TEN BOOME


DE RECHTSPRAAK IN ONZE GEWESTEN

Door Hugo Driesen

 

De Villecus

De markgraven uit de elfde eeuw werden vertegenwoordigd door een villecus. Hij trad op als rechter en verdediger van de openbare orde, bewaakte de burcht, zorgde voor het onderhoud ervan, liet openbare werken uitvoeren, behartigde de financiën van de heer, inde de 2/3 van de kerktiende en ontving de roedel-en joktol (tol op schepen en op karren). In 1196 slaagde de hertog Jan I er in om de macht van de Villecus te kortwieken, want deze werd rijk ten kost van de heer. De hertog benoemde de eerste schout in 1210 en deze functie was niet vast. De vorst kon hem naar willekeur afzetten en er was ook geen opvolging meer van vader op zoon. Hij had een dubbele functie: hij was belast met de afkondiging van de ordonnanties van de heer en hij moest waken over de uitvoering er van. Hij nam ook deel aan het opstellen van de stadskeuren (gemeentereglement) en stedelijke statuten. Op gerechtelijk gebied moest hij misdadigers opsporen, en aan het gerecht overleveren en het vonnis uitvoeren. Om zijn functie te kunnen uitoefenen beschikte de schout over een klerk voor het schrijfwerk en kolfdragers te paard en te voet en stelde een steenwaarder (cipier)aan van het steen te Antwerpen.

Schoutrekening van Markgraaf van Antwerpen

ANDER VUIJTGEVEN IN COSTEN VAN JUSTICIEN

Inden eersten den scherprechter van binnen den tyde dese rekeninge soe metter coorden als metten sweerde ten Justicie gebracht ende geexecuteert te hebbene vier personen van elcken een karolus gulden

Item den selven betaelt van negen persoonen binnen desen jare ter Justicien gebracht ende geexecuteert te hebbene de acht metten brande ende eenen Int Water verdroncken van elcken persoon 1 dertich stuivers

Item betaelt den Scherprechter van dat hij de acht lichamen vande verbrande persoonen buyten gevuert ende de selve lichamen onder eene stake ende de hoofden op een stake gestelt heeff van elcken thien stuivers

Item betaelt den biechtvaders van dat sy by de voorsijnde gejusticieerde persoonen tot XIII toe geweest zijn omde deselve tot goede propooste te brengen van elcke persoon twee stuivers

Item betaelt den scherprechters van binnen desen jare gecorrigeert te hebbene metter geesselinge scavotteringe teeckeninge van den brande ende ander thien persoonen van elcken XII stuivers

Item betaelt den Scherprechter van dat hij met eenen van sheeren dieneers gereden is nae Santhoven omde aldair te ontgraven eenen manpersoon die hem selve verhange hadde ende wijffs begraven hadde ende den selven voorts In een micke te hangen.

 

Costuimen van Antwerpen

 

Een ordonnantie van 14 september 1423 liet alle poorters der stad toe, alle ‘kwaeddoenders’ moordenaars en dieven te vangen. Karels V laatste plakkaat, het eeuwig edict van 1550, werd "bloedplakkaat" genoemd. Ketters werden bestraft door verdrinking dat gebeurde in grote tonnen of ze werden in zakken van de kade in het Scheld geworpen. Onder Alva werden er ijzeren klemmen op hun mond geplaatst om gezangen en uitroepen en ketterse uitlatingen te voorkomen.

Drossaard van Brabant

Niet te vergeten de drossaard van Brabant die ook de vertegenwoordiger van de hertog was, en in zijn naam als opperste rechter het land afreisde om overal op te treden, meer bepaald voor landelijke gebieden. Hij was vergezeld van een troep soldaten en enkele officieren. Overal waar hij kwam moest de plaatselijke overheid voor onderdak en verteer zorgen, die kosten waren in die tijd buitensporig door het drinken in de herbergen. Hij pakte vooral moordenaars en vagebonden op. Zij werden soms ter plaatse terechtgesteld, zoals in Hoboken werd een gemene dief, aan "eijcken boom" in de Hobokense heide opgehangen. Maar hij nam de boosdoeners ook mee naar het "Steen" te Brussel waar ze werden opgesloten, tot hun proces volgde.

 

Brandbrief van Rijkevorsel 18de eeuw. Deze misdadiger werd geradbraakt en nadien naar het gelgenveld gebracht.


Signalement 18de eeuw

Vierschaar

De term vierschaar betekende "4 scarren", dwz. 4 banken : de rechter, het openbaar ministerie, de burgerlijke partij en de beschuldigde. De zittingen van de vierschaar gebeurden meestal vrijdags in openlucht (de archieven vermelden onder de "blauwe hemel" en werden aangekondigd door trompetgeschal. En er werd al bij het ochtendkrieken Rijnse wijn gedronken. ‘s Anderdaags werd de misdadiger terechtgesteld.

Bij de "Hogere vierschaar" was geen beroep meer mogelijk. Zij had de macht om te oordelen over "lijf en lid". Dat wil zeggen over doodstraf en verlies of blijvende verminking van lichaamsdelen. Voordat de misdadiger voor de vierschaar moest voorkomen, moest hij bekentenissen doen van zijn misdrijf, dat gebeurde in de folterkamer van het steen in het bijzijn van twee wethouders. Zij beslisten over de duur van het folteren, zij werden soms bijgestaan door een chirurgijn. De bekentenissen moesten de misdadigers herhalen op hun proces voor de vierschaar. Het gebeurde meermaals dat ze dan een andere verklaring aflegden, en dan werden ze terug naar de folterkamer gebracht.


De Vierschaar.

 

Lagere gerechtsofficieren

De meier werd door de heer van het dorp aangesteld (nu vergelijkbaar met politie-commissaris). Zijn taak bestond er in orde en rust te doen heersen en misdadigers op te sporen. Hij werd bijgestaan door de "vorster" (vergelijkbaar met een veldwachter). In dorpsrekeningen komt zijn naam veelvuldig voor, o.a. bij

- vangen van vossen en zelfs wolven

- herbergruzies

- overbrengen van gevangen naar het steen

- het relaes (getuigenverslag) op maken

- hij was ook de belleman van het dorp want hij moest de ordonnanties en majesteits- plakkaten voorlezen na de hoogmis.

Het Steen

De Antwerpse burcht werd versterkt als bescherming van het markgraafschap Antwerpen in 1008. Binnen de burcht waren er ook enkele woningen van handelaars en de administratie van de markgraaf. In 1520 gaf keizer Karel V de opdracht om op de gronden van het oude steen een nieuw steen te bouwen. Het Steen had geen cellen, het waren kamers waarin de gevangenen werden opgesloten. De poorters zaten in de poorterskamer opgesloten en konden in de dichtsbij zijnde herberg eten bestellen, die dan door de steenwaarder werd gebracht, die verdiende er ook aan. Als een poorter werd veroordeeld moest hij eerst ontpoorterd worden. De arme gevangenen werden overgeleverd aan de ‘Aalmoezeniers van de kamer der armen’. Zij gingen in de stad rond om geld te verzamelen voor de arme gevangenen. In de kerk stond een bus voor de arme gevangenen. Het geld werd gebruikt voor de voeding maar ook voor de verwarming. Als de gevangenen werden vrijgelaten, moesten ze aan de steenwaarder de huur van de kamer betalen voor de beperkte periode dat ze waren opgesloten. In het Steen waren krochten en een folterkamer. De folterattributen werden tijdens de Franse revolutie verbrand op de Grote Markt van Antwerpen.

 

Het St.-Andrieskruis of het radbrakkruis.

 

 


De Spaanse laarzen.

 

Strafwerktuigen

Er werden heel wat strafwerktuigen gebruikt in onze contreien. Zo onder andere het St.-Andrieskruis of het radbrakkruis. Het vonnis bepaalde hoe de misdadiger de terechtstelling moest ondergaan, bv. Eerst enkele slagen op armen en benen en dan werd met de zware hamer de borstkas ingeslagen. En nadien werd het hoofd afgehouwen en op de pin gestoken.

"De Spaanse laarzen", zoals u kan zien, zijn enkele latten, zij zijn verbonden met koorden aan elkaar en worden aan de uiteinden vastgemaakt. De beul slaat er een spie tussen in. De griffier noteerde de bekentenissen.

 

Terechtstellingen

De terechtstellingen vonden plaats bij het ochtendkrieken van de dag. Er kwam heel wat volk op af, van einde en ver. De misdadiger kreeg eerst het galgemaal, dan werd hij op de stadskar geplaatst en naar de Grote Markt gereden, waar het schavot was opgebouwd. Daar stond de beul en zijn knecht al en de biechtvader ook. Op bevel van de schout werd het vonnis uitgevoerd. De beul deed een kap over het hoofd van de misdadiger om hem te onthoofden.

Maar het gebeurde ook dat de beul het hoofd van de eerste slag met het beulzwaard niet kon afhouwen en meerdere malen zijn executiezwaard nodig had . Het volk joelde de beul op. Er zijn zelfs beulen die zelf terechtgesteld zijn door het volk om hun onhandigheid en de misdadiger werd dan eeuwig verbannen uit onze gewesten.

Na de terechtstelling gingen de schout en de wethouders eten en zich bedrinken in de plaatselijke herberg en de beul en zijn dienaar gingen zich bedrinken bij de steenwaarder, dat moest door de hogere overheid allemaal betaald worden. De misdadiger zijn inboedel werd aangeslagen maar meestal had de arme zondaar niets en werd er in de schoutrekening bijgeschreven: "NJET".

Sommige boosdoeners werden ook op het galgenveld terechtgesteld, dat was een heuvel buiten de stadsmuren, zodat inwijkelingen van heinde en ver konden zien wat zij deden met inwoners die zich misdroegen. Het was als afschrikking. Het galgenveld van Antwerpen was waar nu het Albertpark is (driehoek). Lijken werden op raderen (karrenwiel) geplaatst als prooi voor de raven. En zelfmoordenaars werden aldaar in een vork of mick gehangen, want zij mochten niet in gewijde grond begraven worden. Zelfmoordenaars werden dikwijls heimelijk begraven, omdat hun eigendom in beslag werd genomen door de hogere overheid. Er zijn gevallen bekend dat de schout te weten kwam dat er een zelfmoordenaar ergens in een bos werd begraven. Hij werd dan weder opgegraven en naar het galgenveld gebracht. En vrouwen werden op het galgenveld levend begraven.

 


Galgenveld van Antwerpen in 1525: Hier ziet men de raderen, waarop men de lichamen van misdadigers oplegde.

 

Het Vonnis vermeldt hoe men wordt geradbraakt. (Bron: R.A. Drossaard van Brabant).

Zelfdoding: duivelswerk ?

Over de bestraffing van de zelfdoding in het oude Europa zijn reeds meerdere boeken en artikels verschenen. Alle auteurs wijzen hierbij op het onterend en vernederd karakter van die bestraffing, die de toenmalige afkeer ten aanzien van de zelfdoding (men gebruikte toen wel nog niet de term "zelfmoord") uitdrukte. Na een lijkschouwing en een kort proces trok de beul het ontzielde lichaam van de zelfmoordenaar onder de huisdorpel of door een gat in de muur naar buiten en sleepte het, met het gezicht naar beneden, naar het galgenveld, waar hij het ‘ten exemple van anderen’ naakt ophing in een spriet (mik) of aan een paal. Al zijn goederen werden verbeurd verklaard ten voordele van de fiscus. De familie die toen mede in het huis woonde, vechtte soms het proces aan. Want zij zaten dan ook zonder huis en het gebeurde dat de helft van de goederen aan de familie werden terug gegeven. Als er in de familie een familielid zelfmoord pleegde, poogde de nabestaanden het lichaam zelf te vervoeren en in een bos te begraven. Maar als de schout dat te weten kwam, werd het lichaam terug opgegraven en naar het galgenveld vervoerd en aldaar in een ‘mik’ gehangen.

 

Item betaelt den scherprechter van dat met een van de sheeren dienaers gereden is nae Santhoven omme aldair te ontgraven eene manspersoon, die hem selve verhangen hadde ebde de wijfs begraven hadden, ende de selve voortsijde.In eene micke te hangen.

 

De griffier maakte tekeningen bij de strafvonnissen – 21 augustus 1563.

Merkwaardige straffen door de eeuwen heen

Pelgrimstocht

De vierschaar sprak ook de verbanning van ‘quaede lieden’ uit. Zij werden gebrandmerkt. Vagebonden met het Antwerpshandje op de rechterarm moesten een bepaalde periode uit het markgraafschap blijven op ‘pene’ van een ledemaat of de galg, stond er in het vonnis vermeld. Als ze vroeger terugkwamen, werd de straf die in het vonnis vermeld stond, uitgevoerd. Op 14 mei 1491 werden drie vrouwen veroordeeld tot een pelgrimstocht naar O.-L.-Vrouw van Einsiedel in Zwitserland. Zij moesten vandaar ook een certificaat meebrengen, om te bewijzen dat ze aldaar geweest waren. Zij hadden ‘s nachts op het galgenveld het hoofd van een terechtgestelde meegenomen en de handen van een dief afgesneden, daarna begraven ze het hoofd onder de drempel van hun huis en één van de afgesneden handen onder de drempel van de achterdeur. De andere hand kookten ze af in azijn en met het afgietsel ervan besprenkelde ze hun huis, daarna hing ze de hand in de haard .

Heks terechtgesteld te Antwerpen op 22 augustus 1603

De schout van Antwerpen probeerde alles te weten te komen van de belevenissen van Clara Joossens geboortig van Straatburg. Eerst ontkende ze, maar na tortuur vertelde zij een fantastisch verhaal. Zij liet de duivel Roeland haar bloed drinken, dronk zelfs van het zijne en sloot een verbond met de vijand. En de duivel prikte in haar linkerduim en schreef met haar bloed een duivelskontrakt. De vierschaar van Antwerpen vermeldt dat zij met de duivel naar nachtelijke vergaderingen ging en zij liet zich vervoeren op een ‘stock’ ingestreken met zalf, die zij van een vrouw Barbara had gekregen. Zij heeft met de duivel gedanst, gegeten en seksuele betrekkingen gehad. Zij begaf zich met de duivel naar Nieuwpoort, Lembeke en in het land van Luik. Tijdens het verhoor zegde ze dat ze ook de bok moest kussen "omtrent sijne staart". Zij moest de bekentenissen herhalen buiten de burcht. Zij werd aan de ‘stake’ eerst gewurgd en vervolgens in brand gestoken.

Bij prent vorige pagina: Halsring met vijf rijen langs de binnenkant. De heks moest plaats nemen op een driepikkel, met een vuurhaard rondom. De halsband werd met vier koorden in de vier hoeken van de folterkamer vastgemaakt. Bij de minste beweging drongen de pinnen in haar hals.

 

Godsdienstvervolgingen

In Antwerpen werden tijdens de godsdienstberoerten in de 16de eeuw vele mensen terechtgesteld. Vrouwen werden verdronken in een wijnvat of van de kade van Antwerpen in de Schelde geworpen. Maar herdoopers werden aan stake levend verbrand. Op den 13 september 1567 wesende een zaterdag ’smorgenvroeg zijn deze vier vrienden gehaelt en twee aan twee aan malkander gebonden geleyd na de groote markt voor het stadhuys daer een ring van krijgslieden stond in t’midden een huysken met vier stake daer sij aen gebonden werden. De beul heeft se geworgd en het vyr in het huysken gesteeken.

 

Verdrinking in een wijnton op de Antwerpse burcht – 16de eeuw.

 

Kaakstraffen

De kaakstraffen waren bedoeld voor arme lieden, dus mensen die geen geld bezaten. Deze kaakstraffen werden uitgevoerd tijdens de marktdagen, wanneer er dus veel volk was op de grote markt. Zij moesten daar enkele uren ten "pronk" staan. Deerne werd veroordeeld tot het "paard", dat was een houten paard met bovenaan een scherpe kant waarop de deerne moest plaats nemen, zij moest ook achterstevoren op het paard plaatsnemen.

Met de "schandton", met daaraan ijzeren bol, moesten ze door de belangrijke straten van de stad gaan, op de ton stond ook het misdrijf dat men gepleegd had vermeld.

"Strafstenen dragen" was voor overspelige vrouwen, maar ook voor hun mannen bedoeld , zij moesten dan rond de Antwerpse burcht gaan.

Dieven werden met het gestolen goed ten pronk gesteld. Het lichaam van een visdief werd met vissen omhangen. Er werden ook misdadigers door de belangrijke straten van stad gestuurd achtervolgd door de beul, die de man geselde. En vergeten wij niet de ‘KAAK’ die gewoonlijk voor het gemeentehuis of kerk, opgesteld stond. Daar werden kleine misdadigers "ten pronk" gesteld een aantal uren tijdens de marktdagen, daar hing ook een bord, waarop de naam van de persoon en woonplaats en het misdrijf stond. Men had ook de torenkaak , zodat men van verre de "quaeddoener" kon zien. Sommige van deze dieven werden ook verbannen uit onze gewesten voor enkele jaren, nadat ze eerst enkele uren aan de "kaak" gesteld waren.

Straf voor kwaadsprekerij

Schandattributen

Kaakstraf: er wordt met een ei geworpen.

Zoen

De zoen was oorspronkelijk een plechtige overeenkomst tussen strijdvoerende families, waardoor de vete definitief kon worden beëindigd, in tegenstelling met de tijdelijke vrede. Bij de zoen ging het om meer dan eventuele beledigingen, bedreigingen of slagen en verwondingen. Hier stonden de moordenaar en de vertegenwoordiger van het slachtoffer, met hun respectieve gezins- en familieleden, tegenover elkaar, met de vaste wil een einde te stellen aan de vete. Op afgesproken uur kwam de misdadiger gekleed in een linnen gewaad barvoets en blootshoofds, met een halm (dit is een stroyken) in zijn gevouwen handen, binnen, vergezeld van de roededrager. Tegenover hem stonden de mondzoener, die de oudste zoon van het slachtoffer was, en de andere verwanten in het zwart gekleed. Tussen beide groepen stond een klerk, zodra de misdadiger knielde, de partijen toesprak en vroeg om een teken van barmhartigheid. Na dit teken, en zodra de familie van het slachtoffer toestemming had verleend, mocht de misdadiger de mondzoener op of aan de mond kussen. De klerk registreerde de gegeven zoen. De misdadiger moest zich heel zijn leven braaf gedragen anders werd hij terechtgesteld. Bij die zoen hoorde ook een som geld.

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN