TEN BOOME
PITBULL
Een waar gebeurd verhaal
door Alex Vinck.
Vrijdag, 13 december 2002, voormiddag.
Ik krijg telefoon van Erwin Forceville, conducteur van de gemeente Boom.
"Alex, tijdens de rioleringswerken in de Bosstraatlei, is men gestoten op een ondergronds metselwerk. Het is ongetwijfeld oud, want alle vroegere nutsleidingen zijn er omheen gelegd. Weet gij soms wat dat kan zijn?"
"Welk soort baksteen, Erwin, en hoe oud is die?"
"Weet ik niet, Alex, ik ben geen archeoloog".
"Het is mij bekend dat de heren van Boom, de Boscharts, in het noordoosten van onze gemeente bezittingen hadden, Erwin. Misschien moet ik in die richting zoeken. Ik ga onmiddellijk ter plaatse kijken".
Ik neem mee: een dubbel van het meetboek van de parochie (1721) waarin alle percelen- bebouwd en onbebouwd, zijn beschreven, een groot plan met daarop de toponiemen, getekend -aan de hand van dit meetboek- door René Bal, een kopie van een plan uit de "Atlas der Buurtwegen" (1845) en mijn fotoapparaat.
Bij aankomst in de Bosstraat, even voorbij bakker Apers, stoot een bulldozer grond over het metselwerk. Al wat er nog te zien is zijn enkele bakstenen, minder dan 1 m2. oppervlakte
"Stop, mijnheer, is het niet mogelijk terug wat aarde te verwijderen, zodat ik kan zien wat eronder zit?"
"Wie bent u, mijnheer, en waarom?"
"Ziet u, de conducteur van de gemeente belde mij op en ik ben bla, bla, bla, enz…".
"Neen, mijnheer, dat gaat niet. Maar vraag het aan de ploegbaas. Ginder staat hij".
"Mijnheer de ploegbaas, de conducteur van de gemeente, enz…, enz…"
"Oei, mijnheer, daar kan ik niet over beslissen. Dat moet u vragen aan onze conducteur en die komt straks".
"Wilt u vragen dat hij mij opbelt. Dit is mijn telefoonnummer. Ik kom dan onmiddellijk terug".
"Zal ik doen, Mijnheer".
Intussen stap ik -al tellend- de afstand af van aan het kruispunt met de Sint-Kathelijnestraat tot aan het metselwerk: 148 stappen. Dat is ongeveer 150 meter. Ik ga bij de bakker binnen, krijg van Carine een tafel beschikking om het groot plan te ontvouwen, meet en kom uit op het toponiem "Den Deessel". Volgens het meetboek "een stuck land genaemt Den Deessel, Comt aan den heere Jonckers Boschaert, groot elf hondert en negentigh roede".
Ik, fier op mezelf omdat ik waarschijnlijk goed heb gegokt, terug naar huis.
Natuurlijk kreeg ik geen telefoon van de conducteur van de werken.
Zondagmorgen, 15 december, 7,30 uur.
Ik rijd naar bakker Apers om goedgebakken vloerpistolets te kopen. Ik stel vast dat de put volledig is gedempt.
"Al iets gevonden Alex?", vraagt Carine.
"Neen, maar ik denk dat de heren van Boom, enz…enz…" .
Zegt plots Ilonka (dochter van Lowieke Van Bulck, oud-speler van Boom F.C.), die in de zaak aanwezig is: "daar heeft ooit een pomp gestaan. Ik weet dat van mijn moeder, want die woonde naast Annake van de poemp".
Opzoekingen in het bevolkingsregister onthullen dat "Annake van de Poemp" Anna Maria Peeters heette en gehuwd was met Pieter Frans Van Reet. Beiden waren al lang overleden. Hadden ze kinderen? Ja, drie dochters. Hen opgespoord en met hen getelefoneerd.
"Ja, daar stond lang geleden een pomp. Neen, wij hebben er geen foto van. Wie bezat er een "kodakske" voor de oorlog van 40? Alleen rijke mensen en die waren in de Bosstraat zeldzaam".
Zondagnamiddag, omstreeks 17 uur.
Boom Basketball Club houdt opendeurdag in de Boomse sporthal.
Ik ga kijken. Toevallig gelijktijdig met mij komt burgemeester Patrick Marnef en zijn echtgenote Jeannine binnen. Zij komen van Rupel Boom F.C. Goed gespeeld. Gewonnen tegen de leider met 4 - 1.
"Hebt ge al iets gevonden over het metselwerk van de Bosstraat, Alex?"
"In feite nog niet, Burgemeester, maar volgens sommige personen heeft er ooit een drinkwaterpomp gestaan. Donderdag a.s. rijd ik naar het rijksarchief in Antwerpen. Ik hoop er het dossier te vinden van de pomp van de Bosstraat".
Donderdagmorgen, 19 december, 9 uur.
In het rijksarchief op het Door Verstraeteplein in Borgerhout twee en een half uur lang gezocht. Gevonden: gegevens over drinkwaterpompen in de Kerkhofstraat, de Kapelstraat, de Lange lei, Noeveren, de Hoek, de Varkensmarkt, de Schomme, enz…Niet gevonden: het dossier over de pomp van de Bosstraat.
Miljaarde, met lege handen terug naar huis!
Zou dit dossier zich nog in Boom bevinden? Weinig waarschijnlijk, want in theorie berusten alle dossiers van de negentiende eeuw en vroeger zich in Antwerpen. Toch maar is gaan zoeken, men weet nooit.
Maandagmorgen, 23 december, 9,30 uur.
Naar het gemeentelijk archief dat zich bevindt in de gemeentelijke werkhuizen, Dijleweg.
Anders dan in het rijksarchief bestaat hier geen catalogus van het archief. Het lokaaltje staat barstensvol kartonnen dozen. Het is er vuil. De schuifbare rekken reiken bijna tot aan het plafond. Een klein tafeltje en een versleten bureaustoel vormen het enige meubilair.
Is het archief geordend? Hmm, hmm, …
"Politie", "Milieu", "Financiën", "Bouwingen", "Technische Dienst", "ABC" (Archief Booms Cultuurleven) ,enz… staat er op de buitenzijden van de rekken.
De dossiers steken in stoffige beige klasseerdozen met daarop de summiere vermelding van de inhoud en een nummer, zijnde een classificatienummer gegeven door de "Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten". De dozen staan gedeeltelijk op volgorde. Het wordt een blind zoeken, doos per doos. Aan de klasseerdozen op het bovenste schab kan ik met moeite aan. Om het etiket te kunnen lezen moet ik de doos kantelen. Dubbelzicht van een bril is praktisch bij het lezen en het rondkijken, niet bij het ontcijferen van een tekst die zich boven u bevindt.
Na meer dan 2 uur voel ik mij moe, het stof zit in mijn neus, ogen en oren, ik voel mij vuil.
De schafttijd voor de werklieden is al aangebroken.
Stoppen? De pitbull in mij haalt de bovenhand.
"Allee, Alex, nog een tweetal rekken. Volhouden" spreek ik mezelf moed in.
En dan, na nog een kwartiertje zoeken, plots, het etiket "Bornput met pomp Bosstraat, 1897".
Joepie! Eureka!
In het dossier met het getal 869.4 vind ik:
"lastkohier, bestek en voorwaarden voor het maken van eenen nieuwen bornput en openbare pomp in de Boschstraat", goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad op 11 juni 1896;
"ontwerp voor het maken van een nieuw openbare pomp in de Boschstraat, Boom den 27 oktober 1896", ondertekend door Vandenneucker;
affiche "Openbare Aanbesteding van het maken van eenen bornput met Pomp in de Bosstraat", Boom, den 25 mei 1897, Bij Bevel: De Secretaris Em. Gobbers, de Burgemeester, Em. Van Reeth;
"Proces-verbaal van opening der biedingen", 14 juni 1897;
beslissing van de gemeenteraad van 28 juni1897, goedkeurend "de soumissie ingegeven door Mr. Adolf Roofthooft, aannemer te Boom, Blauwstraat, 39, mits de somme van achttienhonderd franken";
brief van 21 augustus 1897 van de aannemer Adolf Roofthooft meldend dat "de werken
gansch voltrokken zijn. Dat door de groote hoeveelheid water welke den bovengrond gedurig leverde het onmogelijk was den put dieper dan 10 meter te maken, dus een verschil van 2 meters volgens bestaande plans; doch dat de put ruim zooveel kubiekmeters water zal bevatten omdat de diameter vergroot werd met 0,70 m; enz…"
afrekening met den heer Roofthooft Adolf, gemaakt op 1 december 1898, voor de som van
1737,00 fr.;
allerlei briefwisseling.
Besmeurd maar gelukkig terug naar huis. Bad in en propere kleren aan.
Opdracht volbracht.
Met dank aan Carine van bakker Apers, aan Ilonka voor de tip, aan Patrick P.(voor de foto's), aan Patrick en Jean (voor de technische hulp).
SCHETS EN TECHNISCHE GEGEVENS
BORNPUT
Diepte: 10 m. onder de kruin van de straat;
Omtrek: 3,20m. binnenkant;
Bouwmateriaal: rode papensteen;
Welfsel: één steek dik, gemetst tussen "poutrellen";
"Poutrellen": in ijzer, 20 cm. hoog,
wegende 20 kg. per lopende meter;
Pompkast: ijzer, geplaatst boven "poutrellen",
op stuk arduin van 82 cm in vierkant
en 12 cm. dik;
Ingang put: 60 cm. in vierkant, gedekt met val;
"Encadrement": in ijzer op hoogte straat.

POMP
In ijzer;
Lijf of hoos: rood koper, 2 mm. dek, 11 cm. diameter, 7 m. lang;
Emmer met trekker: hout;
Houten balk: eik, 5 cm. dik, bekleed met lood;
Arm: ijzer met zware bol van 0,035 kg.;
Voetpad: in klinkers rond de pomp.

WAAROM DRINKWATERPOMPEN?
Door het gebruik van bezoedeld water uit de Rupel, beken en sloten werd in de
19deeeuw de Boomse bevolking herhaaldelijk geteisterd door de cholera. Het is een
besmettelijke darmziekte die braken, krampen, diarree, vochtverlies en uitdroging veroorzaakte, dikwijls met dodelijke afloop.
1830: 10 gevallen;
1831: 31 gevallen;
1832: 3 gevallen met dodelijke afloop;
1833: 47 gevallen, waarvan 27 fataal;
1849: 329 overledenen aan cholera en pokken
(statistiek maakt geen onderscheid);
1859: 251 overledenen;
1866: 301 overledenen;
1892: 117 gevallen, 55 overledenen.
Om de ziekte tegen te gaan liet het gemeentebestuur -tussen 1892 en 1897-13 pompen bouwen.