twee door elkaar lopende plaatsen van het gelijkvloers en hoger onder de pannen een zolder, van op de overloop te bereiken met een ladder.

De bouwtoelating werd door het gemeentebestuur van Niel verleend op 16 november 1908. Mijn grootvader stelde zelf de bestekken op voor ruwbouw en schrijnwerkerij.

Het contract is zeer waterdicht, er is werkelijk aan alles gedacht en zeer bevattelijk geformuleerd. Voor de ruwbouw is zelfs de samenstelling van de mortels beschreven. Voor de ondergrondse werken een "assche mortel" voor de helft uit Doornikse kalk van eerste kwaliteit en de andere helft uit gezifte asse, bovengronds de helft kalk en de helft magere zavel. De bornput een meter doormeter en voldoende diep om zelfs bij langdurige droogte voldoende water te leveren. De werken werden gegund aan aannemer Scholiers op 11 november 1908. Steen, pannen, vorsten en arduin te leveren door de bouwheer. De te werk gestelde mensen moesten verzekerd zijn door de aannemer. Einde der werken werd gesteld op 01 februari 1909 en elke dag vertraging zou een boete kosten van 2 frank per dag.

Een soortgelijk contract werd opgesteld voor de schrijnwerkerij, met minutieuze opgave van soorten en afmetingen van het te gebruiken hout. Uitvoering gegund op 25 november 1908 aan zijn aangetrouwde schoonbroer Cop, modelmaker bij de voorloper van de Boomsche Metaalwerken en nog een andere heer. Oplevering insgelijks op 2 februari met dezelfde penalty van twee frank per dag vertraging.

Wat heel de zaak interessant maakt, is de afrekening tot in het laatste detail.

Notariskosten : 54,55 fr.; metselwerk : 2.090 fr.; schrijnwerk: 2.248 fr.; 2 rozetten voor plafond, incluis de vracht: 5,05 fr. Nog een rozet en conzolen: 6,15 fr.; 3 glazen pannen: 1,20 fr.; vloerstenen voor benedenverdiep, geplaatst: 191 fr.; steenkapper voor een marmeren schouwmantel en een hardstenen "pompbak": 46 fr.; steen en pannen geleverd door Jef Van Reeth, geleverd op het werk 599,33 fr. (de rode papensteen aan 8,50 fr., de bleke tegen 7.50 fr. en de padden aan 6,50 fr., samen ongeveer 150.000 steen; de pannen aan 29 fr. de duizend). Overname van een muur: 43,95 fr. De plakker (stukadoor) voor het leggen van rozetten en conzolen: 4 fr. De smid voor een vapeur (stookplaats in berghok) en kleinigheden: 8,60 fr. De koperslager (zijn schoonvader zonder twijfel) voor het leggen van goten en pomp: 185,33 fr. een ruit in de dakvenster: 0,45 fr. en de schilder: 20 fr. Dus voor een dergelijk huis in 1909 sleutel op de deur, maar zonder grond de som van: 5503,60 fr.

Een deel van het nodige kapitaal werd geleend bij een oom, broer van mijn overgrootvader, en hoofdonderwijzer te Walem. De laatste aflossing gebeurde op 22 december 1912. Hoeveel die som bedroeg, kan ik helaas niet achterhalen, maar de notabene op die kwijting is ontroerend:

Ik kan niet nalaten neef Arnold en nicht Jeannette van herte geluk te wenschen, over het spoedig afleggen der door mij geleende somme gelds. Ga zoo voort, beste vrienden, met sparen en vergaren, en uwe broodwinning is verzekerd. Weest elkander steeds getrouw, vergeet den goeden God niet, brengt uwe kindjes op in eer en deugd en uw geluk zal bestendig wezen.

Ik ben fier over u beide, kinderen van mijnen oudsten, duurbaren Broeder Petrus.

Uw dienstveerdige en verkleefde oom en tante

Karel en Jeannette.

Het huis bestaat nog onder hetzelfde straatnummer, zij het dat de pui op een volle verdieping gebracht is en de gevel met andere steen bekleed is. Tussen de huizen gezet door mijn overgrootvader zijn er nog in praktisch originele toestand.

KERKSTRAAT, 41 BOOM.

In dit huis is de keldering interessant. Drie aan elkaar aansluitende kelders, waarvan de laatste achteraf toegevoegd werd bij een uitbouw van dit pand. De tweede kelder bezit een buitendeur en een venster, wat er op wijst dat een gedeelte van de huizen aan de linkerzijde van de Kerkstraat gezien vanaf de Grote Markt op uitgebakken grond staan.

KERKSTRAAT, 32 BOOM.

Achter de huizen van de rechterzijde van de Kerkstraat liep de Klinckhaemersbeek.
Wanneer we akten van eigendommen onder ogen krijgen van het centrum van de gemeente komt deze beek daar dikwijls in voor. Volgens Alex Vinck kwam deze beek van de omgeving van het huidige ziekenhuis naar het centrum, liep aan de Antwerpsestraat tussen Superpost en de parking van dit bedrijf naar de achterzijde van de woningen van de Kerkstraat.

Wanneer in de 19e eeuw riolering aangelegd werd verviel de functie van de beek en liet men de aanpalende eigenaars toe de oppervlakte van de beek in te nemen. Daar de hof van de dekenij omsloten wordt door een muur in metselwerk, heeft de kerkfabriek nooit van dit recht gebruik gemaakt en zijn de gronden sinds onheugelijke tijd ingenomen door de bewoners van de Kerkstraat.

KERKSTAAT, 7 BOOM.

Wanneer we een dertigtal jaren geleden tussen het huidige pand nr.5 (meeneem chinees) en het nr.9 (café den Beer) op de nooit bebouwde grond een magazijn oprichtten, stootten we tijdens graafwerken op een gemetste riool van ongeveer 1,5 m. breedte.

Dit is weer de hoger vermelde Klinkhaemersbeek, die van daaruit haar loop naar de Rupel vervolgt om uit te monden ter hoogte van de bunker waarin het bevrijdingsmuseum gevestigd is.

De huidige panden waren eens eigendom van een zekere Weckers. De eigendom strekte zich uit van op de Grote Markt (huidig hoekhuis Grote Markt – Spillemaeckers-straat), gedeeltelijk onteigend om de Spillemaeckersstraat aan te leggen tot in de Kerkstraat. De akten die we bij het verwerven meekregen, bevatten ontelbare hypotheeknemingen, wat een beetje het vroeger in zwang gezegde: " failliet gaan zoals Weckers" staaft.

HOOGSTRAAT, 7 BOOM.

Om ons goed te oriënteren citeren we uit Hoe Boom Groeide van Lamot vanaf bladzijde 134 en volgende :

In 1721 telde de kom van de gemeente 60 huizen, op de gehele oppervlakte 150 huizen.

Mevrouw de Camora, weduwe van Michel Boschart bouwt tussen 1760 en 1764 de eerste huizen in de Groene Hofstraat, uiteraard op gronden van het kasteel.

De stad Brussel onteigent gronden voor een bedrag van 21.894 gulden om de Leopoldstraat aan te leggen en bouwt aldaar de afspanning " Scheepvaart " op de plaats waar nu een appartementsgebouw staat met dezelfde benaming.

De Hoogstraat heeft bijna geen bebouwing en ook de noordzijde van de Blauwstraat telt weinig huizen.

We zien dat tot hiertoe de kom van de gemeente nog heel landelijk geweest moet zijn en de bevolking over heel de gemeente amper een 2.000 "zielen" moet geteld hebben.

Na het overlijden van mevrouw de Camora gaan de bezittingen naar haar broer, die in 1774 zijn goederen te Boom schenkt aan zijn neef Judocus Wambacq, heer van Rolland.

Op 31 october 1782 verkoopt Judocus Wambacq 's heerenhof met alle toebehoorten: seker kasteel ofte speelgoed met groot hovingen, basse-cour, stallingen ende castelijnhuis, en een partye ofte streke weyde uyt 's heerenhoofd aan Petrus Van Damme en Maria, Theresia Van Reeth, echtgenote. (gemeentearchief reg.139-fol 87vg)

Uit Sel, Steenackers en Lamot weten we dat het kasteel er dan reeds vervallen bijstaat en reeds voor een stuk verkaveld is door het doortrekken van de Leopoldstraat. De heer Van Damme koopt dus de vervallen restanten en zal een gedeelte later verkopen om de huidige, vierde kerk op te richten. Deze heer, brouwer van beroep, was zeer gefortuneerd en zal het gemeentebestuur met een lening van 3.000 gulden depaneren om de brandschatting aan de ingevallen Fransen te kunnen betalen. Een hele toer als je een paar jaar daarvoor zulke belangrijke aankoop reeds financierde.

Op 23 maart 1783 verkoopt Peeter Van Damme aan Jacobus De Cuyper en echtgenote Maria Gijs voor notaris j.f.Mommen te Boom; een partye van erve uyt den gewesen 's heerenhof; grootte acht roeden een halve ende tweeëndertigh voeten voor 130 gulden elf stuyvers wisselgeld. Daarop wordt door Jacobus De Cuyper de volgende jaren een huis opgetrokken.

Na diverse verkopen in 1811, 1818, 1825 koopt op 30 april 1875 langs notaris Jozef Mommen te Boom de Heer Lodewijk Egied Clement, winkelier te Boom twee woonhuizen, magazijn, grond en open achtererve wijk B nr. 200, groot 3 are 25 ca en een gedeelte nr.213 a voor de prijs van 25.000 frank. Verkopers zijn: vrouw Maria Theresia Van Damme, weduwe van de heer Jan Troch, grondeigenares en rentenierster, vroeger wonende te Boom, alsmede Egide Karel Troch, nijveraar; Peeter Hendrik Troch, nijveraar en vrouw Catherina Caroline Paulina Troch gehuwd met Jan Françis Steenackers, bierbrouwer. De geburen zijn: oost Bergys en de gebroeders en gezusters Pauwels, zuid en west de verkopers en noord de Hoogstraat.

Door deze aankoop verkrijgt het pand Hoogstraat, 7 zijn huidige gevelbreedte. In de verkoop van 30 april 1875 is een perceel hof begrepen aangeduid onder nr. 213a welke ook de uitweg achter de aanpalende eigendommen naar de Hoogstraat bevat. Dit perceel kwam in bezit van mevrouw Theresia Van Damme door aankoop in 1870 van Jan Francis Rijpens, meester steenbakker die dit perceel verwierf door deling van nalatenschap van de echtgenoten Rijpens-Van Damme.

Op 22 augustus 1885 koopt Egidus Clement nog een aanpalend stuk hof bij voor 8.000 frank van mevrouw Steenackers, geboren Catharina Carolina Paulina Troch die we enkele regels voordien al ontmoet hebben. De heer Clement baat in het pand een handel in diverse ijzerwaren uit en de zaak moet reeds geruime tijd bestaan hebben voor de vestiging in Hoogstraat, 7. Belangrijk zal ze ook geweest zijn, want in het bureel van mr.Abel Van Kerckhoven hing een vrachtbrief uit de Hollandse periode voor een volledige paardencamion koperwaren (dinanderies) met de prijs van het geleverde in gulden en tegen terugbetaling met de geleider te regelen.

19 december 1894: voor notaris Ludovicus Adrianus Bullens te Antwerpen verkoop door Ludovicus Egidius Clement, koopman in ijzerwaren en echtgenote Rosalia Coleta Saerens te Boom verkopen aan hun zoon Franciscus Alphonsus Clement, omschreven als bejaard jongman, zonder beroep, met hen wonende en gehuisvest te Boom: een huis, magazijnen, grond en aankleven nr.200 g groot 10 a 65 ca, samen met de uitweg naar de Hoogstraat ten kadaster gekend onder 211 a met een oppervlakte van 2a 50 ca voor de prijs van 70.000 frank. Vader en moeder Clement zullen vooruitziende mensen geweest zijn, want de andere zoon vestigt te Ruisbroek een ijzergieterij. Het in 1975 opgerichte beeld "de ijzergieter" op het prieeltje aan het begin van de Sauvegardestraat refereert naar deze onderneming. De loods van de ijzergieterij vinden we vlak in de omgeving. Als U met de rug naar het voormalig gemeente-huis de Kerkstraat volgt door de S-bocht richting Puurs is er vlak voor de J. Hauchecorne-straat een wegeltje. Daarin op de rechterzijde is de loods die op de zijmuur nog amper leesbaar vermeldt :

IJZERGIETERIJ........Jos CLEMENT......

Voorwaar, iedere haan zijn mesthoop is een goede oplossing. Op 31 juli 1900 stelt notaris Begerem te Boom de akte van openbare verkoop van de burgerswoning Hoogstraat, 9 op.

Koper : de heer Alfons Clement. De openbare verkoop werd gehouden in de herberg "De Gulden Poort" in de Kerkstraat te Boom, uitgebaat door Charles Verheyden, met winst van verdieren, zoals tot over enige jaren hier in de streek gangbaar was bij openbare verkopen.

De verkoop geschiedt in opdracht van mevrouw Catharina Carolina Troch, weduwe van Jan,Frans Steenackers, zonder beroep, voordien te Boom, nu wonende te Mechelen, Koeistraat. Dat is nu de derde maal dat we deze dame ontmoeten. De uiteindelijke verkoopprijs loopt tijdens de tweede zitdag op tot 21.000 frank te vermeerderen met 300 verdieren. Als ik me niet vergis was één verdier zes frank, zodat het pand verworven wordt voor 22.800 fr. Vergelijk deze prijs eens met de woning van mijn grootouders, bijna in dezelfde inflatievrije periode opgericht.

Reeds op 11 januari 1907 verkoopt onze Franciscus Alphonsius Clement en zijn echtgenote Constantia Maria Van Hecken (de "bejaarde jongman" is uiteindelijk nog van de straat geraakt) door tussenkomst van notaris Camille Convent te Boom aan Jacobus Peeters, hoofdonderwijzer, wonende en gehuisvest te Wuustwezel en zijn echtgenote Rosalia Joanna Van Hecken zowel Hoogstraat 7 en 9 voor de som van 90.000 frank. Na het overlijden van mr. Peeters in 1913 zullen moeder en zonen de zaak verder uitbaten en onder dat beleid een enorme uitbreiding kennen met diverse grote gebouwen en loodsen verspreid op Booms grondgebied. Maar dat is een ander verhaal.

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN