TEN BOOME


DE BELGISCHE VLAG

Mark Van De Velde
Bestuurslid

België bestaat slechts sedert 1830, maar voor die tijd was het grondgebied opgedeeld en geregeerd door verschillende staten. Het verdrag van Verdun in 843 maakte een einde aan het rijk van Karel de Grote en zo ontstonden Frankrijk, Lotharingen en Duitsland. Van dit koninkrijk Lotharingen maakte het latere Belgische grondgebied deel uit. De hertogen van Brabant droegen voortaan de titel van Hertog van Neder-Lotharingen en dit vanaf het einde van de 9de eeuw. Hun vlag bestond uit twee horizontale rode banden, gescheiden door een witte band. Godfried van Bouillon was een der laatsten om deze vlag te voeren. Na hem, in de 12de eeuw, viel het grondgebied uiteen in kleine prinsdommen zonder verband met elkaar.

Pas in de 15de eeuw slaagde Filips de Goede erin al onze provincies weer te verenigen. Hij voerde een witte vlag met een rood Andreaskruis.

Met de troonsbestijging van karel V (keizer Karel) werden ook de Spaanse kleuren merkbaar (rood en geel) door het toevoegen van een gele band aan de wit met rode vlag.

Door de onverzoenlijke houding inzake godsdienstkwesties van Karel V en later zijn zoon Filips II kwamen de Spaanse Nederlanden in opstand in 1568. De noordelijke provincies (nu Nederland) konden zich na lange jaren van oorlogen afscheuren van Spanje en werden in 1609 als republiek erkend. De zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaans bewind maar zouden, na meerdere oorlogen, uiteindelijk worden overgedragen aan Oostenrijk. Deze Oostenrijkse Nederlanden voerden nog steeds de vroegere kleuren rood, wit en geel. Soms werd op de witte baan het rode kruis van Bourgondië aangebracht.

De Oostenrijkse keizer Jozef II voegde er in 1782 echter de dubbele Oostenrijkse adelaar aan toe, maar in 1787 besloot hij alleen deze adelaar als vlag te weerhouden. Zijn eigengereidheid op vele terreinen zette kwaad bloed in onze streken en op 19 april 1787 weigerden de Brabantse staten de belastingen goed te keuren…

Op 30 mei 1787 barstte de Brabantse omwenteling los tegen Oostenrijk en de opstandelingen voerden de Brabantse kokarde: rood, geel en zwart (naar de rode leeuw van Henegouwen, Limburg en Luxemburg, de gele van Brabant en de zwarte van Vlaanderen en Namen).

Na het neerslaan van de opstand in 1790 en het verdwijnen van de kortstondige "Verenigde Staten van België" kwam het latere Belgische grondgebied weer onder Oostenrijks bestuur.

Doch in 1789 brak de Franse revolutie los en werd aldaar de republiek gesticht. Internationale inmenging resulteerde in een reeks oorlogen en in november 1792 vielen de Franse legers de Oostenrijkse Nederlanden binnen. Een jaar later verdreven de Oostenrijkers echter de Fransen, maar niet voor lang want op 26 juni 1794 behaalden de Fransen te Fleurus de overwinning en bezetten de Nederlanden. Op 1 oktober 1795 werden de latere Belgische streken aangehecht bij Frankrijk en de Franse driekleur (blauw-wit-rood) zou hier 20 jaar wapperen. Holland werd een koninkrijk … met een franse koning.

0nze streken werden ingedeeld in 9 departementen met de naam: "De verenigde departementen", en dat bleef zo.

Door de Franse onderdrukking, godsdienstvervolging en conscriptie (= verplichte legerdienst in het Franse leger) barstte er in 1798 een opstand los in onze gewesten, bekend als de "Boerenkrijg". De opstandelingen voerden een witte vlag met een rood kruis. Maar na maanden gevechten werd ook deze revolte neergeslagen.

Pas na de slag bij Leipzig in 1813 werden de Fransen uiteindelijk verdreven en in 1814 besloten de grote mogendheden het "Koninkrijk der Nederlanden" op te richten: de vroegere "Zeventien Provincies" en het Prinsdom Luik.

De (Hollandse) Prins van Oranje riep zichzelf uit tot koning Willem I. De nieuwe staat voerde de Hollandse driekleur: oranje, wit en blauw.

Aanvankelijk ging het goed met deze hereniging, maar economische kwesties, taaltegenstellingen en godsdienstige onenigheid verzuurden de atmosfeer en op 25 augustus 1830 braken te Brussel rellen uit. De burgerij richtte daarop een burgerwacht op die de orde herstelde. Maar op 26 augustus wapperde de Franse driekleur op het stadhuis van Brussel.

Enkele Brusselse journalisten verzetten zich daartegen en lieten onmiddellijk een tweetal vlaggen maken in de oude Brabantse kleuren: rood, geel en zwart, horizontale banen met rood van boven.

De Franse vlag op het stadhuis werd vervangen door een der Belgische vlaggen, de tweede vlag werd rondgedragen door een compagnie van de Burgerwacht en weldra was de Franse driekleur overal verdwenen en vervangen door de Belgische driekleur.

Willem I aarzelde eerst, maar stuurde eind augustus 1830 zijn zoon, kroonprins Willem, met een leger van 6.000 man. Om botsingen met de opstandelingen te voorkomen, liet de prins zijn leger in Vilvoorde en kwam op 1 september alleen naar Brussel, onder bescherming van de Burgerwacht.

De prins onderhandelde en bleek bereid om bij zijn vader een "administratieve scheiding" van België en Nederland te bepleiten, weliswaar onder de Oranje-dynastie.

Maar koning Willem I ging hier niet op in en weldra braken nieuwe onlusten uit die de Burgerwacht niet meer onder controle kreeg.

Op 23 september 1830 stuurde Willem I zijn tweede zoon, Prins Frederik, met een leger van 12.000 man, dat na enkele schermutselingen Brussel binnentrok en het stadspark als defensieve stelling inrichtte.

Maar nu stroomden van overal Belgische vrijwilligers toe, vooral uit Wallonië en uit Frankrijk, die de Hollandse troepen aanvielen. Na vier dagen strijd trokken de Hollanders in de nacht van 26 op 27 september 1830 hun troepen uit Brussel terug.

Na was de breuk tussen Nederland en België een voldongen feit. De opstandelingen hadden op 24 september reeds een "administratieve commissie" opgericht, die op 26 september 1830 de naam "Voorlopig Bewind" aannam. Op 4 oktober 1830 ging dit over tot het uitroepen van de Belgische onafhankelijkheid.

Intussen trok het Hollandse leger verder achteruit, achtervolgd door de Belgische vrijwilligers. Op 5 oktober bezette het leger van prins Frederik nog steeds Vilvoorde en Mchelen, Lier, Kontich, Duffel en Boom, waar 1.000 soldaten legerden.
Tussen Willebroek en Boom lagen 2 kanoneerboten op het kanaal, vier andere bewaakten de monding van de Rupel.

Prins Frederik verdedigde Antwerpen via de linie Nete-Rupel-Schelde. De Belgische troepen rukten op over Aarschot en Heist-op-den-Berg en namen Lier in op 16 oktober. Nu verlieten de Hollandse troepen Mechelen en de Belgen trokken voort naar Walem op de Nete dat zij op 20 oktober 1830 innamen. Na hevige gevechten rond de brug te Walem overschreden de Belgen er de Nete.

Op 20 oktober was er een officier van de (Belgische) Burgerwacht uit Brussel naar Klein-Willebroek getrokken. Het was majoor Fleury-Duray die in Boom een grote scheepswerf bezat. Hij vernam dat er in Boom nog zo’n 800 Hollandse soldaten legerden. De ochtend van 21 oktober liet Fleury-Duray op het landhoofd in Klein-Willebroek de Belgische driekleur hijsen. Hij stuurde een ijlbode naar Brussel om het korps van vrijwillige jagers te sturen als versterking, maar vernam dat die in Walem vochten, het geschutvuur was hier goed te horen.

Fleury-Duray besloot een groep van zijn eigen werklieden te bewapenen met achtergelaten musketten die hij in het dorp aantrof.

In de vroege ochtend van 22 oktober hoorde hij in Boom troepenbewegingen die hem deden vermoeden dat de Hollanders zich terugtrokken, waarschijnlijk naar Antwerpen.

Onmiddellijk liet hij zijn gevechtsgroep inschepen en stak de Rupel over. Boom was verlaten en de vrijwilligers zetten de vluchtende Hollanders na op de Antwerpsesteenweg, waar dadelijk barricades werden opgericht.

In de voormiddag kwamen vanuit Walem via Rumst verschillende detachementen vrijwilligers aan in Boom. Fleury-Duray duidde de groep uit Tienen aan om hem te vergezellen naar de St.-Bernards-abdij te Hemiksem die nog bezet was door 200 soldaten. De abdij was van strategisch belang, aan de samenvloeiing van Rupel en Schelde, de verbindingsweg met Vlaanderen.

Op een afstand van de abdij liet hij zijn manschappen halt houden en stuurde een bode met een brief naar de Hollandse commandant met een eis tot capitulatie. Die wilde wel onderhandelen en besloot zich over te geven. De Hollandse soldaten legden de wapens neer en trokken af naar Antwerpen; soldaten bleven achter en liepen over naar de Belgische troepen…

Ook daar wapperde de Belgische driekleur. Pas op januari besloot het Voorlopig Bewind de vlag officieel in te voeren, maar dan wel met verticale banen zwart, geel en rood.

Een koninklijk besluit van september 1832 legde vast dat aan elke gemeente die had bijgedragen tot de bevrijding van het grondgebied een nationale driekleur zou geschonken worden.

Ook Boom kreeg zo’n vaandel met de woorden: "A la commune de Boom, la patrie reconnaissante 1830" erop geborduurd.

Maar … eigenaardig genoeg dragen al deze vaandels weer de horizontale kleurbanen zoals in 1830 !

 

BIBLIOGRAFIE

J. Cuveliers: "Le drapeau belge" in "Infanterie traditions" van J.P. Champagne, z.j.

E. Steenackers: "Boom in het verleden" Lier 1907

T. Luykx & M. Platel : "Politieke geschiedenis van België" deel 1, Antwerpen 1985

R. Van Opbroecke: "De geboorte van een staat" Brussel 1982

J.G. Kikkert: "Bericht van de 10-daagse verdtocht" Oostvoorne 1980

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN