TEN BOOME


Historietje

KERK ZONDER TOREN

 

Door Alex Vinck (+ 10 februari 2007)

In het stadsarchief van Mechelen (in de Dossinkazerne) vond ik ooit onderstaande tekening van de kerk van Boom, gemaakt door een zekere A. J. A. Van den Eynde.

 

 

Intuïtief voelde ik dat er iets aan haperde. Maar wàt, dàt kon ik niet onmiddellijk thuisbrengen. Links op de hoek  staat het huis “Drukkerij Bal”, rechts het gebouw waar ooit de “crèmerie van de Kennes” was gevestigd. Dat klopt allemaal. Plots zag ik het: het achtkantige stuk vlak onder de spits, dat ’s avonds wordt verlicht, ontbrak. Een “kemel” van de kunstenaar, dacht ik eerst, maar ik dwaalde. Opzoekingen in de archieven brachten de waarheid aan het licht: tussen de inwijding door kardinaal Sterckx (3 september 1855) en 1865 bezat Boom een kerk zonder spits!

*

 De reden? Geldgebrek, natuurlijk.

Het bouwen van een nieuwe kerk was noodzakelijk geworden, omdat de vroegere kerk te klein was geworden. De bevolking van Boom was sterk toegenomen door de industrialisatie, zodat de kerk alle gelovigen niet meer kon opvangen.

 

AANTAL INWONERS IN DE 19de EEUW

1816:4677       1832: 6400      1843: 7853      1850:8062      1862:8800      1870:10.800

                                                           (Uit:  “Hoe Boom groeide”, Dr. Ben. Lamot.)

 

In 1829 werd het bouwen van een nieuwe kerk begroot op 40.000 à 50.000 BEF. Onbetaalbaar was dat. De bestaande kerk vergroten? Niet doenbaar, bleek spoedig.

In 1846 kocht de kerkfabriek van de brouwer Van Damme, eigenaar van het kasteel, een stuk grond ter waarde van 25.000 BEF. Er volgde een steekspel tussen het gemeentebestuur en de kerkraad over wie de kerk zou bouwen (lees betalen).

Architect Drossaert uit Tienen tekende het plan van de nieuwe kerk. Het bestek bedroeg 242.977,20 BEF.

 

DE BEGROTING

1. Lening uitgeschreven door het gemeentebestuur:  65.000 BEF.

          (de obligaties brachten 4% interest op).

2. Verkoop door de pastoor, voor rekening van de kerkfabriek,  roerende goederen

    (afkomstig van de oude kerk ) en van onroerende eigendommen gelegen  te Boom en   te Rumst:                                                                                                                 

   

De toenmalige pastoor Petrus De Vrijer was een snuggere man. De torenspits van de oude kerk verkocht hij niet, hij bewaarde ze om te dienen als spits op de nieuwe kerk. Toen het metselwerk was voltooid kwam de dubbele verrassing: de oude spits paste niet op het nieuwe gebouw en …het geld was op. 

Het duurde tot 20 mei 1865. Toen tekende koning Leopold  II een koninklijk besluit “ter verbetering en nut van de façade”. Een stevig achtkantige stuk in eikenhout werd tussen het metselwerk en de spits geplaatst. Dit werk kostte 7620,40 BEF en werd niet gesubsidieerd. 

Amen!  


TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN