TEN BOOME
Historietje
Door Alex
Vinck
In het stadsarchief van Mechelen (in de Dossinkazerne) vond ik ooit onderstaande tekening van de kerk van Boom, gemaakt door een zekere A. J. A. Van den Eynde.

Intuïtief voelde ik dat er iets aan haperde.
Maar wàt, dàt kon ik niet onmiddellijk thuisbrengen. Links op de hoek
staat het huis “Drukkerij Bal”, rechts het gebouw waar ooit de “crèmerie
van de Kennes” was gevestigd. Dat klopt allemaal. Plots zag ik het: het
achtkantige stuk vlak onder de spits, dat ’s avonds wordt verlicht, ontbrak.
Een “kemel” van de kunstenaar, dacht ik eerst, maar ik dwaalde.
Opzoekingen in de archieven brachten de waarheid aan het licht: tussen de
inwijding door kardinaal Sterckx (3 september 1855) en 1865 bezat Boom een
kerk zonder spits!
*
De reden? Geldgebrek, natuurlijk.
Het bouwen van een nieuwe kerk was noodzakelijk
geworden, omdat de vroegere kerk te klein was geworden. De bevolking van Boom
was sterk toegenomen door de industrialisatie, zodat de kerk alle gelovigen
niet meer kon opvangen.
AANTAL INWONERS IN DE 19de EEUW
1816:4677
1832: 6400
1843: 7853
1850:8062 1862:8800
1870:10.800
(Uit: “Hoe Boom
groeide”, Dr. Ben. Lamot.)
In 1829 werd het bouwen van een nieuwe kerk
begroot op 40.000 à 50.000 BEF. Onbetaalbaar was dat. De bestaande kerk
vergroten? Niet doenbaar, bleek spoedig.
In 1846 kocht de kerkfabriek van de brouwer Van
Damme, eigenaar van het kasteel, een stuk grond ter waarde van 25.000 BEF. Er
volgde een steekspel tussen het gemeentebestuur en de kerkraad over wie de
kerk zou bouwen (lees betalen).
Architect Drossaert uit Tienen tekende het plan
van de nieuwe kerk. Het bestek bedroeg 242.977,20 BEF.
DE BEGROTING
1.
Lening uitgeschreven door het gemeentebestuur: 65.000 BEF.
(de obligaties brachten 4% interest op).
2.
Verkoop door de pastoor, voor rekening van de kerkfabriek,
roerende goederen
(afkomstig van de oude kerk ) en van onroerende eigendommen gelegen
De toenmalige pastoor Petrus De Vrijer was een
snuggere man. De torenspits van de oude kerk verkocht hij niet, hij bewaarde
ze om te dienen als spits op de nieuwe kerk. Toen het metselwerk was voltooid
kwam de dubbele verrassing: de oude spits paste niet op het nieuwe gebouw en
…het geld was op.
Het duurde tot 20 mei 1865. Toen tekende koning
Leopold II een koninklijk besluit
“ter verbetering en nut van de façade”. Een stevig achtkantige stuk in
eikenhout werd tussen het metselwerk en de spits geplaatst. Dit werk kostte
7620,40 BEF en werd niet gesubsidieerd.