TEN BOOME
GEOGRAFISCHE EN HISTORISCHE SITUATIESCHETS
VAN DE SPOORLIJN 52

Foto: postkaartenarchief gemeente Boom
Door Erik Heylen
BTTB
Met het eerste lijndeel Hoboken – Boom ziet spoorlijn 52 pas op 20 juni 1879 het levenslicht. Op 22 juli 1880 werd de spoorlijn Dendermonde – Puurs geopend en het baanvak Puurs naar Boom volgde op 8 augustus 1881. Na Antwerpen Centraal, geopend op 3 juni 1836, is Dendermonde (°1837) het oudste station aan spoorlijn 52. Beide steden werden al zeer vroeg met Mechelen, het toenmalige middelpunt van onze nationale spoorwegmaatschappij, verbonden. De spoorlijn 53 Mechelen – Dendermonde – Gent-Zuid werd al in 1837 in gebruik genomen en in 1856 volgt lijn 57 Dendermonde – Lokeren. Net voor de opening van lijn 52 krijgt Dendermonde eerst nog een spoorverbinding met Hamme en Sint Niklaas (lijn 56) erbij in 1877. Al meteen is duidelijk dat lijn 52 van meet af aan een secundaire (en lokale) rol van betekenis had, niettegenstaande de drie baanvakken dubbelsporig werden aangelegd. Ook het station Puurs was reeds in 1870 in gebruik voor de huidige lijn 54 Mechelen - Sint Niklaas – Terneuzen, terwijl Boom als station op de toenmalige lijn 61 Morstel Oude-God – Kontich Dorp – Boom – Willebroek – Londerzeel – Opwijk – Aalst al in 1875 operationeel was. Dit verklaart het bochtige tracé van lijn 52 in de omgeving van deze steden, vermits de stations geörienteerd zijn volgens de eerst in dienst genomen spoorlijn. De Rupel was de enige natuurlijke hindernis van betekenis (het zeekanaal werd veel later gegraven), die lijn 52 in twee delen snijdt. De rol van Dendermonde als eindpunt van lijn 52 wordt in 1881 nog belangrijker, toen de spoorlijn 60 Dendermonde – Asse – Brussel-Noord is aangelegd. Vanuit dit spoorknooppunt kon men toen in zeven verschillende richtingen per spoor vertrekken of aankomen, veel meer dus dan het veel grotere Antwerpen.
In 1893 werd lijn 52 vanaf Hoboken verbonden met de fortenlijn 27A via Wilrijk naar Mortsel, die tot 1970 als zuidelijke ringlijn van Antwerpen zal fungeren. Pas na het doorbreken van de militaire vesting rond Antwerpen, samen met lijn 25A, wordt de spoorbaan tussen Hoboken en Antwerpen-Zuid op 1 mei 1894 een feit. Het toenmalige tracé liep langs de huidige Emiel Vloorstraat en Kol. Silvertopstraat, waarna men, met een bocht van 90 graden, haaks op de Schelde te Antwerpen-Zuid toekwam. Nochtans was Antwerpen-Zuid reeds in 1877 als goederenstation in gebruik genomen (via de Scheldekaaien verbonden met Antwerpen D.S.) en speelde een belangrijke rol voor de Antwerpse haven na de rechttrekking van de Schelde. In die tijd waren de Scheldekaaien een goede ankerplaats voor de toenmalige grote zeeschepen om goederen over te slaan en er was aldaar nog een drukke bedrijvigheid tot de jaren zestig. De reden voor deze laatste lijnverlenging, waarvoor de militairen speciaal een poort in hun verdedigingswerk moesten voorzien, was de wereldtentoonstelling van 1894 te Antwerpen, waarvoor een monumentaal stationsgebouw diende gebouwd te worden, dat pas in 1902 volledig klaar was. Lijn 52 en de fortenlijn 27A zullen van dan af vooral voor het goederenverkeer van groot belang blijven, een element dat veel later de sluiting van de lijn 52 telkens afhoudt.
In 1907 krijgt Antwerpen-Zuid nog een rechtstreekse spoorlijn met Mechelen erbij. Het was de bedoeling via deze nieuwe spoorlijn 25A snelle reizigerstreinen vanuit Brussel-Noord naar Antwerpen-Zuid te laten rijden, deels in aansluiting met de ferryboot naar Harwich, maar dit opzet bleek geen succes, behalve in 1920 toen een tweede wereldtentoonstelling te Antwerpen-Kiel plaatsvond. Vermeldenswaardig is ook dat het uit 1854 stammende stationsgebouw van Antwerpen-Centraal (toen nog Antwerpen-Oost genoemd) in 1898 terug heropgebouwd werd te Dendermonde, toevallig aan het andere uiteinde van lijn 52. Dit houten stationsgebouw leek op een Zwitsers pavilioen en brandde roemloos af na de Duitse beschietingen in 1914. Nog in 1914 werd vanuit de Duitse stellingen een ‘wilde trein’ vol munitie op de vijandige stellingen te Antwerpen-Zuid losgelaten, maar deze ontspoorde en explodeerde vroegtijdig, waarbij de Hobokense stationsbuurt volledig van de kaart werd geveegd. Na de krijgsverrichtingen bleek de bouw van een bijkomend goederenstation te Antwerpen-Kiel noodzakelijk, om de nieuwe petroleuminstallaties beter te kunnen bedienen. Te Antwerpen-Kiel is nooit een stopplaats voor reizigers in dienst genomen.
In 1937 wordt de directe lijn 25A tussen Antwerpen-Zuid en Wilrijk opgebroken, waardoor alle treinen via Hoboken moeten gaan rijden. Ook na de tweede wereldbrand bleef het baanvak Antwerpen-Zuid – Boom onmisbaar voor het goederenverkeer. Het reizigersverkeer bleef grotendeels beperkt tot het aan- en afvoeren van havenarbeiders, wat zich ’s morgens kenmerkte met een viertal reizigerstreinen naar en ‘s avonds vanuit de metropool.
In de jaren vijftig komt er een grote sluitingsgolf op gang waar autobussen de dienst van de treinen overnemen met de zogenaamde ‘vervangingsautobussen’. Voor spoorlijn 61 Kontich – Boom – Willebroek –Londerzeel – Opwijk –Aalst valt het doek in 1952, al blijft het spoorvak Boom – Willebroek intact voor het goederenvervoer. Ook lijn 56 Dendermonde – Hamme – Sint Niklaas sluit haar tussenstations in 1959 en wordt deels opgebroken. Hetzelfde lot ondergaat de spoorlijn Dendermonde – Aalst in 1964. Maar ook lijn 52 krijgt een eerste verwittiging met het op enkel spoor brengen van de lijndelen Dendermonde – Puurs en Puurs – Boom in 1961, dit vooral door de terugloop van het goederenverkeer, veroorzaakt door het verschuiven van de havenactiviteiten naar het noorden.
In 1965 moeten te Antwerpen-Zuid zowel station, de stoomlocomotieven, als spoorbundels plaatsruimen voor zijn ergste concurrent; Antwerpen verliest haar zuidelijke spoorwegkathedraal en autosnelwegen komen er in de plaats als toegang tot de nieuwe Kennedytunnel. Lijn 52 volgt van dan af de goederenbundel van Antwerpen-Kiel en maakt nu een bocht in de richting van Berchem. Het nieuwe Zuidstation (de naam station niet eens waard) ligt nu een kilometer meer oostwaarts en wordt nu met diesellocomotieven bediend. 1970 is een belangrijk jaar voor lijn 52,want doorheen de nieuwe Kennedytunnel komen nu ook de treinen vanuit Sint Niklaas (lijn 59) toe in het nieuwe Antwerpen-Zuid, om samen langs de nieuwe vestingslijn naar Berchem te worden verlengd. Hierdoor bekomt lijn 52 (en ook lijn 59) een nieuwe eindhalte: Antwerpen-Centraal. Vanaf dan verzekeren 3 trek-duwstellen een uurdienst tussen Boom en Antwerpen-Centraal. Vanuit Dendermonde vertrekken ’s morgens nog steeds een aantal gesleepte treinen zoals vroeger, maar nu is het eindstation Antwerpen-Noorderdokken, vanwaar ’s avonds met dezelfde stellen wordt teruggereden. Op de spitsuren wordt nu bijna om het kwartier gereden tussen Boom en Antwerpen, terwijl lijn 52 op zondag volledig treinloos blijft. Door deze nieuwe verbinding met Berchem wordt de fortenlijn tussen Hoboken en Mortsel overbodig en daarmee ook het restant van lijn 25A Wilrijk – Waarloos – Mechelen. Tot Antwerpen-Kiel is de bovenleiding reeds aangebracht, maar deze is enkel van nut voor het goederenverkeer. Voor het reizigersverkeer komt wel de nieuwe stopplaats Boom-Krekelenberg erbij. Vanaf mei 1978 gaat overdag ieder uur een dieselmotorwagen tussen Boom en Puurs pendelen, in aansluiting met de trek-duwtrein Boom – Antwerpen-Centraal. Aan het einde van de jaren zeventig wil men een omleidingsroute voor goederen creëren langs lijn 52 nu men de belangrijke reizigerslijn 25 Antwerpen-Centraal – Brussel wil moderniseren. Hierdoor zouden reizigerstreinen deels op goederenlijn 27 terechtkomen en men vreesde daardoor capaciteitsgebrek.
Tot 1980 was lijn 52 tussen Antwerpen-Kiel en Boom zeer arbeidsintensief met tal van overwegen die men nog met de hand moest toedraaien en het was ook één van de laatste spoorlijnen met mechanische armseinen. Op 1 juni 1980 is het tegelijk feest en rouw, want al is de elektrificatie en modernisering van het noordelijk deel Boom – Antwerpen-Centraal een feit, het ontmantelen en vernieuwen van de kanaalbrug tussen Boom en Sauvegarde zal voor het zuidelijk deel nefaste gevolgen hebben. Op 29 mei 1980 rijden er voor het laatst reizigerstreinen tussen Boom, Puurs en Dendermonde. Het baanvak Dendermonde – Puurs blijft nog tot 1983 in dienst voor de goederenbediening van Baasrode-Nood. Ondertussen is lijn 53 (Mechelen – Dendermonde – Gent) in 1982 geëlektrificeerd en krijgt daardoor druk goederenverkeer te verwerken, waarna in 1983 te Dendermonde de aansluitingswissel met lijn 52 wordt uitgebroken. Als ook vanaf 3 februari 1985 op lijn 54 (Mechelen – Puurs – Sint Niklaas) elektrisch wordt gereden, is ook te Puurs de aansluitingswissel reeds verwijderd en is de spooruitbraak van het lijndeel Puurs – Dendermonde heel dichtbij. Gelukkig kunnen spoor-enthousiasten (BVS: Belgische vrienden van de stoomlokomotief) dit afgezonderde spoorvak als museumlijn inrichten, zodat het baanlichaam gevrijwaard blijft voor de toekomst.
Tijdens de vernieuwing van de Kanaalbrug ligt het onderbroken baanvak Puurs – Sauvegarde – Boom (en ook Willebroek – Boom) er zieltogend bij, maar de belangrijke aansluiting van Prayon-Rupel aan de zuidzijde van het Zeekanaal zorgt ervoor dat de lijn al die tijd blijft liggen.
Op het noordelijke en geëlektrificeerde baanvak Boom – Antwerpen blijft in 1980 de uurdienst gehandhaafd, samen met de zeer frequente spitsuurdiensten. Nieuw is wel dat eindelijk ook op zondag de trein kan genomen worden, iets wat in 1984 alweer ophoudt te bestaan.
Het jaar 1984 wordt een echt rampjaar voor spoorlijn 52. Niet alleen vernemen de reizigers dat de brug over het Zeekanaal eindeloos vertraging oploopt, maar ook voorziet het neiuwe IC/IR-plan de sluiting van alle stopplaatsen beneden de 200 reizigers. Niettegenstaande alleen Boom-Krekelenberg en Hemiksem-Werkplaatsen net onder die norm vallen, sluit men toch alle stations tussen Boom en Antwerpen-Zuid, ook de pas vernieuwde en drukbeklante stations van Niel en Hemiksem.
Alhoewel toen de reizigerstreinen nog officieel L-treinen heetten, spreekt de bevolking spottend over de ‘Rupel-express’, die nog slechts star om het uur rijdt, zonder spitsuurtreinen en niet meer op zaterdag, zondag en feestdagen. De gevolgen zijn natuurlijk direct waarneembaar met de hele dag door een lege spooktrein doorheen lege spookstations. Het verlies is zo fel dat zelfs Boom gevaarlijk weinig reizigers overhoudt. De sluiting van lijn 52 (alhoewel pas geëlektrificeerd) is niet meer uit het nieuws. Gelukkig is het lokale goederenverkeer nog belangrijk genoeg om een spoorlijn open te houden met klanten als Mettalurgie-Hoboken te Hoboken, Paktank chemicals en Lamitref te Hemiksem, de kolencentrale te Schelle, Prayon-Rupel te Sauvegarde en daarbij nog verscheidene bedrijven aan de Boomse goederenkoer samen met het omvangrijke Antwerpen-Kiel. Door drukkingsgroepen en door politieke inmenging komen in mei 1988 een aantal stations terug in dienst, maar voor Boom-Krekelenberg, Schelle, Hemiksem-Werkplaatsen en Hoboken (Kapelstraat) is de sluiting definitief. De starre uurdienst op werkdagen blijft evenwel bestaan en het is wachten tot 22 mei 1998 om eindelijk terug treinen tussen Puurs en Boom te zien rijden. De vernieuwing van de bruggen over het Zeekanaal en (ondertussen ook) de Rupel hebben achttien jaar geduurd in plaats van de voorziene drie jaar.
Op 1 oktober 2000 komt eindelijk ook de stopplaats Ruisbroek-Sauvegarde terug in dienst. Heden rijdt de L-trein Antwerpen-Centraal – Puurs nog steeds om het uur en slechts op werkdagen, aangevuld met één P-trein. Voor de toekomst van spoorlijn 52 zijn al verscheidene plannen ontvouwd (en sommige ook terug opgeborgen), maar alle wijzen ze in de richting van de frequente ontsluitende voorstadslijn, welke na het afwerken van de Antwerpse Noord-Zuid-verbinding is de praktijk kan gezet worden. Ook voor het geamputeerde lijnvak Puurs- Dendermonde is er nog hoop, daar minister Durant ook voor dit baanvak een studie tot heropening laat opmaken. Voorlopig is het nog afwachten …